Het verleden is kneedbaar

(7-12-2015) Tussen 2000 en 2005 was Enric Marco (1921), als ex-verzetsstrijder tegen het fascisme en ex-bewoner van het Nazi-concentratiekamp Flossenbürg, een graag – en veel – geziene gast in Spaanse televisieprogramma’s. Eindelijk eens een Spanjaard die pal gestaan, ook nadat zijn woonplaats Barcelona in 1939, aan het eind van de Spaanse burgeroorlog, door de zegevierende fascisten was ingenomen: in de illegaliteit van het Spaanse verzet, en na eenmaal naar Frankrijk te hebben moeten vluchten, ook in het verzet tegen de Nazi’s in Frankrijk. Hij had daarvoor een hoge prijs moeten betalen omdat hij naar eigen zeggen was afgevoerd naar een concentratiekamp in Beieren, waar hij als een van weinige overlevenden de bevrijding had meegemaakt. Hij kon over zijn belevenissen mooi vertellen, op televisie niet alleen maar ook in kranteninterviews en tijdens de talrijke lezingen die hij – als voorzitter van de Spaanse vereniging van nazi-kampslachtoffers, de Asociación Amical de Mauthausen y otros campos – gaf op scholen en universiteiten. 

Omdat het fascistische Spanje van generaal Franco een bondgenoot was van Hitler-Duitsland, maar in de Tweede Wereldoorlog neutraal bleef, waren er in Spanje niet veel nazikamp-slachtoffers. Dus was het goed dat dankzij Marco dit gruwelijk verleden ook in Spanje de aandacht kreeg die het verdiende. De populariteit van Marco paste in een algehele toename van de aandacht voor het fascistische verleden in Spanje – een onderwerp dat bij de overgang naar de democratie na de dood van de dictator in 1975 aanvankelijk zoveel mogelijk onder het tapijt was geveegd. Links noch rechts had toen de behoefte gevoeld de wonden van de burgeroorlog nog eens open te rijten. 

Maar na 2000 nam de vrijmoedigheid toe, en Marco fungeerde in die ontwikkeling als baken: niet iedereen had zich na 1939 laf geschikt in de dictatuur, sommigen hadden de rug recht gehouden. Ook Marco zelf zag zijn boodschap als een richtsnoer voor volgende generaties. De Catalaanse deelregering bedacht hem dan ook met haar hoogste onderscheiding, de orde van San Jordi, en in 2005 maakte ook de centrale regering in Madrid zich op, voor het eerst de in Nazi-kampen omgekomen Spanjaarden de verschuldigde eerbied te bewijzen: de Spaanse premier zelf zou in Duitsland een herdenkingsbijeenkomst bijwonen, waar Marco, als prominent en welbespraakt slachtoffer, het woord zou voeren.

Enkele dagen tevoren vond een solitair werkende historicus, Benito Berjemo, die zich al eerder had verwonderd over Marco’s verhaal, uit dat dit op een leugen berustte. Zeker was Marco tijdens de oorlog in Duitsland geweest, maar als vrij man: in het kader van een overeenkomst tussen Franco en Hitler over de inzet van Spaanse arbeiders in de Duitse oorlogsindustrie, was hij per trein naar Kiel gegaan. Al spoedig werd ook de rest van zijn biografie duidelijker. Hij was in Kiel gearresteerd op verdenking van communistische propaganda en had er enkele weken in de nor gezeten, maar vervolgens was hij vrijgesproken door de rechter en teruggegaan naar Spanje om daar – zoals zoveel miljoenen Spanjaarden de decennia van de dictatuur uit te zitten. Een concentratiekamp had hij, totdat hij ze na 2000 als voorzitter van de Amicale bezocht, nooit gezien. Voor Flossenbürg had hij gekozen omdat in dat kamp weinig Spanjaarden hadden gezeten – slechts veertien – zodat het niet zou opvallen dat niemand zich hem kon herinneren. Hij vervalste trouwens ook een pagina uit het register van het kamp.

Tien jaar later heeft de Spaanse romanschrijver Javier Cercas nu een roman aan hem gewijd, die El impostor heet (maar die ik, moet ik bekennen, in Franse vertaling, als l’Imposteur heb gelezen). Cercas heeft eerder soortgelijke ‘romans zonder fictie’ – zijn eigen term – geschreven, zoals het ook in het Nederlands vertaalde Anatomie van een moment, over de drie Spaanse parlementsleden die niet onder de banken doken, toen kolonel Tejero en zijn mannen in 1981 in een poging tot staatsgreep de volksvertegenwoordiging binnenstormden en het op een schieten zetten. Net als dat boek is El impostor overigens geen fabel naar aanleiding van een historische gebeurtenis, maar een welhaast journalistiek verslag naar de waarheid over Marco, in de gedachte dat de werkelijkheid soms de kwaliteit van fictie overstijgen kan. 

Maar El impostor is ook geen recht-toe-recht-aan verslaggeving of geschiedschrijving: meer een zeer persoonlijk verslag van Cercas over zijn speurtocht naar de waarheid, zijn contacten met Marco en anderen in zijn omgeving. Er valt veel uit te zoeken – niet voor niets heeft het boek meer dan 400 pagina’s – want Marco’s maatschappelijke carrière als ex-verzetsstrijder tegen het Franquisme was vrijwel meteen na de dood van de dictator begonnen. Zo bekleedde hij een leidende positie bij onfortuinlijk verlopen pogingen om de anarchistische vakbond CNT te laten herleven en bracht het tot bestuurslid van de landelijke ouderorganisatie van schoolgaande kinderen. Ouderen met een niet door het fascisme besmet verleden, die bovendien opmerkelijk welbespraakt bleken, waren in het Spanje van de jaren 1980 en 1990 veelgevraagd.

Maar Cercas’ boek ontleent zijn betekenis niet in de eerste plaats aan de feiten, waarvan de meeste immers al jaren bekend waren. De auteur poogt Marco eerder te duiden, als mens en als tijdgenoot. Dat eerste blijkt moeilijker dan gedacht – hij poogt Marco te begrijpen, en begrip ontaardt natuurlijk al vlug tot iets wat verdacht veel op empathie lijkt. Bovendien ga je ook bij een zeer bedreven leugenaar, zoals Marco duidelijk is, op den duur toch een beetje denken dat er ergens een kern van waarheid moet zijn, of zelfs dat zijn leugens nuttig of begrijpelijke leugens waren – pekelzonden als het ware, in dienst van een betere zaak. Marco is zelf trouwens de eerste om dergelijke lezingen van zijn optreden te bevorderen: schuilde er niet veel moois in zijn streven de Spanjaarden hun waardigheid terug te geven door te laten zien dat niet iedereen ten tijde van het Franquisme een defaitist was, en te waarschuwen voor de gevaren van het fascisme en te wijzen op de onmenselijkheid van de kampen?

Maar steeds als begrip de kop opsteekt, komt Cercas van een koude kermis thuis, omdat Marco niet breekt met het liegen, maar nog steeds blijft proberen het beste te maken van de mengeling van waarheid en leugen waartoe hij door de onthullingen door anderen wordt gedwongen. Dat doet hij trouwens nog steeds, zoals blijkt in dit radio-interview, waarin hij zegt zich door Cercas slecht behandeld te voelen. Cercas maakt uitvoerige vergelijkingen met Don Quichote van Cervantes, het beroemde epos uit 1605-1615, waarin een zekere Alonso Quijano na het lezen van teveel ridderromans zich voor een echte ridder uitgeeft. Maar waar Quijano aan het eind van die roman zijn eigen identiteit terugvindt, of deze hem door Cervantes wordt gerestitueerd, liever gezegd, lukt dat Cercas in deze roman vrai niet met Marco.

Cercas kijkt niet neer op Marco als persoon. Hij heeft weliswaar een lage dunk van hem, maar tegelijkertijd – geeft hij toe – staat Marco voor miljoenen andere Spanjaarden die zich na 1975 een andere persoonlijke geschiedenis hebben aangemeten. Spanje was na 1939 decennia lang onderworpen aan een terreur en een mate van politieke onderdrukking, waarover het buitenland – met zijn eigen zorgen – zich over het algemeen maar een vage voorstelling kon maken. Pas in de jaren zestig, door een bescheiden economische groei en de komst van de eerste buitenlandse toeristen – viel er weer een beetje te ademen. Toen Franco in 1975 stierf en Spanje – overigens met opmerkelijk succes – een nieuw en democratisch begin maakte als ‘gewoon land’, stonden miljoenen Spanjaarden ook voor de noodzaak hun eigen biografie aan de nieuwe verhoudingen aan te passen. Wie zegt immers graag van zichzelf dat hij van de dictatuur heeft geprofiteerd, of zelfs maar dat hij passief of op de knieën levend, het eind heeft afgewacht. Toch was dat laatste het geval bij de overgrote meerderheid.

Zo bezien heeft Marco gedaan wat bijna alle Spanjaarden hebben gedaan – alleen wat begaafder als leugenaar. En na 2000 kon hij gebruik maken van de plotselinge belangstelling voor het verleden die zich plotseling van de Spanjaarden en hun media meester maakte, toen de gevaren van een herleving van het Spaanse fascisme definitief geweken leken, en het soms leek alsof in de oudere generaties bijna alle Spanjaarden in het verzet hadden gezeten – een ook in de relatie Nederlanders-Duitse Bezetting in het geheel niet onbekend verschijnsel.

Zoals Gustave Flaubert over zijn overspelige romanheldin Emma Bovary heeft gezegd “Emma Bovary, c’est moi”, zo schrijft Cercas op zeker moment “Marco, dat ben ik”. Niemand, zo is de strekking, hoeft zich verheven te voelen boven een overspelige vrouw, of een man die een loopje neemt met zijn eigen biografie. Wie is er immers niet op zoek naar persoonlijk gewin, in de vorm van seks, roem, gehoor en al dat soort dingen? Maar dat maakt het gedrag van Enric Marco natuurlijk niet minder verachtelijk. 

Het bedrog van Enric Marco zou niet mogelijk geweest zijn, wanneer er onder Spanjaarden consensus en begrip zouden bestaan over het nationale verleden in de afgelopen eeuw. Maar het tegendeel is het geval: dat verleden is een voortdurende bron van meningsverschil en levendig debat – om niet te zeggen zwarte emotie. Verspreid over heel Spanje liggen nog steeds vele tienduizenden slachtoffers van de Burgeroorlog (1936-1939) in massagraven, waarvan de plek vaak niet bekend is, en de bejaarden – van beide kanten in het conflict – die het zouden kunnen vertellen worden steeds maar ouder en gaan dood. De economische crisis die Spanje na 2008 langs de omweg van de onroerend-goed-bubble zwaar getroffen heeft, remde enigszins het enthousiasme na 2000 voor het actief achterhalen van het verleden – van oude koeien uit de sloot volgens sommigen, onwil jegens de historische Rechtvaardigheid voor slachtoffers volgens anderen. Maar ongevaarlijk is dit verleden, door politieke passie en gevoel voor heroïek omgeven, nog geenszins. Dat blijkt dezer dagen bijvoorbeeld bij het steeds sterker Catalaanse onafhankelijkheidsstreven, de grootste bedreiging van het voortbestaan van de Spaanse staat sinds het terrorisme van de ETA een tikje tot rust was gekomen.

Dat geschiedbeoefening eeuwigdurende discussie betekent, is natuurlijk geen exclusief Spaans verschijnsel. Het is dat Nederlanders er zo weinig belangstelling voor hebben, en oproepen af en toe om aan ons verleden een nieuw Nederlands nationaal bewustzijn te ontlenen met zoveel scepsis begroet worden, maar anders zou ook bij ons blijken dat het verleden toch vooral een geschiedenis van tegengestelde belangen, halve waarheden en munitie voor actuele tegenstellingen is. In Spanje geldt echter, dat de recente geschiedenis, met name die sinds het ontstaan van de Tweede Republiek in 1931, lang taboe en onder tafel geveegd is: eerst door de Franco-dictatuur die een sterk gestileerde versie van haar ontstaansgeschiedenis huldigde, en na de dood van Franco door de jonge democratie van de Transición, waarin het vrijwel niemand dienstig leek om de oude passies en rancunes nog eens breed uit te meten.

De recente geschiedenis van de geschiedbeoefening van Spanje wordt beschreven in een alleraardigst themanummer van Vingtième Siècle, een geschiedenistijdschrift van SciencesPo in Parijs. Tot in de jaren zestig huldigde de Franquistische dictatuur, die een vrijwel totale greep had op onderwijs en universiteiten, de stelling het resultaat te zijn van een onvermijdelijke ‘kruistocht’ van nationale en daarmee ook katholieke krachten tegen het illegitieme, on-Spaanse en zelfs communistische bewind van de Tweede Republiek. Zelfs de term ‘burgeroorlog’ was daarbij taboe. De eerste samenhangende studies over die burgeroorlog kwamen dan ook uit het buitenland, van historici of getuigen die Spaanse archieven moesten ontberen: Hugh Thomas, Gerald Brennan.

Na 1960 verdwijnt in Spanje de ergste benauwenis – taboes als het woord burgeroorlog verdwijnen. Na de dood van de dictator in 1975 houdt iedereen, en dus ook de historici, de adem in – zullen oude tegenstellingen en wreedheden na zoveel decennia niet herleven, in de vorm van hernieuwde repressie, gewapend verzet en wat dies meer zij? Maar wonder boven wonder wordt Spanje een democratisch land, als uitvloeisel van een eendrachtig samenwerken van de meer verlichte delen van de franquistische elite en andere modern denkende Spanjaarden. Ondanks een betrekkelijk hoog geweldsniveau – denk aan de aanslagen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA – komt er in 1978 een democratische grondwet, met de door Franco nog zelf aangewezen Juan Carlos als constitutioneel koning en betrekkelijk ruime bevoegdheden voor de verschillende landsdelen – twee hete hangijzers uit de jaren dertig leken daarmee gepacificeerd.

De schroom mogelijk nog explosief verleden op te rakelen vormt aanvankelijk ook een psychologische rem op historisch onderzoek. Er zijn natuurlijk de oude, na 1939 nauwelijks verschoven interpretatiekaders: van de nobele opstandelingen die in 1936 een bolsjewistische machtsovername konden verhinderen, of de Spaanse arbeidersklasse die in 1936 als eerste de eer te beurt viel het Europese fascisme te bestrijden. Maar de belangstelling onder de tussen 1975 en 2008 snel welvarender wordende Spanjaarden voor zulke historische heroïek is gering. Er is, zo blijkt al snel, ook aan beide zijden niet zo heel veel om trots op te zijn: de dictatuur na 1939 was een buitengewoon ideologische, en onderdrukkende structuur die met zware terreur erin slaagde het land vrijwel volledig te pacificeren, de Republiek tussen 1936-39 was een weliswaar formeel legitieme, maar ook door bloedige interne veten verscheurde entiteit. In de burgeroorlog zelf hadden beide zijden zich op grote schaal schuldig gemaakt aan grootscheepse wreedheden, standrechtelijke executies, verwoesting van dorpen en liquidatie van rivalen in het eigen kamp. Het beeld is zeer gewelddadig, aan beide zijden van de breuklijn.

De kennis van het verleden nam weliswaar gestaag toe, maar daarmee ook de controversen over het verleden. Was de Tweede Republiek van 1931 een moderne democratie die voor het post-franquistische Spanje een voorbeeld kon zijn, of juist een soort, ten dode opgeschreven Spaanse‘Weimar-republiek’? Kwam de dictatuur, na zijn meer acute en onderdrukkende fase, de verdienste toe na 1960 het land geleidelijk op de nieuwe tijd te hebben voorbereid? Na 2000 werd ook de ‘Transición’ zelf onderwerp van debat: was het een wijze benadering om door het smoren van oude tegenstellingen Spanje naar een nieuwe tijd te voeren, of getuigde het juist van een onverdraaglijke lafheid, om Spanje een democratische omwenteling te onthouden die de geesten van het verleden definitief terug in de fles had kunnen brengen?

Steeds vaker werden in deze eeuw zulke strijdpunten verbonden met actuele politieke tegenstellingen – waarbij links (PSOE) zich dan opwerpt als voorstander van rechtvaardigheid en openheid en opgraven van de slachtoffers van het fascisme, en rechts (Partido Popular) wordt beschuldigd van post-franquisme, onwil om standbeelden van de dictator op te ruimen etc. De economische crisis heeft zulke sentimenten schijnbaar enigszins gedempt, maar verdwenen zijn ze niet. De opnieuw ontbrande strijd over de onafhankelijkheid van Catalonië voltrekt zich overigens niet volgens een links-rechts schema. Links en rechts in Barcelona zijn voor, links en rechts in Madrid tegen. Maar ja, helaas was dat tussen 1931 en 1936 ook al zo. 

Javier Cercas, El impostor, Random House 2015
Ook in Nederlandse vertaling: De bedrieger, De Geus 2017

Vingtième siècle. Revue d’histoire. Numéro 127. Juillet-Septembre 2015. Presses de la Fondation nationale des sciences politiques 2015. 

De foto toont een straat in Barcelona, tijdens de intocht van de fascisten in 1939.

Een gedachte over “Het verleden is kneedbaar

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: