Decadentie en democratie

(12-11-2017)

De Bazar de la charité was een jaarlijks terugkerend festijn in de buurt van de Champs Élysées in Parijs, en ook in het jaar 1897 weer een goed bezocht evenement, een van de hoogtepunten in het sociale leven van dit fin de siècle. . Onder het mom van liefdadigheid was het feestterrein vooral ook een plek voor mondaine ontmoetingen. Je ging er heen met je maîtresse, of met de dame waarvan je hoopte dat ze jouw maîtresse zou willen worden. 

In 1897 kende de Bazar een bijzondere attractie, naast de gebruikelijke stands voor kunstnijverheid en theetuinen: een groot, provisorisch paviljoen waar de wonderen van de cinematografie konden worden aanschouwd – film dus, een nog geen twee jaar oude uitvinding. Dan slaat het noodlot toe: in het paviljoen breekt brand uit, er blijken voor de menigte nauwelijks vluchtwegen en wanneer de rook is opgetrokken zijn er 116 doden te betreuren, waarvan 110 vrouwen.

Voor de Frans historicus Michel Winock verraadt de manier waarop de pers over de ramp verslag deed veel over de sfeer in het Frankrijk van dat moment. Die was, schrijft hij in zijn jongste boek, Décadence fin de siècle, “morbide, necrofiel en fetischistisch”. Wekenlang werd de pers niet moe de ramp en de lijken tot in de meest gruwelijks détails te beschrijven. 

Allerlei eigenaardigheden van het tijdperk zijn aanwijsbaar in de behandeling van de ‘Bazar de la charité’. De preoccupatie met dood en verderf die een goed deel van de denkende gemeente en de literatuur in zijn greep hield. De verwerping van de burgerlijke samenleving door socialisten en anarchisten: al spoedig deed het verhaal de ronde dat de fijne heren als beesten over hun vrouwelijke begeleiding waren heengestapt of hen met wandelstokken bij de schaarse uitgangen hadden weggeslagen, wat een verklaring was voor het relatief grote aantal vrouwelijke slachtoffers. De visie van de Katholieke kerk, die de ramp zag als een nieuw bewijs dat God zijn handen van Frankrijk had afgetrokken, nu de Derde Republiek de eeuwenoude band tussen Kerk en Staat (en vorst) had verbroken en de laîcité de grondslag van de staat was geworden. Ja zelfs het sterk in opkomst zijnde antisemitisme, als politieke filosofie, deed zijn voordeel met de ramp. Het feestterein lag achter de Parijse stadswoning van de bankiersfamilie Rotschild. Die werd er door de antisemieten sowieso al van beschuldigd Frankrijk en de Fransen te gronde te willen richten en kreeg nu ook brandstichting in de schoenen geschoven.

Met Décadence fin de siècle vult Winock een lacune op tussen twee eerdere boeken van zijn hand over de Franse geestesgeschiedenis. In Les voix de la liberté behandelde hij de geëngageerde schrijvers in de XIXde eeuw die – aan welke kant van de barricade dan ook – een belangrijke rol speelden bij alle revoluties, staatsgrepen, regimes die zich in deze eeuw in Frankrijk aaneen regen. Dit boek eindigde met de staatsbegrafenis van Victor Hugo in 1885, die algemeen gezien werd als de consecratie van de democratische Derde republiek – ondanks alle verschillen en verwikkelingen nog altijd de staatsvorm waaronder de Fransen nu leven. In Le siècle des intellectuels gaf Winock een beeld van de manier waarop Franse intellectuelen in de XXste eeuw ageerden – een verhaal dat begint met de affaire Dreyfus die in 1898 losbarst. 

Die boeken lieten een gat 1885-1898 achter, dat Winock nu dus heeft opgevuld, met een boek dat overigens beduidend dunner is uitgevallen dan de twee genoemde. Het is geschreven in dezelfde aangenaam-leerzame stijl als zijn andere. Winock is, eerder dan een historicus die in archieven ontdekkingen doet, eerder een begaafde en uiterst leesbare beschrijver van het grote geheel. In dit opzicht doet hij denken aan de Nederlandse historicus Henk Wesseling. 

Décadence fin de siècle vormt een nieuw bewijs, dat geestesleven en mentaliteiten zich vaak weinig aantrekken van de objectieve omstandigheden. De jaren in kwestie worden, in politiek opzicht, gekenmerkt door constructieve opbouw. Voor het eerst in de Franse geschiedenis houdt een republiek stand, kunnen de burgers aan de stembus het lot van de natie bestemmen, krijgt een moderne industriële samenleving vorm, wordt onderwijs voor allen een recht en een vanzelfsprekendheid, maken autoritaire politici en de kerk niet langer de politieke dienst uit. Niet alles is rozengeur en maneschijn: rond 1890 wordt ook Frankrijk getroffen door de economische crisis die (tot 1929) als ‘de grote depressie’ werd aangeduid. Frankrijk verliest in demografisch en economisch opzicht bovendien zwaar terrein aan het sinds 1870 verenigde Duitsland, dat bovendien sinds de verloren oorlog tegen Pruissen in 1871 de landsdelen Elzas en Lotharingen heeft ingepikt. 

De politiek van de Derde republiek moge zich dan in democratische zin ontwikkelen, onder intellectuelen – het woord zelf wordt overigens pas ten tijde van de Dreyfus-affaire uitgevonden – zijn het jeremiëren over de verloren charmes van het Franse verleden, fataal-sombere toekomstverwachtingen en het klagen over algehele decadentie van Frankrijk, de Fransen en de mens in het algemeen, troef. Winock betoogt dat vooral de houding van de Katholieke kerk hier de toon zette – de paus veroordeelde immers alles wat zweemt naar de lekenstaat en het liberalisme in brede zin. Katholieke bladen en auteurs bezwoeren dag in dag uit, dat het met Frankrijk slecht zou aflopen, dat de apocalyps duidelijk op handen was. Opvallend veel verschijningen van de heilige maagd, die niet zelden waarschuwende woorden sprak in deze richting, vormden het beste bewijs.

Voor veel schrijvers in het literaire segment was de bekering tot het katholicisme, liefst in zijn meer extatische vorm, nog steeds een belangrijk referentiepunt. Op de voet gevolgd door generaal Boulanger, een Donald Trump-achtige figuur, die eind jaren tachtig allerlei ressentimenten en ongenoegens wist te mobiliseren in een politieke beweging waarvan het programma voornamelijk uit zijn persoon bestond. (De kans op een staatsgreep liet Boulanger echter, tot teleurstelling van veel aanhangers, voorbijgaan. Hij stierf in 1891 een zelfgekozen dood op het graf van zijn vroegere maîtresse in Brussel). Voor menigeen was democratie een demonstratie van onverteerbare middelmatigheid: waar was de apotheose van het grote gevoel gebleven? Niet alleen de katholieke kerk wende zich trouwens walgend af van de burgerlijke democratie. Socialisten en anarchisten waren al evenzeer de mening toegedaan, dat de gehele verrotte staat en samenleving omver geworden moeten, en zullen worden.En antisemieten zagen de republiek als een joods wangedrocht, om over de fnuikende rol van vrijmetselaars nog maar te zwijgen.

Tussen de Republiek en de republiek der letteren wilde het dus niet boteren. Winock waardeert in de zogeheten ‘decadente’ auteurs van het tijdperk, gefascineerd door de dood, of door (liefst afwijkende) seksualiteit in de eerste plaats hun kritiek op de alledaagse, concreet-politieke en maatschappelijke toestand. Gelukkig kan walging ook heel lekker en sexy zijn, wat het succes in de boekhandel van decadente romans, en van decadente schilderijen in de galerie, zeer bevorderde. Winock geeft krasse staaltjes, De roman Monsieur Vénus van ‘Rachilde’ uit 1884 bijvoorbeeld – pseudoniem van Marguerite Eymery – over de seksuele omzwervingen van een adelijke dame. Of de werken van de in Nederland meer bekende Joris-Karl Huysmans, wiens Là-bas uit 1891 over satanisme gaat, en al evenzeer over seks. 

Het is mystiek, of occultisme wat de klok slaat in de werken van schrijvers als Léon Bloy, Octave Mirbeau, Maurice Barrès, Pierre Louÿs, afgewisseld met een ruime keus aan seksuele ‘perversies’ en maar al te vaak ook antisemitisme. In de schilderkunst, constateert Winock, is vermoedelijk nooit zo vaak Salome met het hoofd van Johannes de Doper het onderwerp geweest. De zeer seksuele schilderijen van de (van oorsprong Namense) kunstenaar Félicien Rops moge op ons tegenwoordig dan de indruk maken van leuke, ondeugende afbeeldingen – in de tijd van hun ontstaan hadden ze mede de waarde van maatschappijkritiek, als een aanklacht tegen de verrotte wereld.

Elke cesuur is in geschiedschrijving tot op zekere hoogte willekeurig. Maar inderdaad kun je zeggen dat de affaire-Dreyfus een soort scheiding der geesten teweeg brengt in het denkend en creatieve deel der Franse natie, tussen hen die de republikeinse waarden, al of niet teruggaand op 1789, willen verdedigen en hen die de republikeinse waarden juist versmaden, uit naam van een meer ‘organisch’ georiënteerd nationalisme dat in de joodse kapitein de verrader wil zien – of hij nu onschuldig is aan spionage of niet.

De ‘decadente consensus’ uit de jaren 1885-1898  vervliegt aldus, maar verdwijnen doet de intellectuele scepsis jegens de republiek niet. Het merendeel der Franse intellectuelen in de jaren dertig bijvoorbeeld blijft op z’n minst zeer sceptisch tegenover de republikeinse waarden – zie Céline. Zelfs na de oorlog blijft de dichotomie in stand, zie het conflict tussen Sartre en de volbloed republikein Raymond Aron. En die afstand tussen intellectuelen en de staat bestaat in zekere zin nog steeds, al zijn er nu nauwelijks nog intellectuelen die de republikeinse waarden vierkant van de hand wijzen. Maar enthousiasme voor de concrete politiek – dat gaat de meeste schrijvers en andere intellectuelen toch duidelijk veel te ver. Bijna iedereen was opgelucht toen vorig jaar niet Lepen, maar Macron de presidentsverkiezingen won. Maar oh gruwel, Macron is, naar eigen zeggen, een liberaal en ‘liberaal’ is voor de meeste Franse intellectuelen nog steeds een scheldwoord. Wat dat betreft is er sinds het fin de siècle van de XIXde eeuw misschien niet eens zo heel veel veranderd.

Michel Winock: Décadence fin de siècle. Gallimard 2017

Afbeelding boven: krantenpagina uit 1897. Afbeeldingen onder: Salome met het hoofd van Johannes de Doper van Gustave Moreau (1884); de identificatie van deerlijk verkoolde lijken na de ramp in de Bazar de la Charité, uit Le Petit Journal, 1897.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: