Het vergeefse wachten op betere tijden

(8-1-2017)

Merkwaardig: je schrijft een autobiografie van meer dan 500 pagina’s, maar zegt daarin nauwelijks iets over de gebeurtenis waardoor je het meest bekend bent geworden. De Duitse zanger Wolf Biermann heeft in zijn Warte nicht auf bessre Zeiten! maar weinig woorden over voor zijn concert op 13 november 1976 in de grote sporthal van Keulen. Toch heeft dit concert van de dissidente zanger uit de DDR, dat live via de WDR-tv en later ook landelijk door de ARD werd uitgezonden, diepe indruk gemaakt – vooral in linkse kring en die kring was destijds groot. De dubbel-lp die ervan verscheen heb ik nog jaren grijs gedraaid. 

Maar de grootste gevolgen had het concert toch in de DDR. Daags na het concert zag Biermann, die in de twaalf jaar daarvoor in Oost-Duitsland niet had mogen optreden en zijn liedjes alleen thuis bij vrienden ten gehore had kunnen brengen, zich het staatsburgerschap van de DDR afgenomen. Hem werd, omdat hij zich in de Westduitse Bondsrepubliek schuldig zou hebben gemaakt aan belastering van het DDR-socialisme, de toegang tot de DDR, waar hij sinds 1953 woonde, ontzegd. 

En dat leidde weer tot een door meer dan honderd Oost-Duitse intellectuelen ondertekende protestbrief, waarop de partijleiding van Erich Honecker met harde repressie reageerde: publicatieverboden, optreedverboden, ja zelfs het uit roulatie nemen van films waarin weerspannige acteurs vroeger waren opgetreden. De breuk tussen de DDR en Oost-Duitse intelligentsia, die al in de jaren zestig was begonnen, was na 1976 vrijwel compleet. Intellectuelen en kunstenaars die uit ideële of ideologische overwegingen voor het ‘socialistische Duitsland’ hadden gekozen – en daar waren er relatief veel van, waaronder ook Biermann zelf – hadden voortaan de keus tussen een gecensureerd leven op de knieën, al of niet in samenwerking met de politieke politie, de Stasi; of een monddood bestaan. Het enige lichtpuntje was misschien nog dat de DDR-leiding, ook al om anti-propaganda in het Westen over onderdrukking de wind uit de zeilen te nemen, relatief scheutig was met uitreis-vergunningen voor weerspannige kunstenaars en intellectuelen. De DDR was vanaf 1976 tot aan het eind in 1990, ook in cultureel opzicht, een doods land.

Biermann maakt in zijn autobiografie – zij het voornamelijk tussen de regels – wel duidelijk waarom hij relatief zo weinig schrijft over het beroemdste concert van zijn loopbaan. Hij trad in Keulen op als gast van de vakbond IGMetall, voor een overwegend links publiek dat voor een aanzienlijk deel sympathie heeft voor de door Biermann uitvoerig beleden communistische overtuigingen. De zanger, die drie en een half uur optreedt, wordt niet moe te benadrukken dat hij, bij al zijn bijtende kritiek op de onvrijheden in de DDR, principieel de opbouw van het socialisme stelt boven de kapitalistische Bondsrepubliek. Op een gegeven moment is er een dame in het publiek die bezwaar maakt tegen zijn hondentrouw aan de DDR – zij verwijst naar de manier waarop Vopo’s schieten op DDR-burgers die de Muur over proberen te komen en zegt dat de DDR een ‘fascistische’ politiestaat is. Biermann weerspreekt dat zeer nadrukkelijk. Zulke kritiek, zegt hij, helpt niet bij de opbouw van het betere Duitsland.

Biermann van ná de val van de Muur in 1989 moet van die hondentrouw niets meer hebben. Hij spreekt afkeurend over zijn engagement in 1976 dat al te naïef was, meent hij nu. Hij heeft zich in 1989 en daarna ook steeds gedistancieerd van andere linkse intellectuelen die de DDR hadden willen behouden als een tweede Duitse staat naast de BRD en openlijk zijn steun betuigd aan de lijn van bondskanselier Helmuth Kohl, die de DDR zo snel mogelijk wilde integreren in een verenigd Duitsland. Die verandering in zijn opstelling heeft zich geleidelijk voltrokken. Aanvankelijk weigerde hij, toen hem de toegang tot de DDR was ontzegd, nog jaren om een paspoort van de Bondsrepubliek aan te nemen. Hij heeft, schrijft hij, zelfs het Nederlanderschap overwogen, daartoe aangespoord door Ien van den Heuvel, voorzitter van de PvdA, wier betrokkenheid bij de DDR in deze jaren ook op minder loffelijke wijze tevoorschijn was getreden toen zij de Muur ‘een historische noodzaak’ had genoemd.

Biermanns mémoires zijn gebaseerd op de meer dan tweehonderd dagboeken die hij heeft bijgehouden en waarin hij van dag zijn belevenissen en ontmoetingen had vastgelegd. Dat verklaart wellicht de grote omvang van dit boek – je zou af en toe willen dat Biermann iets meer deed aan de grote lijnen. De beste stukken, stilistisch gezien, staan aan het begin: de beschrijving van zijn familie van generaties overtuigde communisten, en de beschrijving van de bombardementen op Hamburg tijdens de oorlog. Biermann was door zijn moeder in de DDR terecht gekomen: zij zond hem in 1953 naar de DDR, voor een goede communistische opvoeding.

Dat Biermann radicaal heeft gebroken met zijn engagement van weleer is niet in de laatste plaats te danken aan het feit dat hij later de archieven heeft kunnen inzien die de politieke politie, de Stasi, over hem had aangelegd. Net als voor veel andere Oost-Duitse intellectuelen en andere DDR-burgers was dat een schokkende ervaring. Veel dieper dan iemand had durven vermoeden was de politiestaat doorgedrongen in gezinnen en vriendenkringen – de DDR bleek een door verrotte, perverse structuur.

En toch. Ik zou deze mémoires niet eens hebben ingekeken als ik in 1976 niet in de ban was geraakt van Biermanns concert in Keulen, voor zover ik dat van die dubbel-lp kende. Vanaf 1978 werkte ik bovendien met en in de landen van het ‘werkelijk bestaand socialisme’ zoals het Oostblok wel genoemd werd door fellow travellers of aanhangers van wat wel de ‘kritische solidariteit’ genoemd werd. Tot die kringen heb ik nooit behoord – ik ben altijd een keurige vrijheidslievende liberaal geweest, als je mij vraagt. Maar ik ben ook nooit een communistenvreter geweest. De ontwikkeling van het Russische socialisme na 1917 en het Oost-Europese na 1945 was een buitengewoon tragische, en er iets niets meer pervers dan de politie- en terreurstaten waartoe al deze landen waren verworden. Ik vond, ook in 1976 al, Biermanns opstelling een tragisch misverstand.

Maar er was om te beginnen zijn poëtisch genie. Een lied als de Ballade vom Preussischen Ikarus, waarmee het concert in Keulen besluit, is een meesterwerk – als ik in Berlijn ben, loop ik altijd even langs de stalen adelaar op de brug over de Spree – vlakbij het station Friedrichstrasse – waarop het nummer gebaseerd is. Maar er was meer op grond waarvan de ‘socialistische’ staten en de mensen die erin moesten leven, een soort van respect verdienden. Hoe vreselijk en verworden ook, ze vormden het erfdeel van een grootse traditie van streven naar sociale rechtvaardigheid en emancipatie van de mensheid. Dat is een achtergrond waarop de autoritaire en extremistische leiders van nu – Poetin, Orban, Trump, Kaczynski, Wilders, noem maar op – zich in ieder geval niet meer kunnen beroepen. Die zijn gewoon verwerpelijk zonder grond voor respect. 

Wolf Biermann. Warte nicht auf bessre Zeiten! Die Autobiographie. Propyläen Verlag 2016. 

Het volledige concert van 13-11-1976 is hier te zien. 

Afbeeldingen. Boven een beeld van het concert in Keulen. Onder Biermann voor de Preussische adelaar op de brug over de Spree. Daaronder de publicatie in het Oost-Duitse partijblad Neues Deutschland, waarmee Biermann in 1976 de verdere toegang tot de DDR ontzegd wordt. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: