Zonder oorlog geen Rusland

(4-6-2017)

Rusland heeft een bijzondere verhouding tot het verschijnsel oorlog: oorlog lijkt een essentieel onderdeel van de Russische staat en cultuur en zonder oorlog is er eigenlijk geen sprake van Rusland. Vandaar dan ook dat de belangrijkste feestdag in het Rusland van Poetin de ‘dag van de overwinning’ 9 mei is. Deze dag werd in de Sovjet-Unie ook gevierd, maar nu de dag van Oktoberrevolutie en de Dag van de arbeid om voor de hand liggende redenen hebben afgedaan in post-Sovjet Rusland, nemen de festiviteiten op de dag van de overwinning op Nazi-Duitsland steeds gigantischer vormen aan. 

De afgelopen jaren heeft men ook een ritueel verzonnen dat – waar immers het aantal Russen dat de Tweede Wereldoorlog nog zelf heeft meegemaakt tot een handjevol is geslonken – maximale vereenzelviging van jongere Russen met de oorlog en de daarmee verbonden persoonlijke offers teweeg brengt. Het “onsterfelijk regiment’ heet het ritueel: op 9 mei ga je de straat op met het portret van een ouder of voorvader die heeft gevochten tegen Duitsland, in wat ‘de Grote Patriottische Oorlog’ genoemd moet worden. Miljoenen hebben ook dit jaar gehoor gegeven aan de opdracht voor het ritueel, dat van de straten van Moskou en andere steden op 9 mei een soort levend museum maakt.

Oorlog, ontbering en dood zijn niet pas sinds gisteren zo’n belangrijk onderdeel van de Russische beleving van staat en geschiedenis. Gregory Carleton, Ruslandkundige van Tufts University bij Boston, beschrijft in Russia, the story of war hoe dit Russische zelfbeeld is ontstaan. Het is in zekere zin een verontrustend boek, omdat je het idee krijgt dat door de eeuwen voor Russen oorlog niet zozeer een ramp, maar een voorwaarde voor het nationale bestaan is. Dat de huidige president, Vladimir Poetin, voorshands op kleine schaal, dan ook enkele oorlogen heeft ontketend en zelfs de slinkse bezetting van de Krim door ‘groene mannetjes’ achteraf rondweg als een militaire verovering en triomf voorstelt, is dan ook zeker geen toeval, of een accident de parcours. Zonder dat zou de rol die hij wil spelen, als redder des vaderlands na de ‘geostrategische catastrofe’ van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, niet geloofwaardig zijn.

Het hedendaags Russisch nationalisme vindt, net als nationalismen elders in Europa, zijn oorsprong in de Negentiende Eeuw. Maar de geschiedenis in de eeuwen daarvoor vormde voor dat nationalisme natuurlijk wel een belangrijke inspiratiebron en veel thema’s kunnen dan ook met verwikkelingen vanaf de Middeleeuwen geadstrueerd worden: het voortdurend voorkomen van invasies vanuit het Westen (Duitse orde, Polen, Zweden etc.), met name op momenten dat Rusland (of een van de proto-vormen daarvan) zucht onder het Mongoolse juk of Rusland (zoals meestal in de Middeleeuwen) wordt geplaagd door conflicten tussen verschillende vorsten en staten; de vereenzelviging van Moskou met de orthodoxe Christenheid waarbij Moskou – als het ‘derde Rome’ de rol van het door de Turken veroverde Byzantium inneemt; het ervaringsfeit dat Rusland toch op de een of andere manier steeds weer ‘herrijst’ als de situatie volstrekt hopeloos lijkt.

Maar het is pas de overwinning van 1812, de mislukte veldtocht van Napoleon naar Moskou, die het Russische zelfbegrip en het gevoel een buitengewone natie te zijn, zijn huidige vorm geeft, betoogt Carleton. Naast de Negentiende-eeuwse historici en militair strategen die hij daarbij citeert, noemt hij met name ook de roman Oorlog en vrede van Lev Tolstoj, die na 1865 verscheen. ‘Modern’ en invloedrijk daarbij is vooral hoe Tolstoj de verdediging van Rusland tegen de Fransen beschrijft als een volksoorlog – een manifestatie van de onverzettelijkheid van eenvoudige Russen die, uit een soort karaktervastheid, niet aarzelen voor het moederland hun leven op te offeren. En daarmee tegelijk Europa redden van de tiran Napoleon. Deze verdienste – ook een bekend Russisch gevoel – wordt door het perfide Westen echter niet erkend – getuige bijvoorbeeld Aleksandr Poesjkins beroemde gedicht Aan de lasteraars van Rusland, dat zich richt tegen Franse politici die het wagen zich druk te maken aan de Russische veldtocht tegen de opstandige Polen in 1830.

Veel van deze elementen keren terug in de manier waarop nu de overwinning van 1945 wordt gevierd. Een van de sterke punten van het moderne Russische militarisme is natuurlijk, dat er een soort ontkoppeling plaatsvindt tussen de spontane opofferingsbereidheid van de Rus – Carleton voert die terug op het feit dat heel lang Russische soldaten lijfeigenen waren voor wie het leven sowieso weinig waarde had – en de politiek verantwoordelijken en veldheren. Vandaar dan ook dat op 9 mei met geen woord hoeft te worden gerept over de minder verheffende daden van opper-veldheer Josef Stalin, die zoals bekend het in 1939 op een akkoordje had gegooid met Hitler in de vaste verwachting dat Duitsland Rusland niet meer zou binnenvallen. Sterker nog – refereren aan zulke dingen is min of meer officieel taboe in Poetins Rusland, net als twijfelen aan de officiële doctrine dat Rusland de voornaamste factor is geweest bij de nederlaag van Nazi-Duitsland. 

Keer op keer zijn er schrijvers en historici geweest die hebben geprobeerd de werkelijkheid van de Russische oorlog te laten zien – van Viktor Astafjev tijdens de dooi van de jaren vijftig tot Svetlana Aleksijevitsj in onze dagen. Die werkelijkheid is zeer schokkend: miljoenen mensen werden als soldaat de dood ingedreven door een regime dat in de jaren daarvoor al een binnenlandse terreur had ontketend, en na 1941 in hoge mate ontregeld was, zodat er van bevoorrading of medische zorg meestal weinig terecht kwam. Maar hoe gruwelijk deze verhalen ook – ze vermogen niet of nauwelijks afbreuk te doen aan het zelfbeeld van de Rus als opofferingsgezinde strijder. Veel van de passieve steun en bewondering voor Poetin in de Russische bevolking laat zich daardoor verklaren. 

Die opofferingsgezindheid – in veel opzichten een flirt met de dood trouwens – is ook een wapen dat de Russische overheid kan inzetten. Of althans graag wil inzetten. Dat bleek in 2014 en 2015, op het hoogtepunt van de Oekraïne-crisis. In het Westen werd de – in talloze films en tv-documentaires  verbreide – oorlogspropaganda in Rusland toen niet zo serieus genomen, maar veel eenvoudige Russen verkeerden toen in de veronderstelling dat het – voor de zoveelste keer in de geschiedenis – erop of eronder was. Gelukkig wist tsaar Vladimir er een overwinning, de verovering van de Krim, uit te slepen. In die tijd waren er ook veel Russische functionarissen die in het Westen rondvertelden, dat sancties en andere druk op Rusland een averechts effect zouden hebben omdat Russen onder druk zich achter de leider scharen en voor de Russische zaak elke ontbering over hebben. De Westerse hoop dat economische neergang in Rusland het Kremlin tot meer toegefelijkheid zouden bewegen, was een illusie – zo was de propagandistische boodschap. Historisch gezien is die niet helemaal uit de lucht gegrepen. 

Gregory Carleton. Russia, the story of war. Harvard University Press, Cambridge/London 2017.

Afbeeldingen. Boven het ‘onsterfelijk regiment in Sint-Petersburg in 2015. Onder een propaganda-poster uit de Grote Patriottische. Tekst: Vooruit! De overwinning naakt. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: