Alcohol en de jaren Twintig

(3-9-2017)

Ernest Hemingway (rechts) rond 1927 bij zijn eerste bezoek aan Spanje, of liever gezegd aan de stierengevechten waarvan hij later zo’n groot bewonderaar zou blijken. Maar het gaat hier eigenlijk meer om de man links op de foto, de Amerikaanse schrijver en uitgever Robert McAlmon (1895-1956), die de reis naar Spanje, vanuit Parijs, met Hemingway ondernam. McAlmon financierde die reis ook vermoedelijk – hij was in goeden doen, want hij leefde van geld van zijn echtgenote Annie Winnifred Ellerman, alias de dichteres Bryher. Zij was biseksueel en was in 1921 met McAlmon, zelf ook biseksueel, getrouwd om voor haar steenrijke Britse vader een liefdesverhouding met een vrouw aan het oog te onttrekken. McAlmon was in 1921 vanuit New York, waar deze zoon van een rondtrekkende dominee een bescheiden carrière als dichter en oprichter van een litterair tijdschrift had gemaakt, met Bryher naar Londen vertrokken. Maar hij hield het in Londen niet lang uit en reisde door naar Parijs – om daar een toonaangevende, en inmiddels goeddeels vergeten coryfee van de Amerikaanse gay twenties te worden. 

Man, dat waren tijden! Filmregisseur Woody Allen heeft ze een paar jaar geleden in zijn Midnight in Paris nog eens in het zonnetje gezet. Een hedendaagse Amerikaanse toerist met een oersaaie bruid wordt daarin terug getoverd naar de Amerikaanse bohème in het Parijs van de jaren twintig – een explosie van creativiteit, bevolkt door louter schilderachtige beroemdheden. Nou ja, behalve de inmiddels grotendeels vergeten McAlmon dan. De Française Maud Simonnot, in het normale leven werkzaam bij de uitgeverij Gallimard, heeft haar eerste boek aan hem gewijd. La nuit pour adresse is een biografisch essay, en vermoedelijk het eerste boek over het leven van McAlmon dat buiten de Verenigde Staten verschenen is. En dan nog kwamen de Amerikaanse studies over hem meestal voort uit de gender studies-hoek, in verband met de seksuele oriëntatie van McAlmon.

Wat vooral opvalt – zelfs bij Woody Allen maar ook in dit boek – is hoe Amerikaans het verhaal van de Amerikaanse scene in het Parijs van de jaren 1920 is. Men treft elkaar elke dag in een reeks beroemde café’s en restaurants rond Saint-Germain-des-Prés, Montparnasse en Montmartre, maar van veel contact met de Franse artistieke bohème van die tijd, de surrealisten bijvoorbeeld, is geen sprake. Alleen Jean Cocteau lijkt alom tegenwoordig. De Amerikanen functioneren min of meer als een kliekje, zonder noemenswaardige interactie met Europese kunstenaars en intellectuelen. Dat kan natuurlijk ook aan de Fransen en andere Europeanen gelegen hebben, of aan wederzijdse taalproblemen. In ieder geval fungeert Parijs voor deze verhalen voornamelijk als décor, totdat in 1929 Wall Street crasht en voor de meeste Amerikanen de Parijse hemel inzakt.

Of, zoals Simonnot suggereert, McArlon een minstens even goede schrijver en dichter was als- laten we zeggen – Gertrude Stein en het daarom verdiend had minstens even beroemd te zijn als deze nou ook bepaald niet meer druk gelezen schrijfster, kan ik niet beoordelen, want ik heb nooit een letter van hem gelezen. Dat ware ook moeilijk, want zijn boeken zijn niet of nauwelijks nog in print. 

Maar zijn verdiensten op het gebied van de uitgeverij zijn onmiskenbaar. In Amerika al had hij samengewerkt met de dichter William Carlos Williams en in een eigen tijdschrift het vroege werk van Ezra Pound laten verschijnen. Maar bepaald spectaculair zijn de uitgeef-activiteiten in Parijs – steeds in het Engels overigens. Zo is hij de maker van de eerste uitgave van Ulyssesvan James Joyce – geen sinecure gezien de manische kwaliteiten van de het manuscript voortdurend wijzigende Ierse auteur. Hoogtepunt in dit essay is de scene van de uitgever die eigenhandig de monoloog van Molly Bloom uittikt op de schrijfmachine – een reeks typistes had er eerder de brui aangegeven omdat Joyce ook deze tekst steeds maar herschreef en de meesten van hen ook de handen niet wilden branden aan zulk onzedelijk proza.De boeken van McArlons uitgeverij, Contact Publishing Company, werden overigens gedrukt bij een artistiek bevlogen en kennelijk minder in stipte betaling geïnteresseerde drukker in Dijon, Maurice Darantière. 

McArlon was de eerste uitgever van Ernest Hemingway, in 1927 met een boek dat Three stories and ten poems heette. Maar daar bleef het bij: de heren staan hierboven weliswaar gebroederlijk naast elkaar, maar Hemingway ging zich op die reis steeds meer ergeren aan McArlon – wellicht omdat hij in hem te weinig masculien vertoon aantrof. Toch had McArlon ook indrukwekkende minnaressen, zoals de Amerikaanse schrijfster Nancy Cunard, die later beroemd en gehaat zou worden omdat ze het in Parijs ook met zwarte mannen deed.

Een groot deel van dit essay is gewijd aan de onwaarschijnlijke hoeveelheden drank die het Amerikaanse milieu in Parijs, en McArlon zelf, op dagelijkse basis achterover wisten te slaan. Het was elke avond en nacht kroegentocht, zowel over de linker- als de rechteroever. McArlon beschikte duidelijk over het – helaas te zeldzame – vermogen om elke dag onder invloed te zijn en toch op een aanvaardbaar niveau sociaal te blijven functioneren. Het was een mooie tijd, al werd het na 1929 natuurlijk beduidend minder gezellig. 

McArlon bleef in Parijs tot 1940 en wist nog juist op tijd weg te komen voor de Duitse invasie. Hij stierf in New York, betrekkelijk onbekend en eenzaam. Ils étaient passés, ces jours de fête. 

Maud Simmonot: La nuit pour adresse. Gallimard 2017

Afbeeldingen onder: Le Sélect op de Boulevard Montparnasse, een portret van McArlon en een van Nancy Cunhard. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: