
Toen de vader van de historicus Nicolas Werth, Alexander Werth (1901-1969), na de Sovjet-inval in Tsjechoslowakije in 1968 begreep dat het nooit meer iets zou worden met ‘een socialisme met een menselijk gezicht’ in zijn geboorteland Rusland, stortte hij zich uit een raam en overleed. Het inzicht dat hij zich vergist had, toen hij als journalist op grond van de oorlogservaringen in de Sovjet-Unie en de opluchting na de dood van dictator Stalin moed had geschept dat de USSR alsnog een socialistisch land of althans een constructieve, progressieve kracht zou worden, was eenvoudig te pijnlijk.
Dat zijn zoon Nicolas Werth (geb. 1950), als Frans historicus een van ’s werelds grootste kenners van de Stalinistische terreur, bijna iets dergelijks was overkomen, is eigenlijk te bizar voor woorden. Toch begint diens laatste boek juist daarmee. Na een mislukte of niet voltooide zelfmoordpoging – dat wordt niet geheel duidelijk – waarbij Nicolas het voorbeeld van zijn vader voor ogen heeft gehad, is hij een interne patiënt in het legendarische, in de zeventiende eeuw gestichte Parijse psychiatrische ziekenhuis Sainte-Anne.
Daar vat hij kennelijk ook het plan op voor dit merkwaardige boek, ‘Adieu ma Russie’: een parallelle levensbeschrijving van Alexander en Nicolas Werth, die bij leven maar weinig contact hebben gehad, maar gemeen hebben dat Rusland, en dan in het bijzonder de terugkeer van dictatuur en de onmenselijkheid in dat land en die staat, onder hun leven de grond hebben weggeslagen.
Natuurlijk zijn zij de enigen niet, in een soortgelijke positie. Generaties Russische emigranten hebben ernaar gehunkerd terug te keren naar hun geboorteland, en zijn in sommige gevallen ook daadwerkelijk teruggekeerd, in de gedachte dat Rusland toch niet eeuwig zo’n vreselijk oord kon zijn. Niet zelden zijn zij daarin teleurgesteld, of hebben hun terugkeer – in de jaren 1920 en 1930 of na 1945 bijvoorbeeld – met repressie of zelfs de dood moeten bekopen. Ook diegenen die zich in de luttele jaren van Russische vrijheid en openheid voor Rusland – grofweg tussen 1991 en 2021 – zijn gaan interesseren of zelfs zijn opgeleid in de studie van dit fascinerende land, staan nu plots met lege handen: de grenzen zijn dicht, de angst regeert.
‘Adieu ma Russie’ heeft als ondertitel ‘Mémoires orphelines’ – ‘verweesde herinneringen’. Die kun je op twee manieren uitleggen. Nicolas Werth neemt afscheid van het land dat zijn hele carrière en persoonlijkheid heeft beheerst. Maar ook is hij een wees ten opzichte van zijn vader, die niet alleen al lang dood is, maar die hij ook nauwelijks heeft gekend. Pas voor dit boek, schrijft hij, heeft hij zich verdiept in het leven van zijn vader, die als kind met zijn ouders was gevlucht voor de communistische repressie, die al spoedig na het aan de macht komen van Lenin en de zijn in 1917 een aanvang nam.
De Werths waren een van oorsprong Duitse familie die wonend in de Baltische delen van het Russische rijk cultureel gerussificeerd was en ten tijde van de revoluties van 1917 in Sint Petersburg woonde – typerend voor de verhoudingen in dit deel van de wereld en bewijs, dat de Russische cultuur onder omstandigheden ook grote aantrekkingskracht en absorptievermogen bezit. In tegenstelling tot veel andere emigranten heeft de vader van Aleksandr Werth zijn kapitaal in het Westen in veiligheid kunnen brengen, en via wat omzwervingen die ook de Russische migranten van vandaag kennen (Istanboel, Tbilisi, Belgrado, Berlijn, Parijs etc.) brengt Aleksandr Werth het tot een toonaangevende verslaggever voor Britse kranten en later de BBC. Zijn zoon Nicolas volgt hem echter niet op zijn Britse omzwervingen. Deze leert weliswaar uitstekend Russisch, maar groeit helemaal op in Franse onderwijsinstellingen.
Alexander houdt zich als auteur van journalistieke artikelen en boeken aanvankelijk niet zozeer met Rusland bezig, maar dat verandert wanneer Hitler-Duitsland in 1941 de Sovjet-Unie binnenvalt en de USSR van een bondgenoot van Nazi-Duitsland – door het infame Molotov-Ribbentrop-pakt waarbij de beide landen Europa onder elkaar hadden verdeeld – plotseling tot een tegenstander en bondgenoot van Groot-Brittannië en andere tegenstanders van Hitler wordt. Onder deze omstandigheden is Alexander Werth correspondent in Moskou voor de BBC en de Manchester Guardian.
Dat was, ook toen al, geen eenvoudige opgave. De weinige buitenlandse correspondenten die er zijn moeten in het Moskouse hotel Metropool wonen en kunnen slechts met grote moeite contact leggen met ‘gewone’ Russen. Nicolas leert uit de nagelaten dagboeken van zijn vader hoe deze door eenzame wandelingen door Moskou poogt toch een idee te krijgen van het ‘echte’ leven in de Sovjet-Unie – een methode die schrijver dezes als Moskou-correspondent in de jaren 1980 overigens bekend voorkomt. Er is natuurlijk censuur en wel preventieve: buitenlandse correspondenten moeten, tot in de jaren 1960 hun kopij voorleggen aan de censor in het Centrale Telegraafkantoor in de Gorki-straat (nu Tverskaja) die de teksten handig ontdoet van alles wat zweemt naar ongeautoriseerde informaties, of persoonlijke impressies, zodat wat overblijft maar al te vaak een zielloos geheel is, hoogstens te pruimen voor wie geoefend is in het tussen de regels lezen.
Zolang Duitsland nog niet verslagen is, kunnen de journalistieke opdrachtgevers van Alexander Werth daarmee nog wel leven. Maar al direct na de oorlog haalt dictator Stalin de ideologische teugels weer strakker aan – de in de Russische samenleving bestaande verwachting van een liberalisatie van politiek systeem en samenleving wordt niet bewaarheid – integendeel. In 1948 houden Alexander Werths Britse opdrachtgevers het wel voor gezien met het correspondentschap in Moskou.
In de jaren 1960 daarentegen komt het moment waarop Werth zijn in 41-45 opgedane kennis, en zijn talrijke intellectuele en andere in contacten in Moskou waarover hij in de kopij heeft moeten zwijgen, kan gebruiken voor een monumentale studie over ‘Russia at war’. Dat boek, in vele talen (waaronder Nederlands) vertaald, is een enorm internationaal succes – en eigenlijk het eerste, zegt men, waarin de Russische oorlogservaring ‘van binnenuit’ wordt beschreven. Het verschijnt in 1967 zelfs in Russische vertaling in Moskou, zij het zonder de passages over Katyn en het Molotov-Ribbentrop-pakt – nu onder Poetin nog steeds hete hangijzers in de geschiedenis waarvan de ware toedracht niet behandeld mag worden.
Nicolas Werth, die voor ‘Adieu ma Russie’ de Engelse en de Russische tekst van het boek heeft vergeleken, is wel een beetje ontdaan door de veelheid aan coupures en herschrijvingen waarmee zijn vader voor de Russische uitgave van zijn opus magnum akkoord is gegaan. Maar aan die jaren zestig, toen zijn vader als gast van de Sovjet-Schrijversbond meerdere maanden per jaar in de Sovjet-Unie doorbracht, bewaart hij goede herinneringen: Nicolas was Russisch opgevoed maar had tot in deze tijd nog nooit het land bezocht waar iedereen Russisch sprak. Vader Alexander schreef overigens nog meer boeken in deze jaren over het Rusland van wat een de-stalinisatie leek – boeken waaruit vertrouwen in een respectabele, socialistische en vrolijker toekomst sprak. De onderdrukking met troepen van de Praagse Lente maakte aan zulke optimistische verwachtingen ruw een einde.
Nicolas Werth beschrijft in dit boek uitvoerig – een beetje erg uitvoerig, zou ik zelfs zeggen – hoe hij een prominent historicus van Rusland is geworden, vooral gespecialiseerd op het gebied van de terreur onder zowel Lenin en Stalin, en de grote hongersnoden in de jaren dertig die vaak een georganiseerd karakter droegen omdat ze fungeerden als politiek instrument. Tegenwoordig lijkt dat alles allemaal bekend – al mag het in het Rusland van Poetin niet meer gezegd worden – maar de terreur, de massa-arrestatie, de deportatie van hele bevolkingsgroepen waren allemaal fundamentele elementen in de communistische partij in de Sovjet-Unie.
Archiefonderzoek vanaf het begin van de jaren negentig heeft duidelijk aangetoond dat het gehele systeem van kampen, massale executies, deportaties en nachtelijke arrestaties deel uitmaakte van een doordachte strategie: geweld was de kurk waarop het Sovjet-systeem dreef. Nicolas Werth beschrijft hoe deze historische werkelijkheid geleidelijk naar boven komt, doordat mondjesmaat archieven en bibliotheken open gaan en sommige bronnen ook in druk gepubliceerd worden. Wie later zal willen beschrijven hoe voor een periode van niet veel langer dan tien jaar Rusland, in termen van archiefstudie, een open land werd, kan om ‘Adieu ma Russie’ niet heen.
Inmiddels zijn die archieven allang weer dicht, niet alleen voor buitenlandse historici, maar vooral ook voor de oprechte Russen die de maatschappij ‘Memorial’ hadden opgericht en daar een openbaar toegankelijk instituut van maakten – vraagbaak niet alleen voor historici, maar met name ook voor de nazaten van al die miljoenen, over wier lot in kamp of voor executiepeloton weinig of niets bekend was. Inmiddels is ‘Memorial’ in 2023 door de Russische rechter formeel ontbonden en verboden. In het Rusland van Poetin is, vooral sinds het begin van de grote oorlog tegen Oekraïne op 24 februari 2022, de geheime dienst FSB oppermachtig, en die duldt geen kritiek op het optreden van hun voorgangers van GPOe of NKVD in de Stalin-tijd. Over Rusland ligt weer een loden deken van officieel stilzwijgen en geschiedvervalsing. Het geweld als kurk waarop de politieke structuur drijft, is terug.
Nicolas Werth beschrijft de gebeurtenis die hem in 2023 dreef tot de bijna-zelfmoord waardoor hij in de psychiatrische inrichting belandde: na het verbod van ‘Memorial’ in Rusland wilden de buitenlandse afdelingen van Memorial – feitelijk steunorganisaties – zich verenigen in een soort internationaal verband. Nicolas Werth was als voorzitter van Memorial-Frankrijk een gedroomd voorman van de nieuwe internationale structuur. Maar de moed zonk hem in de schoenen en hij trad af – in feite een daad van zelfvernietiging die niemand begreep en waarvan je je in een toch al deprimerende context vér moet houden.
‘Het zij zo’ schrijft Nicolas Werth aan het einde van dit boek. Net als heel veel anderen wier leven op de een of andere manier verknoopt is met Rusland, zal hij moeten leven met de wetenschap dat hij het land nooit meer weer zal zien en dat er aan zijn historische onderzoekingen noodgedwongen een einde is gekomen. Dat is een bitter feit. Een wonder waardoor Rusland weer open zou gaan, is niet in zicht, en de repressie en geestelijke benauwenis waaraan het land nu is onderworpen, gaan aanzienlijk verder dan ook naar iemand zich luttele jaren geleden had kunnen voorstellen. En dan zwijgen we nog over de mogelijkheid dat Rusland echt uit zou zijn op oorlog met de democratische, vrije delen van Europa.
Het zijn vrijwel onverteerbare gedachten, zelfs voor mij, die na zijn terugkeer uit Moskou in 1988 zeker wist dat hij niet de rest van zijn leven als ‘Ruslandkundige’ of iets dergelijks wilde doorbrengen. Zo is het ook niet gegaan – ik ben een buitenstaander gebleven, al heb ik door de decennia heen wel altijd belangstelling gehad voor wat er in Rusland gebeurde en daar zelfs af en toe over geschreven. De goede tijd, waarin je vrij in Moskou over straat kon lopen, vrij door het land kon reizen en de mensen niet bang meer waren met je te praten, heb ik niet of nauwelijks meegemaakt. Des te groter is mijn teleurstelling – of misschien liever gezegd een soort ‘spleen’ – dat Rusland is teruggekeerd naar de benauwenis en de onvrijheid van de eerste helft van de jaren 1980, die ik gekend heb. Het is misschien nog wel erger dan toen. Daarover wellicht een andere keer.
Nicolas Werth: Adieu ma Russie. Mémoires orphelines. Les Belles Letteres 2026.
Afbeeldingen: 1. Moskou in de jaren zestig. (Fotograaf onbekend); 2. Alexander Werth voor de BBC-microfoon.


Plaats een reactie