Esma, afscheid van sprookjesland

(18-112-2016)

Weer is een stukje van Joegoslavië verdwenen, dit – achteraf gezien – bijna sprookjesland, waarin tientallen volkeren en culturen zo niet broederlijk, dan toch meestal vredig samenleefden. Esma Redzepova is overleden, op 73-jarige leeftijd in haar woonplaats Skopje. Haar zangcarrière omspande zo’n zestig jaar, waarvan de eerste decennia als model-zigeunerin, een meisje van eenvoudige komaf waaraan je kon zien dat ook de in de samenleving minst aanzienlijken – zigeuners dus, of rom, als u dat een betere term vindt – het vér konden brengen in de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië. 

Esma was geboren in 1943 in Skopje, toen nog bezet door de Bulgaren maar al spoedig daarna hoofdstad van de Joegoslavische deelrepubliek Macedonië. Haar vader was een katholieke zigeuner, haar moeder een moslim, en thuis spraken ze romani, de taal van de zigeuners. Esma’s oudere zus zong in café’s – een bezigheid die in rom-kringen met lede ogen als zondig werd aangezien, maar natuurlijk wel geld in het laadje bracht. Mede door de inkomsten van die oudere zus kon Esma echter de lagere school afmaken. Maar ze zong nog beter dan haar zus, en won in 1956 een zangconcours. 

Daar had ze ook de ontmoeting die haar leven zou bepalen. Stevo Teodosievski (1922-1997) had in Skopje een dansorkest gesticht, dat tevens pretendeerde ‘traditionele’ Macedonische muziek te brengen. Hij viel volkomen voor de jonge Esma, die 19 jaar jonger was dan hij, en engageerde haar als zangeres, en meer. In 1968 zouden ze trouwen, om aan de voortdurende praatjes over een zondig leven op tournee een eind te maken. Maar heel belangrijk was ook dat Teodosievski in de Tweede Wereldoorlog had gevochten aan de kant van de partisanen van Tito. Dat bood mogelijkheden in Tito’s Joegoslavië: al vlug was het Ansambl Teodosievski het orkest van de ‘traditionele’ Macedonische muziek bij uitstek, dat in heel de Federatieve Republiek optrad. En Esma was de solist – juweel van zowel de Macedonische- als de rom-natie, want ze kon ook in het romani zingen. Esma en Stevo werden van staatswege ook nadrukkelijk ingezet als voorbeeld voor zigeuner-emancipatie (ofschoon Stevo dus geen zigeuner was). Maar liefst 47 jonge zwervertjes hebben ze geadopteerd.

Toen ik Esma in de jaren negentig ontmoette vertelde ze heel trots nog eens bij de Libische leider Khadaffi op schoot te hebben gezeten – Joegoslavië was een prominent lid van de toen bestaande beweging van Niet-gebonden landen (niet-gebonden tussen Oost en West) en dat had menige buitenlandse tournee ten gevolge, of optreden in Belgrado als er een bevriend staatshoofd op bezoek kwam. Esma is op die manier een wereldberoemdheid geworden, maar omdat ik haar dus ontmoet heb, kan ik getuigen dat ze toch eenvoudig en heel erg aardig is gebleven. Toen ik haar sprak, in de eerste jaren na de ramp die het uiteenvallen van Joegoslavië voor zoveel mensen was, woonde ze in Skopje in een half-afgebouwd huis (scheelde in de belasting) en zaten haar broers en neven om half tien ‘s ochtends al aan de keukentafel met de eerste fles Johnny Walker Red Label van de dag. Midden op die tafel stond de urn met de as van haar ontslapen ontdekker-echtgenoot. 

Zigeunermuziek bestaat eigenlijk niet – overal is zigeunermuziek een exotisch op smaak gebrachte versie van de plaatselijke muziek – dus strijkjes in Hongarije, hoempa in Servië, stampdans in Spanje, om eens wat voorbeelden te noemen. Het is zelfs niet zo eenvoudig te zeggen wat zigeuners zijn – hun geschiedenis, met legenden omgeven, spot met iedereen die denkt dat je een natie of een volk in eenvoudige begrippen of geschiedverhaal kunt definiëren. Maar er zijn – in Europa sinds de Middeleeuwen – natuurlijk wel steeds groepen die door anderen als zigeuners worden beschouwd en zichzelf als zigeuners (of rom dus) beschouwen, met een eigen groepslegende, en zelfs een eigen taal. 

In het Joegoslavië van voor de burgeroorlog in de jaren negentig kon je dat goed zien. Ik heb in Herzogovina eens een zigeuner-boerendorp bezocht, waar de bevolking een klein moskeetje had gebouwd – en waar je op de ruwe aarde zat, omdat er geen geld was geweest voor tegels. In Pristina, destijds de hoofdstad van de autonome Servische provincie Kosovo, ben ik eens op bezoek geweest bij een zigeunerfamilie in een achterbuurt, waar de heer des huizes mij uitlegde dat er in wijk allemaal verschillende clans leefden – sommige katholiek, andere moslim – die liever niet met elkaar omgingen. Maar er was ook zoiets als een gemeenschappelijke trots, op de kosmopolitische traditie van de zigeuners bijvoorbeeld. In alle families brachten de zoons een paar jaar in West-Europa door, om wat kapitaal op te bouwen voor hun latere leven. 

Ik kan heel treurig worden als ik bedenk wat er van de mensen die ik zo ontmoette, geworden is. Van dat dorp in Herzogovina weet ik het niet, maar gezien het hysterisch nationalisme van de Kroaten in die streek zie ik het somber in. In Pristina weet ik het wel: toen de Albanese nationalisten daar eenmaal aan de macht waren, zijn er pogroms tegen zigeuners geweest, onder het mom dat alle zigeuners vriendjes van de Serviërs waren. 

Na haar dipje in de jaren negentig is Esma weer opgekrabbeld, onder andere door een vruchtbare relatie tot de voornaamste nationalistische partij in het inmiddels onafhankelijk geworden Macedonië, de VMRO. Tot voor kort trad ze ook nog op in binnen- en buitenland, met haar inmiddels zeer rijke gestalte, en een onverminderd imposante presentie op het podium. Men zegt dat ze in haar carrière meer dan 22.000 concerten heeft gegeven. Ze was een ster, en een talent, en toch zonder pretenties. Het is goed met haar afgelopen, want de afgelopen jaren genoot ze subsidie en zag zich zelfs met de titel Nationaal Artiest van Macedonië begiftigd. Wat dat betreft heeft ze het beter geschoten dan haar mannelijke evenknie in de Joegoslavische zigeuner cultuur, de notoire dronkelap en bajesklant Saban Bajramovic – minstens zo beroemd als Esma, maar in 2008 in behoeftige omstandigheden in het Zuid-Servische Nis overleden. 

En toch. Op Bajramovic’ begrafenis was de president van Servië aanwezig, op die van Esma vorige week de president van Macedonië. Ik vernam van Esma’s dood vorige week, omdat een vriendin in Zagreb mij waarschuwde: er was iets heel treurigs gebeurd. Hoeveel landen zijn er in de wereld die hun zigeuners eren? Joegoslavië was er een van – een sprookjesland waar het leven van Esma een van de betere sprookjes was.

Afbeelding boven: Esma in 2010. 

Hier een video van een optreden van Esma in 1999, met het Nederlands Blazers Ensemble in het Concertgebouw in Amsterdam. Ze zingt de evergreen Djelem, djelem, een liedje over de mythe van de eeuwig voorttrekkende zigeuner: 

En hier Esma met het Ansambl Teodosievski voor de Oostenrijkse televisie, ergens in de jaren zestig, waarbij de jonge ster een onvervalste twist ten beste geeft:

En hier is ze in 2009, iets minder bij stem, met de Roemeense Mahala Rai Banda, het wereldwijd nu populairste zigeunerorkest. Ze zingt Caje Sukarije, de grootste hit van haar leven, over een meisje dat danst en geen oog heeft voor een smachtende aanbidder:

Om rond het jaar 2000 uit de dip te komen, zocht en vond Esma aansluiting bij artiesten uit de Macedonische house- en turbo-folkscene, zoals hier met de zanger Tose Proeski in 2002.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: