Onder vrienden in Moskou

De oorlog in Oekraïne, die al meer dan drie jaar gaande is, was vanaf het begin de bron van veel verkeerde inschattingen. Om te beginnen natuurlijk bij de instigator, de Russische president Vladimir Poetin: diens verwachting dat een paar dagen militaire actie genoeg waren om in Kyiv de wet te verzetten, bleek een ernstige misrekening. Maar ook bij het Westen is menige illusie gesneuveld: dat economische sancties Rusland op korte termijn op andere gedachten konden brengen bijvoorbeeld, of dat Westerse wapenleveranties snel de doorslag zouden kunnen geven. Maar de pijnlijkste misrekening – althans voor wie Rusland en de Russen een goed hart toedraagt – is nog wel de aanvankelijke verwachting dat de Russische samenleving, gewend aan een zekere mate van welvaart en politieke stabiliteit, zich niet zou kunnen vinden in een semi-permanente oorlogstoestand en Poetin zich een lange oorlog niet zou kunnen veroorloven, op straffe van een fataal gebrek aan populariteit of zelfs maatschappelijke onrust.

Van zulke onrust is – afgezien van sporadische, met veel geweld onderdrukte betogingen aan het begin van de oorlog en rouwbetoon na de moord op de dissident Aleksej Navalny – niet of nauwelijks sprake geweest. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat Russen bloeddorstiger zijn dan andere volkeren, of zelfs maar in meerderheid enthousiast over de oorlog. Er gaan in Rusland ook vast weinig handen op elkaar voor de aangekondigde btw-verhoging waarmee de oorlogsuitgaven vanaf 1 januari mede bekostigd zullen worden. Het is ook zaak al te stellige uitspraken te vermijden over een land zonder vrijheid van meningsuiting, waar bovendien regelmatig enkelingen die kritiek op het overheidsbeleid oefenen draconisch bestraft worden.

Maar dit alles neemt niet weg dat het algemene beeld er een is van passieve steun aan de oorlog of tenminste het lijdelijk ondergaan. Dat is niet heel veel anders dan in de laatste jaren van de Sovjet-Unie (voor 1991 dus), toen het welvaart- en welzijnsniveau van de gemiddelde Rus trouwens vér onder dat van nu lag. Er was toen brede ontevredenheid maar – afgezien van enkele individuen – geen spoor van maatschappelijke onrust die een acute bedreiging van het regime zou kunnen betekenen. De veranderingen werden van bovenaf geëntameerd, in de vorm van Gorbatsjovs ‘perestroika’. Sindsdien is er natuurlijk veel gebeurd, maar tot mondig staatsburgerschap is het in Rusland niet op grote schaal gekomen. Lijdzaam ondergaat het volk de uit zijn naam gevoerde oorlog en hoopt er het beste van. Wie het er niet mee eens is, staat de weg naar gevang of emigratie open.

Hoe is deze treurige toestand ontstaan? Twee inmiddels in de emigratie levende Russische journalisten, Andrej Soldatov (1975) en Irina Borogan (1974) proberen in ‘Our dear Friends in Moscow; The inside story of a broken generation’, het spoor terug te volgen. De twee zijn vooral bekend vanwege hun naspeuringen op het gebied van de FSB en de andere geheime- en politiediensten die in het Kremlin de dienst lijken uit te maken. Al voordat zij na het begin van de oorlog in 2022 een goed heenkomen zochten (richting Londen, schrijven ze) verschenen er boeken van hun hand over dit onderwerp en bedreven ze de website agentura.ru, die nog altijd bestaat. Op het moment dat ik dit schrijf gaat het openingsartikel van de site over het feit dat de top van de FSB steeds meer uit etnisch-Russen bestaat, nogal opmerkelijk voor de veelvolkerenstaat die de Russische Federatie is.

Aan een duidelijke verklaring voor het gebrek aan verzet tegen de huidige oorlog en de steeds verder vervolmaakte politiestaat van Poetin komen Soldatov en Borogan eigenlijk niet toe. Maar ‘Our dear Friends in Moscow’ geeft wel een goed, en als je mij vraagt betrekkelijk uniek beeld van de manier waarop de wegen zich scheiden binnen een bepaald Moskous milieu, zijnde de vrienden en vriendinnen van de auteurs, allen werkzaam binnen de Russische journalistiek. Het verhaal begint in het jaar 2000, als Poetin juist het leiderschap heeft overgenomen van de zieltogende Boris Jeltsin en vrijwel onmiddellijk begint met het onder zijn gezag brengen van de media. Soldatov en Borogan – die een paar vormen – verlaten de krant ‘Segodnja’ van de oligarch Vladimir Goesinski, die door Poetin en de zijnen strafrechtelijk wordt vervolgd en gedwongen zijn media-imperium, waartoe het tv-station NTV behoort, op te geven.

Zij vinden, net als anderen uit Segodnja en nog wat jonge journalisten onderdak bij de krant Izvestija, een van de grote kranten uit de Sovjet-tijd – officieel orgaan van de Sovjet-regering – die nog altijd geacht wordt goede toegang tot de machtigen in het Kremlin, oftewel Poetin en zijn entourage, te hebben. Journalisten waren in de Sovjet-Unie deel van de maatschappelijke elite, al mochten ze dan niet veel interessants schrijven of tonen. Maar een groot deel van de hier beschreven vriendenclub bestaat uit jonge mensen die de prestigieuze opleiding journalistiek van de Moskouse Staatsuniversiteit niet hebben gevolgd. Zelfs bij Izvestija, een log instituut dat van oudsher was gevestigd in een constructivistisch kantoorgebouw aan het Poesjkin-plein, is er in deze jaren nog ruimte voor jonge honden. Al worden alle werkelijke journalistieke beslissingen gemaakt op de chefs-etage, waar gewone verslaggevers-redacteuren als Soldatov niet komen.

‘Our dear friends in Moscow’ geeft een beeld van een milieu in Moskou, waarover je volgens mij zelden over leest – een soort ‘jeunesse dorée’ in de journalistiek – waarmee overigens niets negatiefs is gezegd over de journalistieke integriteit van de auteurs van dit boek. Maar het is wel opvallend hoe groot de rol is van het milieu waaruit de jonge journalisten voortkomen – er bestaat zoiets als ‘Sovjet-adel’, waarbij de familiegeschiedenis in de Stalin-tijd nog altijd een factor van betekenis kan zijn. Soldatov zelf heeft een vader die als geleerde aan de wieg van het Russische internet heeft gestaan, en als geleerde grote bekendheid geniet. Het loopt met Aleksej Soldatov trouwens slecht af: hij krijgt een prestigieuze baan bij Roskomnadzor, de internet-beheerder van de staat, maar valt hij uit de gratie en wordt tot twee jaar kamp veroordeeld.

‘Our dear friends in Moscow’ is een verhaal van ontluistering. Een groep vrienden en collega’s die dezelfde feestjes, café’s en restaurants bezoeken, valt uiteen onder druk van de eisen die de politieke ontwikkeling, met zijn toenemende invloed van de geheime dienst FSB, aan het journaille stelt. Steeds vaker worden fake-nieuws en desinformatie in overheidsdienst de norm. De ruimte voor eerlijke journalistiek of waarheidsliefde wordt kleiner. Een vriend maakt in opdracht van de FSB leugenachtige propaganda-films voor tv. Een ander vervalt in extreem-nationalistische scheldkanonnades in een krant. Soldatov en Borogan worden ontslagen bij Izvestija en hebben steeds meer moeite journalistiek onder dak te komen bij een min of meer fatsoenlijke publicatie of website. Na het begin van de oorlog in Oekraïne in 2022 emigreren zij.

Hun overheersend gevoel over de ontwikkeling van Rusland na 2000 lijkt verwondering. Eenmaal geëmigreerd proberen ze contact te leggen met vrienden van vroeger om erachter te komen wat deze beweegt en soms lukt dat ook nog, bijvoorbeeld via telefoon- of videogesprekken op Telegram. ‘Veel [van onze oude vrienden] kozen ervoor aan Poetins kant te blijven, of ze steunden openlijk de oorlog. De dood van burgerslachtoffers in Kyiv of Odessa kon hun niet schelen. Ze voelden zich niet bedrogen of verkeerd geïnformeerd door de Kremlin-propaganda, omdat ze zelf willig deel uitmaakten van het bedrog. Wat was er gebeurd met de intelligente, goed-geïnformeerde, bedachtzame mensen die onze vrienden waren geweest?’, schrijven de auteurs.

En dan is er nog het onaangename gevoel dat je vrienden van vroeger misschien wel een veiligheidsrisico betekenen. Zo is er het verhaal van een vriend die heel graag per videogesprek met Andrej Soldatov wil spreken. Maar eerst heeft deze het gevoel dat hij de laptop zó moet neerzetten, dat hij als journalist in ballingschap zo weinig mogelijk prijsgeeft van de lokatie in het buitenland waar hij zich bevindt. Het is maar een klein, bijna onderkoeld verteld détail, dat niettemin tekenend is voor het toenemende gevoel van onveiligheid van naar het buitenland uitgeweken Russische journalisten.

Andrei Soldatov, Irina Borogan: Our dear friends in Moscow. The inside story of a broken generation. Public Affairs, New York 2025

Werk van Soldatov en Borogan is te vinden op: agentura.ru

Afbeelding: Propagandaposter voor de oorlog op het Smolenks-plein in Moskou, voor het gebouw van het Ministerie van buitenlandse zaken. De tekst luidt ‘Voor een wereld [of voor een vrede] zonder Nazisme’. De huidige politieke top in Kyiv wordt door de Russische propaganda vaak voor ‘nazi’s’ uitgemaakt. (Foto Newsweek)

Een gedachte over “Onder vrienden in Moskou

Voeg uw reactie toe

  1. Mooi stuk over de journalisten die gevlucht zijn voor het bewind van Putin dat in al zijn banaliteit zich gedraagt als destijds het bewind van Stalin. Het is belangrijk dat deze criticasters van Putin een stem in het Westen krijgen net als dissidenten van toen.

    Like

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑