Van clown tot dictator

Toen ik op Twitter de ‘thread’ van David Rothkopf las waarnaar hieronder wordt verwezen, had ik een gevoel van ..uh.. bevrijding. Gelukkig ben ik dus niet de enige die in Trump meer ziet dan een tijdelijke afwijking van de geschiedenis, een belachelijke clown of een symptoom van crisis van de democratie. We hebben te maken met regelrechte putsch tegen de democratie. Tegen de vrede. Tegen elke notie van waarheid en menselijke waardigheid. Natuurlijk, Trump zelf is een lachwekkende figuur, en dom bovendien ook. Hij heeft nog nooit een boek gelezen.

Maar de onderneming waaraan hij begin 2017 begonnen is, leent zich nauwelijks voor humor. Niet alleen vanwege de dagelijkse resultaten van zijn beleid: kinderen die aan de grens van hun ouders worden gescheiden, de plundering van het Amerikaanse staatsbudget ten gunste van de toch al rijken met een torenhoge staatsschuld en toekomstige kredietcrisis als gevolgen, de ondergraving van het Atlantisch bondgenootschap, de vrijbrief voor schending van mensenrechten overal ter wereld, de sabotage van elk mondiaal klimaatbeleid en nog zo wat meer.

Nee – dat gevoel heb ik vanaf het begin gehad bij Trump: er wordt hier een welbewuste poging gedaan een eind te maken aan de democratie, en deze te vervangen door een autocratisch, autoritair, ondemocratisch politiek systeem. Het gedoe nu over de muur aan de grens met Mexico – de kwestie die speelt terwijl ik dit schrijf – heeft niets te maken met grensbewaking of de bestrijding van illegale immigratie. Het is een list om de gedachte aan bestuur middels noodtoestand ingang te doen vinden, zoals Erdogan dat in Turkije gedaan heeft. Rothkopf, een linkse Amerikaanse politicoloog, geeft naar mijn idee goede voorbeelden van de Trumpiaanse systematiek: de neiging om op belangrijke posten ‘tijdelijke’ benoemingen te plaatsen bijvoorbeeld, zodat je minister van Justitie, en die van Defensie niet door de Senaat goedgekeurd hoeven te worden.

Het is dus uur U. Dat Trump aankondigt dat de VS zich terugtrekken uit de Navo, en Europa aldus aan Russische pressie uitleveren, lijkt me voornamelijk nog een kwestie van tijd – het was vrij duidelijk dat ex-minister Mattis daarop zinspeelde in de brief waarmee hij onlangs ontslag nam. En omdat de VS in het verleden zo’n grote rol hebben gespeeld in de wereld, en bij de verdediging van alles wat in Europa als democratisch, vrij en welvarend kan gelden, vormt het plotseling wegvallen van de beschermheer overzee ook voor ons een acute bedreiging. Om nog maar te zwijgen over de waarschijnlijkheid dat Trump ergens een oorlog begint om daarmee zijn greep op de macht te verstevigen. Als de Russische president Poetin opnieuw overgaat tot een expansieve actie, in de overtuiging dat zijn pupil Trump de Amerikaanse bondgenoten toch wel zal verraden, hoeven we op steun uit Washington niet te rekenen.

Ik heb, zoals gezegd, deze vrees al langer. Eigenlijk sinds Trumps inauguratierede in februari 2017, die over de ‘American carnage’ waaraan nu een einde zou komen. Het was nog niet eens zozeer de feitelijke tekst, maar meer de geest waarin de toespraak was geschreven. De werkelijke auteur was, zoals bekend, Steve Bannon, een extreem-rechtse meneer die heeft gezegd te werk te gaan volgens ‘leninistische principes’. We weten wat die zijn, want Lenin heeft ze in 1917 in de praktijk gebracht: gebruikmakend van een in Rusland toen nog zwakke parlementaire democratie, werd een autoritair stelsel zonder weerga ingevoerd, dat vrijwel onmiddellijk begon aan de fysieke liquidatie van degenen die tegen deze ontwikkelingen hun stem durfden te verheffen.

Overdrijf ik niet een beetje? Misschien heeft de Amerikaanse democratie wel waarborgen genoeg om van Trump een anomalie in de geschiedenis te maken. En de Trump-stemmers, de verliezers van de moderne economie, hebben toch wel zeker het recht om achter iemand te staan die hun onvrede tot uitdrukking brengt? En meer in het algemeen: hartgrondig pessimisme en onheilsvoorspellingen hebben altijd iets verdachts en misschien wel belachelijks. Het is beter om constructief te denken en je niet te laten verlammen door de gedachte aan een zich voltrekkende catastrofe. Dat zijn zo’n beetje de argumenten om mijn mond te houden over wat ik denk dat zich nu voltrekt. Op bijna geen enkel feestje in de afgelopen twee jaar heb ik mensen getroffen die het over Trump en de rampen van nu wilden hebben. Dat zou ook verdomd ongezellig geweest zijn. Dansen op de rand van de vulkaan? Kom kom. De onheilsprofeet is niet het succes van het feestje.

Dat was in de jaren dertig niet anders. Geen paniek zaaien. Niet provoceren want een nieuwe wereldoorlog wil niemand. Duitsland is echt niet het enige land in de wereld waar de positie van joden als min of meer problematisch wordt ervaren. Zo’n Hitler houdt radicale praatjes omdat je zonder megafoon nu eenmaal niet aandacht en de macht kunt verwerven, maar de ‘adults in the room’ van de Duitse politiek zullen er wel voor waken dat het niet uit de hand loopt. Duitsland is ook eigenlijk wel toe aan een soort herleving, al neemt die nu misschien een beetje absurde vormen aan. Je hebt allerlei verschillende soorten Duitse nationaal-socialisten, gematigde krachten als Goering naast opgewonden revolutionairen als Goebbels. Misschien ergens wel begrijpelijk dat Hitler meent dat Duitsers buiten de landsgrenzen eigenlijk een plaats moeten krijgen binnen Duitsland zelf. Vooral geen slaap verliezen over Duitsland, constructief en hoopvol blijven. Er zijn meer belangrijke onderwerpen in de wereld dan de ontwikkeling van Hitler-Duitsland.

De Franse media-criticus Daniel Schneidermann heeft talloze voorbeelden van deze relativeringen opgediept in zijn aardige boek ‘Berlin 1933, la presse internationale face à Hitler’. De studie heeft wellicht niet de academische systematiek waarop je zou hopen, maar daar staat tegenover dat de auteur zijn verbazing uitstekend op de lezer weet over te brengen. Vooral Franse en Amerikaanse kranten uit de jaren dertig heeft Schneidermann doorgespit om te zien hoe deze over de opkomst van Hitler berichtten, en over de plannen voor oorlog en jodenvernietiging van dit Duitsland. Het beeld is nogal ontluisterend, vooral in keurige, democratisch-gezinde en burgerlijke media, die van enige sympathie voor het fascisme en nationaal-socialisme absoluut niet verdacht kunnen worden.

Schneidermann beschrijft de berichtgeving vooral rond een aantal sleutelmomenten: de machtsgreep van 1933 natuurlijk, de Nacht van de Lange Messen in 1934, de Neurenberger rassenwetten van 1935, de ‘Kristallnacht’ van 1938. De nieuwsgierigheid van de auteur is gewekt door de summiere manier waarop de, in veel opzichten voortreffelijke New York Times nogal onderkoeld verslag blijkt te hebben gedaan van de avonturen van deSt. Louis in 1939, een schip vol joodse vluchtelingen uit Duitsland (waaronder de moeder van de Nederlandse auteur Arnon Grunberg) die de toegang tot de Verenigde Staten en later Cuba geweigerd werd, zodat ze in arren moede moesten terugkeren naar Europa.

Die bescheiden coverage in de NYTis te meer opmerkelijk, waar de krant in joodse handen was, denkt Schneidermann in zijn (en onze) naïviteit. De familie Sulzberger, tot op de huidige dag eigenaren van deze krant, zouden toch zeker wel geweten hebben hoe nijpend de situatie was voor Duitse joden. Maar zo werkte dat niet natuurlijk: ter waarborging van de objectiviteit is het eerder noodzakelijk om de eigen sentimenten enigszins op afstand te houden. Deze op zich loffelijke, kritische benadering heeft ook in de eigenlijke oorlogsjaren een grote rol gespeeld. Met name vanaf 1938 waren er informaties over massale deportatie van Duitse joden, en in de jaren daarna van de industriële wijze waarop joden in de kampen massaal werden vermoord. Maar in de meeste gevallen kwam dit nieuws uit joodse bronnen, in de VS en daarbuiten. Dat bracht de serieuze pers tot terughoudendheid.

Vooral gebruikmakend van mémoires vertelt Schneidermann over de wereld van internationale correspondenten in de jaren na 1933. Er bestond geen formele censuur vooraf, maar achteraf werd er wel af en toe iemand uitgewezen, als hij al te levendig had bericht over – om een voorbeeld te noemen – het dagelijkse geweld van SA-leden in de straten van Berlijn en andere steden. Dat overkwam bijvoorbeeld Edgar Mowrer van de Chicago Daily News, en Dorothy Thompson. Deze buitengewoon interessante dame was goed thuis in Duitse literaire kringen en had nota bene in 1931 Hitler geïnterviewd. ‘I saw Hitler’  heette het boek waarin zij de toekomstige dictator van Duitsland beschreef in weinig flatteuze termen: “He is formless, almost faceless, a man whose countenance is a caricature, a man whose framework seems cartilaginous, without bones. He is inconsequent and voluble, ill poised and insecure. He is the very prototype of the little man”. Merkwaardig genoeg is dat ‘kleine man’ haar later in de VS kwalijk genomen, omdat zij Hitler zou hebben onderschat. In 1934 werd zij uitgewezen.

De buitenlandse correspondenten hadden een ‘Stammtisch’in het niet meer bestaande café Tavernein de Kurfürstenstrasse 124 in Berlijn, waar met enige regelmaat ook nazi-prominenten aanschoven, voor de broodnodige gesprekken ‘off the record’. Later richtte Goebbels zelfs een heuse buitenlandse persclub in, met thé dansant op zondagmiddag. Zo’n setting bevordert natuurlijk niet echt een harde benadering door de correspondenten, maar Schneidermann vermijdt het de situatie als een conspiratie van zwijgers te beschrijven. De correspondenten, suggereert hij, berichtten naar eer en geweten – het had alleen allemaal wel wat feller gekund, en op een meer opvallende plaats in de krant – in het licht van wat we nu weten over het vervolg van de geschiedenis. Jammer genoeg heeft de Franse mediacriticus geen weet van Max Blokzijl, de correspondent van het Nederlandse Algemeen Handelsblad in Berlijn, die na 1933 in het geniep lid was geworden van Hitlers partij, de NSDAP.

In de eerste jaren na de machtsovername waren propagandaminister Goebbels en zijn mannen – waaronder Hitlers vroegere perssecretaris Ernst Hanfstaengl, die in 1937 naar Londen vluchtte en later adviseur werd van de Amerikaanse president Roosevelt – erop gebrand dat sommige kenmerken van het nazi-regime niet al te zeer benadrukt zouden worden. Zo probeerde men bijvoorbeeld bij de Franse rechter een piratenuitgave van Mein Kampf uit de handel te laten nemen, omdat Hitler in zijn boek nogal was uitgevaren tegen de Franse ‘erfvijand’ en men zulke uitlatingen op dat moment minder gewenst vond. Ook berichtgeving over het antisemitisme van de nieuwe overheid, en de angst en excessen die daarvan het gevolg waren, werd door Goebbels c.s. geenszins aangemoedigd.

Misschien was het mede daardoor dat de afkondiging van de Duitse rassenwetten op het nazi-partijcongres van Neurenberg in het buitenland geen groot nieuws vormde. Dat Hitler en de zijnen antisemieten waren, was immers niet echt nieuws meer, en er was een concurrerend groot internationaal nieuwsverhaal in de vorm van Mussolini’s inval in Abessinië. De lead van de berichten over het partijcongres behelsde meestal niet de rassenwetten, maar de invoering van de hakenkruisvlag als de nationale vlag van Duitsland. Later kregen de binnenlandse verwikkelingen in Duitsland in de krantenkolommen ernstige concurrentie van de Spaanse burgeroorlog.

Er is over van alles keurig bericht dus, met af en toe een uitschieter naar onderen en naar boven – overdreven begrip voor de nazi’s, of juist heftige veroordeling. De rolverdeling was daarbij vaak onverwacht. Schneidermann citeert artikelen van de socialistische leider Léon Blum en de jonge Raymond Aron (die nota bene in 1933 in Duitsland studeerde) – twee onverdachte democraten die waarschuwden tegen overhaaste conclusies inzake Hitler-Duitsland. 

Een zeer alarmerend artikel daarentegen verscheen in juni 1938 juist in de rechtse krant Le Figaro. Onder de kop ‘Que voulez-vous faire des Juifs?’ waarschuwde – maanden voor de ‘Kristallnacht’ – de schrijver Georges Duhamel, lid van de Académie Française, tegen een waarschijnlijke, grootscheepse vervolging van de Duitse joden. Hij zou gelijk krijgen. Een andere zeer kritische geest was Hubert Beuve-Méry, de latere grondlegger van Le Monde’na de oorlog, die in ‘Le Temps’, een dagblad in handen van de baronnen van de staalindustrie, een gespierd betoog tegen het akkoord van München schreef onder de kop: ‘La Trahison de la France’. Althans, dat was de oorspronkelijke titel van zijn bijdrage. De bureauredactie, beducht voor al te drieste conclusies over de verkwanseling van Tsjechoslowakije aan Hitler, maakte er ‘Victoire de la paix ou trahison?’ van.

Veel van de berichtgeving over Nazi-Duitsland in de jaren dertig wordt gekenmerkt door zelfcensuur: dingen die je wel weet niet opschrijven of dingen die je heel erg vindt een beetje onderkoeld opschrijven. Zelfcensuur moet natuurlijk ferm veroordeeld worden. Maar in de praktijk van journalistiek ligt het, vrees ik, toch iets ingewikkelder. De lezer, eenmaal kennis genomen hebbende van het volstrekt onaanvaardbaar of stuitend of sinister karakter van een regime of een of andere toestand, is er niet voor geporteerd dat hem dat dagelijks wordt ingepompt. Zeer terecht vraagt de serieuze krantenlezer om een primaat van een zakelijke behandeling, waarbij een moreel oordeel aan hemzelf wordt overgelaten. De ergste dingen die een correspondent ter ore komen, zijn bovendien in veel gevallen zaken die hij bij geruchte verneemt – hetgeen ook zonder censuur of dreiging van represaille uitnodigt tot een terughoudende berichtgeving.

En zelfs als de correspondent uit de eerste hand en eigen waarneming zijn werk kan doen, is nog niet altijd evident hoe je met het materiaal moet omgaan. In Schneidermanns boek wordt dat pijnlijk duidelijk als in 1934 correspondenten een bezoek mogen brengen aan de gevangen gezette journalist-schrijver Carl von Ossietsky, sinds de jaren twintig al een prominent criticus van Hitler en de nazi’s. Von Ossietsky liet de bezoekers weten dat hij veel las en beklaagde zich over de beperkte keuze in de kampbibliotheek. Zij tekenden dat trouwhartig op – wat moesten ze anders? Ze konden vermoeden, maar niet vaststellen dat de beroemde man, die in 1936 de Nobelprijs zou krijgen, zo gemarteld werd dat hij in 1938 mede aan de gevolgen daarvan zou overlijden.

(Ik moest daaraan denken toen ik van de week op RTL-Nieuws een reportage zag over de politieke ‘heropvoeding’ van Oejgoeren in China. Volgens sommige berichten zijn er wel een miljoen leden van deze nationale minderheid in kampen en gevangenissen opgesloten in een poging van de Chinese regering om autonomistische en moslim-fundamentalistische neigingen onder de Oejgoeren de kop in te drukken. Dat werd in de reportage ook niet ontkend, maar in beeld kwamen Oejgoeren die in frisse klaslokalen de cultuur der Han-Chinezen bestudeerden en desgevraagd getuigden dat ze hadden ingezien dat ze ten onrechte in het verleden ontvankelijk waren geweest voor verkeerde ideeën).

Dus als ik u nu vertel dat Trump, en Poetin trouwens ook, naar mijn stellige indruk een acute bedreiging vormen voor onze vrijheid en onze welvaart en dat het me zou verwonderen als wij als Nederlanders over tien jaar nog in democratie en vrede leven – en dat het urgent is ons te weer te stellen tegen deze ontwikkelingen? Als u mij goed gezind bent, en dat neem ik aan want anders had u het eind van dit stukje vermoedelijk niet gehaald, neemt u daar wellicht kennis van. Misschien vindt u het zelf ook wel, of deelt u mijn zorgen, of ziet u het anders. Maar bij een wekelijkse waarschuwing verliest u de belangstelling. Groot gelijk.

Daniel Schneidermann: Berlin 1933, la presse internationale face à Hitler. Seuil 2018.

De gespierde twitter-thread van David Rothkopf staat hier: https://threadreaderapp.com/thread/1083110256174157826.html?fbclid=IwAR0czOJehmEQS-DoqG9d4yAOLf5XQX1woTXh7Rz79kVsp1eKUVe12-83lRc

Rothkopf heeft trouwens een buitengewoon leuke podcast, Deep State Radio geheten, waarin – zoals dat hoort aan de rand van de vulkaan – veel wordt gelachen: https://deepstateradionetwork.com

Afbeelding boven: de covers van Time’s jaarlijkse ‘person of the year’ verkiezing, de edities 1938 en 2016. Onder: straatbeeld in Berlijn 1933

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: