Heldring: niet van de wijs

(9-9-2018)

Het moet niet meevallen een aardige biografie te schrijven van J.L. Heldring (1917-2013), voormalig hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant en NRC Handelsblad en – dat vooral – auteur van de column Dezer dagen, tot kort voor zijn overlijden in 2013. Want welke grote kwaliteiten je Heldring ook kunt toedichten – een kleurrijke bohémien was hij geenszins. Uit zijn werk en leven spreken een burgerlijke betrouwbaarheid en, in zekere zin, rechtlijnigheid die eigen waren aan een deel van de Nederlandse elite. Anderen mochten dan wellicht hun ideologische avontuurlijkheid en wanen van de dag botvieren. Op de achtergrond waren er steeds mannen als Heldring, die zich niet van de wijs lieten brengen. Dat gaf ze iets saais natuurlijk, maar tegelijkertijd moet je er niet aan denken wat er zonder hen van de natie, of hun krant, terecht gekomen zou zijn. 

In dit licht moet gezegd dat Hugo Arlman van Heldring een erg goede en bewonderenswaardige biografie heeft geschreven. Zo’n 4400 columns lezen of althans sorteren – ga er maar aan staan. Arlmans boek munt vooral uit in de systematische beschrijving van Heldrings denkwereld, zoals die uit al die columns, en incidentele bijdragen elders, blijkt: het heilig geloof in de Atlantische gedachte als fundament van de naoorlogse Europese ordening, afkeer van de Gaullistische benadering van Europa, voorzichtige steun voor de Europese eenwording gepaard aan zorg over een al te zware rol voor Duitsland en op den duur een mogelijke heroriëntering van Duitsland in oostelijke richting. En dan waren er natuurlijk – vooral in later jaren – de regelmatige klachten over slecht taalgebruik, waarmee Heldring zich ook onder hen die de ins en outs van de buitenlandse politiek wellicht minder hoog in het vaandel hadden, talrijke fans verwierf. Zonder dat dit ooit ergens geformaliseerd was, belichaamde Heldring eigenlijk NRC Handelsblad zoals dat door velen graag werd gezien: bij voortduring weloverwogen, veel ener- en anderzijds, recht door zee voor redelijkheid en democratie, wars van onbezonnenheid.

Allemaal heel bewonderenswaardig, maar zonder enige spanning en sensatie en waan van de dag is het moeilijk om een leuke krant te maken. Arlman schrijft dat Heldring in de jaren zestig NRC-hoofdredacteur Stempels verweet te weinig newsy te zijn. Maar toen ik zelf (in 1978) bij NRC Handelsblad kwam te werken, deden over Heldrings eigen dédain voor het nieuws nog steeds sterke verhalen de ronde. Ook waren er op de redactie toen nog redacteuren die Heldring als hoofdredacteur van de oude NRC hadden meegemaakt en bijvoorbeeld vertelden hoe bij de zogeheten ochtendvergadering de afdelingschefs staande voor het bureau van de hoofdredacteur de plannen voor de krant van die avond moesten oplepelen, en de instructies van Heldring in ontvangst namen. Maar goed dus dat er bij de NRC en NRCHandelsblad later, ook nog minder verantwoorde geesten werkten, en zelfs creatieve warhoofden.

Het is bepaald niet dankzij Heldring dat NRC Handelsblad – een fusie tussen NRC en Algemeen Handelsblad – na 1970 zo’n interessante en op den duur zelfs succesvolle krant werd. Dat was vooral het werk van de in 2012 overleden hoofdredacteur André Spoor die – tegen alle krantenconventies van die tijd in – een dagblad ontwierp dat, was de ambitie, met de grote internationale bladen zou kunnen wedijveren. Een krant met een uitgebreid netwerk van buitenland-correspondenten in vaste dienst, met een dagelijkse kunstpagina en een toonaangevend Cultureel Supplement, met een dagelijkse opiniepagina, waarin de trivialia een plaats kregen op de zogeheten Achterpagina en uit de rest van de krant werden geweerd, en waar men zich niet overdreven verdiepte in binnenlandse toestanden en sport. Om dit tegendraads concept werd hij in de Nederlandse krantenwereld door velen voor gek versleten. Het wordt misschien tijd voor een goede biografie van André Spoor – die biograaf krijgt het trouwens makkelijker dan die van Heldring, want Spoor was behalve een begenadigd hoofdredacteur ook iemand met een wat onregelmatiger levenswandel.(Overigens heette, anders dan Arlman schrijft, het eerste, programmatisch hoofdartikel van de nieuwe krant ‘Onze beginselen’). 

Biograaf Arlman moet het doen met een uitgesproken rechtlijnig leven, schijnbaar zonder opvallende hoogte- en dieptepunten. Hij beschrijft dat zeer verdienstelijk, vanaf Heldrings jeugd en Leidse studententijd. Een van de weinige ‘dionysische’ momenten in Heldrings leven lijkt de lectuur van Prometheus van Carry van Bruggen – verder lijken de kunsten en andere, potentieel psychologisch destabiliserende zaken grotendeels aan hem voorbij gegaan. (Even terzijde: het Leidse dispuut Exercendo stelt zich, anders dan de biograaf schrijft, niet ‘uiterste welsprekendheid’ ten doel, maar ‘uiterlijke welsprekendheid’, een negentiende-eeuwse uitdrukking voor spreken in het openbaar). Een van de weinige saillante feiten in de biografie is dat Heldring, nog in de NRC-tijd, een reis naar de Sovjet-Unie ondernam, betaald door en in opdracht van de Inlichtingendienst buitenland, de spionage-afdeling van het ministerie van Buitenlandse zaken. Ook voor de verhoudingen van die tijd lijkt dat toch een vrij bezwaarlijke gang van zaken.

Arlmans biografie berust grotendeels op de geschriften en archieven van Heldring zelf, aangevuld met getuigenissen van mensen die – krijg je de indruk – er kennelijk van hebben afgezien de overledene al te zeer het vel over de oren te halen. Dat heeft tot gevolg dat sommige scherpe kantjes in dit levensverhaal er wat bekaaid vanaf komen. Dat begint al bij de NRC. Het was geenszins normaal dat de adjunct-hoofdredacteur Heldring zich in een brief aan de directeur, de vorig jaar overleden Willem Pluygers, wendde met beschuldigingen aan het adres van de hoofdredacteur, met de – geslaagde – bedoeling om zelf hoofdredacteur te worden. Nu bij veel kranten management en redactie hoe langer hoe meer twee handen op één buik zijn geworden, valt dat misschien niet meer op. Maar in die tijd, en gelukkig nog lang daarna, was de directie een entiteit die door de redactie zoveel mogelijk overal buiten gehouden moest worden.

Uiterst summier is de biografie ook over latere gierende conflicten bij NRC Handelsblad. In oktober 1970 begon NRC Handelsblad met maar liefst vier hoofdredacteuren – twee uit elk van de gefuseerde kranten – en na een jaartje of twee was er (gelukkig), nog maar één over, de al genoemde Spoor. Dat is bepaald niet zachtzinnig gegaan, wist de tamtam ter redactie in de jaren zeventig nog. De intrige waarmee Henk Hofland, ex-hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, werd afgeserveerd en weggezet als tv-recensent afdoen als ‘een mediarel’ doet geen recht aan de gebeurtenis, lijkt me. Hetzelfde geldt voor de manier waarop Heldring in 2012 plotseling zijn column staakte. Zoals bleek uit zijn toespraak op de begrafenis van Spoor, datzelfde jaar, had dat wel degelijk te maken met het feit dat hij zich niet meer op zijn plaats voelde in de krant, die inmiddels was verkocht aan lieden die de NRC meer waardeerden om zijn commerciële- dan om zijn redactionele kwaliteiten.

Die laatste ontwikkeling, die leidde tot een grondige verandering in het karakter van de krant en een radicaal eind aan de autonomie der redacteuren die tot dan toe tekenend was geweest voor de sfeer, maakt dat ik De eeuw van J.L. Heldring niet zonder een zekere nostalgie heb gelezen. Het zij verre van mij kwaad te spreken van het huidige NRC Handelsblad – er werken daar nog steeds veel uitstekende mensen die met grote regelmaat goeie dingen schrijven. Je kunt ook geen krant maken met de ideeën van de jaren zestig en zeventig en niets is zo ergerlijk als journalisten die menen dat vroeger alles beter was. Dat neemt niet weg dat de NRC die ik gekend heb, de krant van Heldring en al die anderen, de krant die zich ondanks allerlei beperkingen en tuttigheden onderscheidde van andere dagbladen, definitief tot het verleden behoort. Het is aan de lezer om te beoordelen of dat jammer is, of een opluchting. 

Hugo Arlman: De eeuw van J.L. Heldring (1917-2013). Een biografie. Van Oorschot 2018.

Afbeelding boven: Heldring als hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamse courant. Onder: in later jaren. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: