Terug naar de wet van de jungle

(7-10-2018)

Zo’n zeventig jaar heeft hij geduurd, de historische periode van ongekende vrede en democratie en toenemende welvaart in onze streken. Maar nu voltrekt zich wat de meesten onder ons zich niet, of slechts met grote moeite kunnen voorstellen: de terugkeer naar een wereld waarin staten geopolitieke rivaliteit laten prevaleren boven onderlinge samenwerking. Het is, schrijft de Amerikaanse politicoloog Robert Kagan in zijn The Jungle grows back, een terugkeer naar de normale situatie. Het leven van de meeste mensen op aarde is, historisch gezien, immers bijna steeds gekenmerkt door regelmatige oorlogen, leven onder autocratische heersers en afzichtelijke armoede. 

Zozeer zijn we gewend geraakt aan een wereld waarin zoiets als een internationale rechtsorde leek te bestaan, en waarin langzaam maar zeker democratie veld won als meest acceptabele regeringsvorm, dat velen van ons in waan zijn gebracht dat die situatie min of meer een fase was in een evolutionair proces, een onomkeerbare stap in de menselijke geschiedenis, zoals eerder – laten we zeggen – de feodaliteit, of de industriële revolutie. Maar dat is een misvatting, betoogt Kagan nogal overtuigend: de rules based world van na 1945 – die je ook de liberale wereldorde kunt noemen – komt voor onze ogen tot een einde, nu de Verenigde Staten – de machtigste staat op aarde – onder Trump geen belangstelling meer hebben voor het behoud ervan. 

Ook andere landen zeggen in toenemende mate de democratische spelregels en de gedachte aan internationale samenwerking vaarwel. Heel duidelijk is dat in Europa, het continent dat in de vorige eeuw maar liefst twee keer het toneel was van beschaving-verwoestende wereldoorlogen. De Europese samenwerking staat op de tocht, door Brexit en door steeds meer landen waar democratie door autocratie wordt vervangen, terwijl in veel andere landen het gematigde, weldenkende midden in de politiek moet wijken voor meer heethoofdige, vaak nationalistische stromingen. Twee autocratisch bestuurde grootmachten, Rusland en China, staan klaar om van de Amerikaanse terugtrekking gebruik te maken en hun eigen geopolitieke ambities bot te vieren.

Er is niet veel fantasie voor nodig, je voor te stellen waartoe deze ontwikkelingen kunnen leiden: een wereld waarin oorlog weer een regelmatig verschijnsel is, op veel grotere schaal dan de meer beperkte gewapende conflicten die de wereld sinds 1945 heeft gezien. En een verschil met de tijd vóór 1945 is natuurlijk ook dat er nu kernwapens zijn. Dat die wapens, sinds de capitulatie van Japan, niet daadwerkelijk gebruikt zijn in een gewapend conflict was het resultaat van een toevallige constellatie, waarin de VS en de Sovjet-Unie elkaar in afschrikkingsevenwicht onderling in de houdgreep hielden. Maar die tijd is voorbij: zowel Moskou en Washington flirten nu weer met de gedachte dat kernwapens misschien tactisch of politiek ingezet kunnen worden en dreigen daar af en toe ook mee. Het uitblijven van een nucleair conflict is net zo min een historische noodwendigheid of verworvenheid als vrede, democratie, of internationale samenwerking.

Nee, een vrolijk stemmend boek is het geenszins, The jungle grows back, dat – als zo’n term niet veel misverstanden zou opwekken – ook ‘we zijn weer aan de heidenen overgeleverd’ zou kunnen heten. Kagan is een belangrijke vertegenwoordiger van de rechtse intellectuele stroming in Amerika die de ‘neocons’, de neo-conservatieven, genoemd wordt. Hij heeft, net als veel andere neocons, inmiddels zijn lidmaatschap van de Republikeinse Partij opgezegd, omdat die partij onder president Donald Trump een isolationistische koers vaart, en een buitenlands-politieke en militaire koers voorstaat die meer geïnspireerd lijkt door de rücksichtsloze geopolitiek van landen als Rusland en China, dan door de wens om de liberale wereldorde overeind te houden. Het basisprobleem, denkt Kagan, is dat in de VS en daarbuiten de liberale wereldorde ten onrechte gezien wordt als een vanzelfsprekendheid, terwijl zij in werkelijkheid een gelukkige historische uitzondering is. De inspanningen om deze wereldorde overeind te houden – die in de praktijk vooral neerkomen op de wereldmacht Verenigde Staten – worden daarom niet meer waargenomen als zinvolle uitgaven en investering in de toekomst. Voor de VS geldt dat zij door hun geografische locatie makkelijk in de waan kunnen raken dat ze met de rest van de wereld eigenlijk maar weinig te maken hoeven hebben. 

De geschiedenis toont anders aan, betoogt Kagan nogal overtuigend. Dat de VS, na in 1917 de doorslag te hebben gegeven bij de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog, zich vervolgens terugtrokken in isolationisme, bood de Europese staten ruimte om in de jaren twintig en dertig terug te keren naar het uitleven van hun oude rivaliteiten. Zo beschouwd legde het Amerikaanse isolationisme de basis voor de Tweede Wereldoorlog – het meest verwoestende militaire conflict uit de geschiedenis. Gesterkt door de ervaring van 1918 hebben de VS na 1945 zich niet opnieuw in isolatie teruggetrokken en in Europa en Azië gestreefd naar de stabiele vrede, waarbij voormalige tegenstanders als Duitsland en Japan werden ingebed in een nieuwe toekomst. Terecht, naar mijn smaak, merkt Kagan op dat dit streven vooraf ging aan de Koude oorlog – en er dus geen bijproduct van was, zoals vaak wordt gedacht. Een instabiele, tot verwoestende oorlogen geneigde wereld te vermijden is ook in de toekomst wel degelijk een Amerikaans belang, meent Kagan. 

De argumenten van deze denker, verbonden aan het Brookings Institute, hebben angstig veel overtuigingskracht. Maar Kagan huldigt natuurlijk wel een zeer Amerika-centrische redenering, die vooral lijkt ingegeven door het het aantreden van Trump, wiens naam in het boek trouwens verfrissend weinig voorkomt. Kagan, ooit warm voorstander van de tweede Amerikaanse inval in Irak, blijkt gelukkig ook niet blind voor de schaduwzijden van het naoorlogse Amerikaanse buitenlandse beleid – de leugenachtige, de Verenigde Naties passerende acties in Irak of Kosovo bijvoorbeeld, of de Vietnam-oorlog. De VS hebben het Atlantisch bondgenootschap ook altijd naar eigen inzicht ingericht, en niet als een optelsom van de strevingen van hun talrijke bondgenoten. Maar ondanks alle kritiek, bijvoorbeeld in Europa, zijn die bondgenoten de VS toch gaan zien als een onmisbare garantie voor vrede en vrijheid, bijvoorbeeld bij de beëindiging van de oorlogen op de Balkan in de jaren negentig. En de VS waren, anders dan bijna alle andere grootmachten in heden en verleden, een ‘grote broer’ waarvoor je niet bang hoefde te zijn. 

Wij zien nu voor onze ogen een wereldorde eindigen, en we weten niet wat er voor in de plaats komt. Er is geen enkele reden om te denken, dat het iets goeds zal zijn.

Robert Kagan: The jungle grows back. America and our imperiled world. Alfred A. Knopf, New York 2018

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: