De Gaulle: een groot man, zijn tijd vooruit

Er zijn de laatste tijd tal van redenen om terug te denken aan Charles de Gaulle, de Franse generaal en staatsman die, tegen schijn en tegenwerking in, maar liefst twee keer Frankrijk van de ondergang heeft gered. De eerste keer was na de Duitse inval in 1940, toen hij koppig volhardde in het geloof aan een vrij Frankrijk, ondanks de scepsis of tegenwerking van bondgenoten als Groot-Brittannië. De tweede keer toen hij in 1958 Frankrijk van een burgeroorlog redde en de Algerije-kwestie oplostte – of liever gezegd liquideerde. Op zijn gezag kreeg Frankrijk – na onberispelijke referenda – de presidentiële Vijfde republiek waarvan hij zelf tussen 1959 en 1969 de verkozen president was. Het was een periode van grote economische bloei.

Die Vijfde republiek bestaat nog steeds, nu met Emmanuel Macron aan het hoofd. Die heeft in maart een opmerkelijk initiatief genomen dat teruggrijpt op één van De Gaulle’s opmerkelijkste daden als president. De generaal had weinig vertrouwen in de bereidheid van de Amerikanen om in het voorkomende geval mee te werken aan de verdediging van Europa tegen de Sovjet-Unie. Hij sprak daarbij uit eigen ervaring: tot in 1944, vlak voor de bevrijding van de nazi’s dus, hadden de Amerikanen geweigerd De Gaulle’s in Londen gevestigde ‘Vrije Fransen’ als wettige regering te erkennen. Deze overtuiging leidde er toe dat Frankrijk in 1966 uit de militaire organisatie van de Navo trad – het land bleef wel lid, maar buitenlandse troepen (onder andere de Nederlandse infanteristen die in La Courtine plachten te oefenen) waren niet meer welkom.

Die stap is in 2009 ongedaan gemaakt, maar een ander defensie-initiatief van De Gaulle is gebleven: de ‘force de frappe’ oftewel de eigen kernmacht van Frankrijk. Eind jaren vijftig waren de Verenigde Staten bereid om Groot-Brittannië en Frankrijk kernwapens te leveren, als ze dat zouden willen. Maar De Gaulle meende dat slechts een kernmacht in eigen beheer een garantie was voor de Franse soevereiniteit. Na 1960 is die ontwikkeld. Totdat Frankrijk, in navolging van andere kernmachten ophield met het verstrekken van inlichtingen over aantallen kernwapens – er is op dit moment geen internationaal verdrag voor kernwapens meer waarvoor dit nodig zou zijn – beschikte het land over 290 kernkoppen, inzetbaar met behulp van vier onderzeeërs en een aantal Rafale-gevechtsvliegtuigen.

De Gaulle was met zijn verwachting dat als het er op aan zou komen, de VS helemaal niet zo enthousiast zouden zijn zich voor Europa in een oorlog te storten, zijn tijd vér vooruit. President Trump heeft immers menigmaal te kennen gegeven, aan de Navo en de daaraan verbonden verdragsverplichtingen weinig boodschap te hebben, en dat op een moment waarop Rusland sterk te indruk wekt agressieve bedoelingen te hebben. De Russische president Poetin heeft de afgelopen jaren immers al een aantal malen met kernwapens gedreigd. De eerste keer na de inname van de Krim in 2014: Poetin verklaarde toen dat hij kernwapens zou hebben ingezet wanneer het Westen deze annexatie (met conventionele middelen) zou hebben tegengewerkt. Rusland zet tegen Oekraïne regelmatig raketten in, waarvan het land zelf zegt dat ze als transportmiddel voor kernwapens kunnen dienen. Een moeilijk op waarheidsgehalte te controleren verhaal is dat Rusland op het punt stond tactische kernwapens in te zetten toen de Oekraïeners in 2023 plotseling veel gebied terugveroverden, maar daar door de Chinese leider Xi Jiping van werd afgehouden.

Frankrijks kernmacht is een afschrikkingsmacht. De bedoeling is dat de tegenstander ervan overtuigd is dat zijn eigen inzet van kernwapens onherroepelijk tot vergelding en onaanvaardbare schade zou leiden. Ofschoon de Franse kernmacht maar klein is in vergelijking tot de Amerikaanse, is zij vermoedelijk groot genoeg om dit psychologisch effect teweeg te brengen. Staande in een basis voor een van de betrokken onderzeeërs heeft Emmanuel Macron in maart aangekondigd dat de Franse kernmacht verder zal worden gemoderniseerd, en ook aangeboden dat de Franse kernwapens een rol kunnen spelen bij de Europese verdediging, nu de Amerikaanse atoomparaplu onbetrouwbaar lijkt geworden. (Tekst gaat door onder de afbeelding)

Niet dat Frankrijk de zeggenschap over de inzet van zijn kernwapens met andere landen gaat delen overigens, en evenmin is het de bedoeling dat deze wapens buiten Frankrijk zullen worden gestationeerd. Maar hun inzet zou dus niet meer tot een uitsluitend Frans belang beperkt hoeven blijven, en ook zou meer samengewerkt moeten worden op het gebied van verkenning en het detecteren van lanceringen door de tegenstander. Nederland is een van de landen die wel oren hebben naar dit initiatief, samen met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk (dat ook een eigen kernmacht heeft, die echter meer van de Amerikanen afhankelijk is), Polen, België, Griekenland, Zweden en Denemarken.

Een tweede reden om dezer dagen aan De Gaulle te denken is het in totaal vijf uur durende filmepos ‘La bataille de Gaulle’, waarvan de eerste helft, ‘L’ Âge de fer’ deze week in Nederlandse relatie is gekomen. Kwade tongen beweren dat deze monsterproductie van regisseur Antonin Baudry, die 180 miljoen euro heeft gekost, zijn grote succes in Frankrijk voor een groot deel te danken heeft gehad aan zijn excessieve lengte: bij de zoveelste hittegolf snakten niet alleen filmliefhebbbers naar vijf uur in een zaal met air-conditioning. De eerste helft had ik in juni, ten tijde van de eerste hittegolf van dit jaar, in Parijs gezien. Een groot meesterwerk is de film niet, maar wel onderhoudend. En het werk geeft een aardig beeld van de originele natuur van een groot man. (Tekst gaat door onder afbeelding)

‘La bataille de Gaulle’ is een wijds opgezet spektakelstuk, waarin het uitsluitend gaat om De Gaulle’s optreden in de Tweede Wereldoorlog. Bijna in zijn eentje besluit de zojuist tot generaal bevorderde De Gaulle om zich niet neer te leggen bij de wapenstilstand, waarmee de oude maarschalk Pétain, door het parlement als leider op het schild gehesen, heeft ingestemd. Vanuit Londen houdt hij via de BBC een radiotoespraak op 18 juni 1940 – die heel beroemd is geworden maar die in werkelijkheid maar weinig Fransen gehoord hebben – waarin hij aankondigt dat de strijd wordt voortgezet en dat Pétain en de anderen die zich laten verleiden om in het zuiden van Frankrijk een Duitse vazalstaat op te zetten, defaitisten en verraders zijn. Die laatsten laten hem wegens insubordinatie ter dood veroordelen. De Britse premier Winston Churchill en ook anderen hebben – zoals ‘La bataille de Gaulle’ goed laat zien – lange tijd grote moeite de koppige praatjesmaker De Gaulle serieus te nemen. Maar tenslotte is hij het, die in augustus 1944 als architect van de bevrijding aan het hoofd van het burgerlijk verzet en andere Vrije Fransen, de Champs Élysées afloopt, terwijl elders in de stad nog geschoten wordt.

De persoon van De Gaulle heeft zich in verschillende historische situaties steeds verheven boven wat je eigenlijk van hem had kunnen verwachten, gezien zijn katholicisme, zijn militaire achtergrond en ook zijn intellectuele opvoeding. Hij was absoluut een traditionalistische nationalist. Maar hij had een broertje dood aan het antisemitisme en het autoritarisme van Frans extreem-rechts en daarmee ook van de Vichy-staat: al heel snel bleek dat Pétain niet alleen een redder in de nood van de Franse nederlaag wilde zijn, die probeerde iets van Franse soevereiniteit overeind te houden, maar ook een extreem-rechts en antisemitisch programma wilde doorvoeren. Daarvan kon in De Gaulle’s opvatting geen sprake zijn. Hij was en bleef een democraat.

Nog een tweede keer redde De Gaulle Frankrijk. Na de oorlog had hij geprobeerd om met een eigen politieke partij, de RPF (Rassemblement du Peuple Français) politieke hervormingen te bewerkstelligen – vooral de vervanging van de door voortdurende partijtwisten instabiele, vooroorlogse Derde republiek door een presidentieel stelsel, waarin de uitvoerende macht primair zou liggen bij een gekozen president. Toen dat niet lukte – de Vierde republiek was een staatkundige kopie van de Derde, met dezelfde mankementen, trok de generaal zich terug.

Die Vierde republiek raakte echter verstrikt in een gewapend conflict met vrijheidsstrijders in de kolonie Algerije. Ofschoon pas een eeuw oud, werd de kolonie Algerije door veel Fransen als een onvervreemdbaar deel van het vaderland gezien, vooral door de ethnisch Fransen die er, in tegenstelling tot de maghrebijnse bevolking, alle politieke rechten hadden. De oorlog in de kolonie tussen Franse regeringstroepen en antikoloniale vrijheidsstrijders nam steeds heftiger vormen aan. Franse dienstplichtigen werden ingezet voor een bloedige onderdrukkingsoorlog, waarin van beide kanten gemarteld werd en burgers aan beide zijden van het conflict het loodje legden. De situatie droeg ook het gevaar in zich van een Franse burgeroorlog: officieren in Algerije dreigden met opstand, indien de regering in Parijs de ‘pieds noirs’, zoals de Fransen die zich in Algerije hadden gevestigd genoemd werden, zou ‘verraden’.

De komst van De Gaulle werd aanvankelijk enthousiast begroet door de aanhangers van ‘Algérie française’. Op 4 juni 1958 hield de generaal voor een menigte van honderdduizenden mensen op een plein in Algiers een rede die de uitroep ‘Je vous ai compris’ (ik heb u begrepen) bevatte, wat alom werd begrepen als de belofte dat Algerije deel van Frankrijk zou blijven. Maar al spoedig bleek dat De Gaulle iets heel anders had begrepen: de tijd van het kolonialisme was voorbij en het was voor Frankrijk het beste zich zo snel mogelijk van Algerije te ontdoen. (Tekst gaat door onder afbeelding)

Aldus geschiedde en Algerije werd in 1962 onafhankelijk, tot grote woede van de ‘pieds noirs’ die – het Franse equivalent van de zogeheten ‘spijtoptanten uit Nederlandsch-Indië – naar het Europese vaderland moesten verhuizen. Een militaire muiterij in Algiers kon daaraan niets veranderen, en evenmin de bomaanslagen in Frankrijk van het ‘ondergrondse leger’ de OAS, dat ook een mislukte aanslag op De Gaulle pleegde. Zonder de koloniën ontwikkelde Frankrijk zich tot een modern en economisch dynamisch land waarin De Gaulle meerdere keren werd herkozen. Zijn Canossa kwam in 1969, toen hij als reactie op de door hem onbegrepen mei-revolte van 1968 een vrij betekenisloos referendum uitschreef over regionale decentralisatie. Hij verloor dat en ruimde het veld.

Het is een merkwaardig idee dat zoveel problemen waarop het optreden van De Gaulle een antwoord was, in Frankrijk nog steeds een rol spelen. Extreem-rechts is nog steeds een acute bedreiging voor de democratische republiek. Marine Le Pen, die volgend jaar kans op het presidentschap lijkt te maken, geeft leiding aan de extreem-rechtse partij Rassemblement National (vroeger Front- National), ooit opgericht door haar vader Jean-Marie Le Pen (1928-2025) die warme banden onderhield met de OAS en De Gaulle om zijn Algerije-politiek haatte. In dat RN en in politieke groeperingen rechts daarvan, en in de rechtse pers, wemelt het nog steeds van lieden die maarschalk Pétain bewonderen. En inmiddels lijkt de Vijfde republiek, net als de Derde en de Vierde, min of meer onbestuurbaar geworden omdat in Frankrijk partijbelang boven alles gaat en geen partij in de Chambre des Députés een meerderheid heeft, waardoor het presidentieel gezag min of meer in de lucht hangt. (Tekst gaat door onder de afbeelding).

Als puber leerde ik De Gaulle op 17-jarige leeftijd kennen. Stakingen legden in mei 1968 Frankrijk en de staatsradio plat maar dankzij de lange golf kon je in Amstelveen, waar ik woonde, heel goed de gebeurtenissen volgen op de particuliere radiozenders Radio Luxembourg en Europe 1. We waren thuis francofiel – alles was in Frankrijk gewoon beter en hoogstaander, en cultuur was eigenlijk voornamelijk iets Frans. Stiekem geloof ik dat trouwens nog steeds, moet ik bekennen. Ofschoon De Gaulle in 1968 natuurlijk in zijn nadagen was, vond ik hem een fascinerende figuur en zijn toespraken in die tijd kende ik vrijwel uit het hoofd. Mijn bewondering voor zijn persoon – zijn historisch inzicht, zijn eigenzinnigheid, het gegeven dat hij bijna per definitie niet deed wat van hem verwacht werd en toch meestal gelijk leek te hebben – is met de jaren eigenlijk alleen maar toegenomen. Met kop en schouders stak hij uit boven vrijwel alle Franse politici van zijn tijd, en niet alleen in letterlijke zin.

Mijn bewondering strekt zich uit tot zijn naar mijn smaak visionaire inzichten op het gebied van de buitenlandse politiek, die overigens in Nederland meestal nogal schamper werden ontvangen. De Gaulle had gelijk: een lidmaatschap van de EU van Groot-Brittannië, waartegen de generaal zich hevig verzette, zou geen succes worden en op de Verenigde Staten kun je niet bouwen, als het met de Europese defensie ooit menens wordt. Ik heb De Gaulle terecht bewonderd. Maar dat zijn standpunten in binnen- en buitenlandse politiek anno 2026 zó actueel zouden zijn, had ik niet kunnen vermoeden en stemt me eigenlijk ook treurig.

Het eerste deel van ‘La bataille de Gaulle’ van Antonin Baudry draait sinds deze week in Nederlandse bioscopen onder de titel: ‘De Gaulle: Résistance’. Deel twee volgt vanaf 17 september onder de titel ‘De Gaulle: Liberté’.

Afbeeldingen: 1. De Gaulle trekt op 26 augustus 1944 over de Champs Élysées het bevrijde Parijs binnen. (Ministry of Information Second World War Press Agency Print Collection); 2. Emmanuel Macron op 2 maart 2026 voor de nucleaire onderzeeër ‘Le Téméraire’ op een marinebasis in de Finistère. (Foto Kamil Zihnioglu voor Le Monde); 3. Simon Abkarian in de rol van Charles de Gaulle in ‘La bataille de Gaulle’; 4. De gaulle tijdens zijn toespraak in Algiers op 4 juni 1958. (Foto AFP); 5. De Gaulle spreekt de politiek leiders van Engeland, de VS, Duitsland en de Sovjet-Unie belerend toe, gezeten voor een kaart van de wereld zoals hij die ziet. Cartoon van Fritz Behrendt (1925-2008) voor het Algemeen Handelsblad in 1963, die typerend is voor de weinig vriendelijke benadering van De Gaulle in Nederland.

2 gedachten over “De Gaulle: een groot man, zijn tijd vooruit

Voeg uw reactie toe

  1. Ja, wij ongeneeslijke en wegens toenemende vervreemding onuitgesproken francofielen, wij zijn steeds eenzamer met de jaren. Goed om een lotgenoot tegen te komen dans ce désert de défrancisation.

    Like

  2. Ha Raymond,Mooi stuk over De Gaulle! Ik deel je mening (en bewondering) voor hem. En inderdaad, een visionair op geopolitiek gebied. Ook op monetair terrein, trouwens, hij vertrouwde de dollar niet, had een voorliefde voor goud en haalde het Franse monetaire goud terug uit de Verenigde Staten. Bijgaand een beroemd geworden, historische persconferentie van De Gaulle, waarin hij een vraag krijgt en dan eindeloos antwoord geeft. Een stukje gaat over goud, de moeite van het beluisteren waard.Veel groeten uit Bretagne!Roelhttps://www.ina.fr/ina-eclaire-actu/video/i20017133/le-general-de-gaulle-a-propos-du-systeme-monetaire-internationalGoudcitaat vanaf: 11.53 minutenwww.roeljanssen.nlhttps://crysto.roeljanssen.nl

    Like

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑