De paradox in de gabber-economie van Vladimir Poetin

LEES DIT STUK OOK OP DE SITE ‘RAAM OP RUSLAND’.

Tussen de Russische economie van nu en die van de voormalige Sovjet-Unie bestaan meer verschillen dan overeenkomsten. Maar de fundamentele problemen zijn dezelfde: achterblijvende groei, demografische achteruitgang, technologische achterlijkheid, lage arbeidsproductiviteit en geen structurele modernisering. Het eerder dit jaar van Kremlin-wege gelanceerde plan om met een investering ter waarde van 600 miljard dollar over zes jaar de zaak weer vlot te krijgen, zal hoogstwaarschijnlijk niet helpen – evenmin als vele eerdere oekazes van dit type uit de Russische- en Sovjet-geschiedenis. Aan de gedetailleerdheid van het honderden pagina’s tellende document zal het niet liggen. Zelfs het totaal aantal nieuwe piano’s voor muziekopleidingen in heel de Russische Federatie staat voorgeschreven.

Een directe tv-uitzending van een vergadering van de Raad voor grote projecten, voorgezeten door president Vladimir Poetin in eigen persoon, werd in mei ijlings afgebroken omdat een der aanwezigen kritiek had geuit. Een meneer uit de Oeral had verteld dat één van de in het kader van het plan gebouwde kinderspeelplaatsen door de kleinen niet gebruikt wordt, omdat deze naast de vuilnisbelt ligt. Dat komt ervan als investeringen in de sociale sfeer plaatsvinden zonder raadpleging van de bevolking, merkte hij op. Toen schakelde de staats=nieuwszender Rossija 24 schielijk terug naar de studio.

Maar die meneer had gelijk natuurlijk: maatregelen die ten doel hebben het welbevinden van de bevolking en het Russisch kindertal te bevorderen, hebben geen zin wanneer er geen inzicht is in de werkelijke behoeften. Maar daarvoor is het noodzakelijk de samenleving zijn eigen behoeften te laten vaststellen, en de mogelijkheid te bieden daarnaar te handelen – democratie en marktwerking met andere woorden. Hervormingen in die richting lijken voorlopig niet te verwachten – daarvoor is de huidige structuur van de Russische economie te essentieel voor het behoud van de machtspositie van president Vladimir Poetin en de groep om hem heen. Zo lang hij aan de macht blijft – op z’n minst tot 2024 maar met een institutionele kunstgreep wellicht ook daarna – lijkt Rusland tot economische stagnatie veroordeeld.

In zijn boek over ‘Russia’s crony capitalism’ – door mij hier losjes vertaald als ‘Ruslands gabber-economie’ geeft Anders Aslund, verbonden aan de Atlantic Council en Georgetown University, een systematische beschrijving van het huidige economische systeem van Rusland. Dat het een heel goed, en leerzaam boek is, verwondert mij geenszins. Ik kende Aslund in de jaren tachtig, toen hij als Zweedse diplomaat in Moskou al een uiterst lucide kijk had op de problemen van de Sovjet-economie. Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een van ’s werelds grote specialisten op het gebied van de post-communistische Russische economie. In de jaren negentig was hij zelfs een tijdje adviseur van de Russische regering.

Het gaat niet goed met de Russische economie, in Aslunds ogen. In de jaren negentig, na het einde van de communistische Sovjet-Unie dus, vond een moeizame economische hervorming plaats. Veel Russen bewaren daaraan slechte herinneringen: bendes en geweld leken alom tegenwoordig, veel rijkdom kwam in handen van oligarchen en andere leden van de elite die de privatisering ten eigen bate wisten aan te wenden. Maar evengoed veranderde de economie in een markteconomie, met soms opvallend goed geleide, transparante ondernemingen..

De financiële crash van 1998, die veel Russen aan de rand van het bestaansminimum bracht, had ook een heilzame uitwerking: tot dan toe was elke poging van de hervormers in de regering (president Jeltsin, premier Gaidar, vice-premier Tsjoebajs) om de overheidsuitgaven in de hand te houden, stuk gelopen op verzet van de gevestigde belangen die op Sovjet-voet wilden voortgaan met stimulering van de economie van bovenaf, en ook weigerden de energie-prijzen te liberaliseren. Daaraan kwam na 1998 een einde omdat dit gat in de hand van de overheid mede debet was aan de ineenstorting. Toen Poetin in 2000 president werd, nam hij een in veel opzichten florerende en zich ontwikkelende economie over van in essentie private ondernemingen en gezonde staatsfinanciën. Op dat moment leek het alsof Rusland zich tot een in economisch opzicht ‘normaal’ land zou kunnen ontwikkelen.

Tussen 1999 en 2008 bedroeg de economische groei gemiddeld 7 procent. Tussen 2000 en 2013 zijn de salarisen in Rusland ongeveer vertwaalfvoudigd. Nog in 2003 kwam 70 procent van het Russische bnp uit de private sector, die meestal goed en innovatief geleid werd – ook door de vermaledijde oligarchen. Tijdens Poetins eerste ambtstermijn vond een succesvolle belastinghervorming plaats en ook de rechtszekerheid voor ondernemingen werd geleidelijk beter, bijvoorbeeld ten aanzien van landbezit.

Maar tijdens Poetins tweede ambtstermijn bleek dat deze een geheime agenda had. Tussen 2004 en 2008 werd duidelijk dat hij afstevende op een vorm van staatskapitalisme. Privatiseringen en hervormingen kwamen tot stilstand. Er zette een proces van centralisering in, met als duidelijkste voorbeeld de onteigening van de oliemaatschappij Joekos van Chodorkovski, die zijn verzet met jaren strafkamp moest bekopen. Grote buitenlandse ondernemingen die zich in Rusland hadden gevestigd of belangen van betekenis hadden genomen – zoals Shell of BP – werden het land uit gepest. Aan de rechtszekerheid in het economisch leven kwam een einde, onder andere door de samenvoeging van economische rechtbanken met andere.

Met harde hand, als een oligarch niet afstand wilde doen van de vruchten van zijn arbeid, ontstonden enorme staatsbedrijven. Zakelijke transacties werden vaak bepaald door beweerde belastingvorderingen of al of niet vergezochte strafrechtelijke procedures wegens fraude. Op die manier ontstonden de grote staatsbedrijven die tot de huidige dag de Russische economie domineren: de oliemaatschappij Rosnjeft, Gazprom, Rosatom (dat kerncentrales bouwt en exploiteert) en Rostec (defensie-industrie). Van de handelsbanken bleven er maar een paar over, die door de staat of de gabbers gedomineerd worden. De hoge olieprijs in deze jaren maakte dat voor de staat de bomen tot de hemel leken te groeien.

Deze staatsbedrijven werden, net als de rest van de economie, zwaar getroffen door de mondiale crisis van 2008. Anders dan in 1998 reageerde de staat in 2008 niet met hervormingen op de crisis, maar met een gigantisch programma van bail-outs, dat in totaal vijftig miljard dollar lijkt te hebben gekost. Het resultaat was vrij slecht. In 2009 kromp het bnp met 7,8 procent. Er verdwenen miljoenen arbeidsplaatsen – een ontwikkeling die tot op heden doorgaat. Russische ondernemingen verloren aan competitief vermogen op de wereldmarkt. Internationale sancties, vooral na de inname van de Krim in 2014, sneden Rusland vervolgens verder af van technologie-importen die innovatie en dynamiek hadden kunnen brengen. Terwijl ambitieuze jongeren en bollebozen op allerlei gebied in het buitenland een goed heenkomen zoeken, en elk jaar zo’n tien procent van het bnp het land verlaat richting belastingparadijzen, is de economische groei sinds 2009 bijna tot stilstand gekomen: gemiddeld één procent per jaar.

Aslund meent dat dit alles niet het gevolg is van tegenslag of improvisatie met ongelukkige gevolgen, maar het resultaat van weloverwogen strategie. En hier komt de gabber-economie op de proppen: Poetins economisch systeem drijft op de vertrouwensrelaties binnen een relatief kleine groep machtigen en rijken, die gemeen hebben dat zij een soms al decennia teruggaande persoonlijke verhouding hebben tot president Poetin – gabbers dus die voor hun positie volkomen van de president afhankelijk zijn, omdat hij over de middelen beschikt hen te maken of te breken.

Het systeem trad voor het eerst duidelijk aan het licht in de periode 2008-2012, toen Poetin formeel geen president maar premier was. De gabbers zijn overal: in de steeds machtiger veiligheidsdiensten en andere delen van het geweldsapparaat die als organen van staat steeds meer de plaats hebben ingenomen van democratische instituties, in de directies van de staatsbedrijven en andere grote ondernemingen.

Bedrijven die aan de gabbers toevallen, raken ten prooi aan ‘asset stripping’: de gabbers krijgen de bedrijven, soms staatsbedrijven, voor een schijntje in handen en verdienen dan enorme bedragen door het tegen goed geld doorverkopen van delen van het bedrijf. Een sterk voorbeeld is Gazprom, waarvan de marktwaarde is gezakt van 369 miljard dollar in 2008 naar 60 miljard nu, zonder dat dit de positie van CEO Aleksej Miller ook maar in het geringst kwaad heeft gedaan. Veel geld wordt door de gabbers ook verdiend aan grote staatsopdrachten voor de bouw van bruggen, gaspijpleidingen en gebouwen (en kinderspeelplaatsen) – zonder competitie bij de aanbesteding en tegen zwaar overdreven prijzen. Als Poetin buiten de begroting ergens geld voor nodig heeft, hoeft hij maar met zijn vingers te knippen, en reeds stromen de ‘vrijwillige’ bijdragen in miljoenenhoogte binnen. Weigeren zou gelijk staan aan het slachten van de kip met de gouden eieren.

Macht en zelfverrijking zijn de twee grondprincipes van dit systeem. Economische groei, efficiency en de positie van Russische consumenten zijn van ondergeschikt belang. Het reëel besteedbaar inkomen van de gemiddelde Rus is sinds 2009 met ongeveer dertien procent afgenomen. In verband met het risico van toenemende ontevredenheid in de bevolking neemt het belang van de diverse gewelds- en veiligheidsorganen steeds verder toe, terwijl kritische media verregaand gemarginaliseerd zijn. De moord op Boris Njemtsov in 2015 heeft aangetoond, dat er in Rusland weliswaar nog vrijheid van meningsuiting bestaat, maar het beter is voor je gezondheid kritiek op Poetin en het systeem een beetje binnen de perken te houden.

Het enige eigenlijk wat nog over is van de liberale periode tussen 1998 en 2004 is het conservatieve financiële beleid. De staat streeft naar een sluitend budget, overschotten worden opgepot in fondsen voor noodgevallen, er zijn omvangrijke goud- en valutareserves, de staatsschuld is klein. Poetin en de zijnen hebben de les van 1998 geleerd: financiële instabiliteit leidt tot politieke instabiliteit. En dat is het laatste wat Poetin en zijn gabbers willen.

De geschiedenis leert dat een dergelijk systeem ondanks alle stagnatie het heel lang kan volhouden. De selectieve repressie, de ontmanteling van democratische instituties en de macht over de media maken het vrijwel onmogelijk om effectieve oppositie te organiseren. De intellectuele en stedelijke elites lijken – sinds hun demonstraties tegen verkiezingsbedrog in 2011 en 2012 werden onderdrukt – het geloof in Poetin verloren te hebben, maar de president vindt het duidelijk niet nodig dat vertrouwen te herwinnen. Liever verliest hij zich in historische kitsch-praatjes, over autoritaire tsaren van weleer, of de Russische orthodoxie die het volk een bijzonder talent voor lijden heeft geschonken. Er zijn ongetwijfeld veel Russen die dat mooi vinden, maar het zijn niet de groepen die voor economische dynamiek kunnen zorgen.

Een ander probaat middel om de band tussen leider en volk te herstellen is sinds jaar en dag natuurlijk het voeren van een kleine, succesvolle oorlog. Maar daarmee moet je voorzichtig zijn: de annexatie van de Krim was een groot succes, maar Poetins succesvolle ingrijpen in de Syrische burgeroorlog heeft onder Russen niet tot noemenswaardig enthousiasme geleid. En een verloren oorlog heeft in het Russische verleden menigmaal tot het soort ‘regime change’ geleid dat Poetin tot elke prijs wil voorkomen – de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905, de Krim-oorlog 1853-1856, Afghanistan 1979-1989.

Rusland een oligarchie noemen, is onjuist – meent Aslund. Autoritaire kleptocratie lijkt hem een betere aanduiding, en dan eentje met aristocratische neigingen: onder de gabbers is de trend waarneembaar om hun kinderen de leiding te geven over hun ondernemingen wanneer deze eenmaal zijn teruggekeerd van de universiteiten in het Westen waar zij hun opleiding hebben genoten. In de autoritaire kleptocratie staat in zekere zin alles in het teken van continuïteit en rust.

Een van onbedoelde effecten van het Kremlin-beleid is een toenemende economische isolatie. Voor een deel is die maar schijn natuurlijk: Rusland is in hoge mate afhankelijk van zijn energie-exporten, en is onderhevig aan schommelingen van prijzen op de wereldmarkt. Ook is – anders dan in de Sovjet-periode – de roebel convertibel. Maar met het weglopen en wegpesten van buitenlandse investeringen lijkt Rusland in toenemende mate economisch op zichzelf terug geworpen. De vorming van een Economische Unie van ex-Sovjetrepublieken, naar het voorbeeld van de Europese Unie, verloopt uiterst moeizaam. Het Rusland van Poetin doet graag alsof het economisch op ooghoogte staat met de Europese Unie of China, maar alle betrokkenen weten dat dat niet waar is: behalve op het gebied van kernwapens is Rusland in vrijwel iedere internationale relatie ‘junior partner’.

En op één punt is de binnenste cirkel van het regime zelfs extreem afhankelijk van de buitenwereld: het achterover gedrukte geld moet ergens veilig worden geparkeerd, en dat kan alleen buiten Rusland, omdat in Rusland niet voldoende rechtszekerheid bestaat. Naar schatting bevindt 800 miljard dollar van het totale Russische vermogen zich in het buitenland. Het verlaat Rusland via banken in landen met een laks of lankmoedig bankregime, zoals Cyprus, of Malta, of de Kaaiman-eilanden, of eventueel zelfs Nederland. De geldstromen zijn dikwijls geanonimiseerd, met behulp van allerlei brievenbusfirma’s waarvan de eigenaren moeilijk zijn te achterhalen. Het eind van de keten bevindt zich vaak in de Verenigde Staten of Groot-Brittannië – landen waar bankrekeningen anoniem kunnen blijven en bedrijven ook. Onroerend goed in die landen blijkt een veilige, en discrete manier om geld weg te zetten.

Van die 800 miljard – ongeveer 75 procent van het jaarlijkse bnp van Rusland – behoort vermoedelijk ongeveer de helft toe aan de rijken van vóór 2004, die hun verzet tegen de gabbers-kliek hebben opgegeven en voor zichzelf en hun geld een goed heenkomen hebben gezocht. De rest komt van de gabbers van nu. Sinds de Panama-papers weten we dat ook Poetin zelf op dit gebied uiterst actief is – volgens Aslund is hij mogelijk de rijkste man ter wereld, met een vermogen in het buitenland dat ergens tussen 100 en 160 miljard dollar lijkt te liggen.

Op het eerste gezicht is dat paradoxaal – wat moeten die mannen met al die landhuizen en jachten en bankrekeningen in het buitenland, waar ze maar zelden kunnen zijn? Voor Aslund ligt de verklaring in de exclusieve verbinding tussen macht en geld in het huidige Rusland: alleen geld maakt het mogelijk macht te behouden en geld kan nu eenmaal niet veilig in Rusland zelf worden geparkeerd. Als Poetin niet de rijksten onder de rijken is, is het afgelopen met hem.

Het krachtigste wapen waarover het Westen tegenover Rusland beschikt, is dus financiële transparantie, betoogt Aslund. Naarmate meer openbaar wordt in het internationaal verkeer van kapitaal is het Poetin c.s. lastiger hun op zwart geld berustende systeem overeind te houden. Die transparantie wint in het Westen echter maar heel langzaam veld. Tot die tijd zal de wereld ermee moeten leven dat Rusland zich steeds verder weg beweegt van internationaal aanvaarde normen – economisch en naar te vrezen valt ook op veel andere gebieden. De droom van convergentie tussen Oost en West is vervlogen.

Anders Aslund: Russia’s crony capitalism. The path from market economy to kleptocracy. Yale University press, New Haven / London 2019.

Afbeeldingen. Optisch doet de Russische economische structuur soms denken aan die van de voormalige Sovjet-Unie. De president houdt er namelijk van om fabrieken te bezoeken, compleet met een streng gesprek met de bedrijfsleiding en een ongedwongen bedoeld gesprek met de mensen op de werkvloer. Op de foto’s bij dit blog zien we Poetin bij een bakkerij in Samara, bij de opening van een nieuwe Mercedes-Benz fabriek in Jesipovo bij Moskou (in gezelschap van de Duitse minister van economische zaken Peter Altmaier), bij het bedrijf Biokad in Sint-Petersburg waar een anti-verouderingspil in ontwikkeling is (in gezelschap van de voormalige Kazachstaanse president Noersoeltan Nazarbajev), en bij Oeralvagonzavod in Nizjni Tagil, waar treinwagons gebouwd worden. Ook een beeld uit het Kremlin, 8 mei jongstleden: Poetin zit de Commissie voor Grote Werken voor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: