Grondlegger van een nieuwe wereld

Het zou eigenlijk wel toepasselijk zijn, wanneer ‘Le Fondateur’, de nieuwe roman van Giuliano da Empoli (1973), niet door hemzelf, maar met AI (artificial intelligence) geschreven was. Het onderwerp is immers hoe een kleine groep super-rijken, van oorsprong bewoners van Silicon Valley in Californië, de wereld naar hun hand zetten, en een eind maken aan alles tot vertraging van het technologisch proces kan leiden: democratie en het lezen van boeken bijvoorbeeld.

Alhoewel – Da Empoli’s romanheld Alexander Zimmer, geënt op de in werkelijkheid bestaande techno-baas Peter Thiel (1967), heeft zelf nog wel boeken in de kast staan, zelfs in de ondergrondse bunker waar hij een wereldwijde ziekte-epidemie uitzit: het verzameld werk van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) namelijk. De verteller in ‘Le Fondateur’ lijkt ook enigszins op Goethe’s huis-chroniqueur Johann Peter Eckermann (1792-1854), in die zin dat hij als ingehuurd journalist Zimmers ‘Werdegang’ zorgvuldig beschrijft.

Kunnen we zeker weten dat ‘Le Fondateur’ niet door een machine, maar door een mens geschreven is? Moeilijk, moeilijk. In het geval van ‘C’était ça ou mourir’ van Thélyson Orélien, een roman die aanvankelijk in Frankrijk een enorm verkoopsucces was en zelfs voorgedragen was voor de Prix Goncourt, is het bedrog – als dat het juiste woord is – aan het licht gekomen doordat er een ander AI-programma, Pangram, op de tekst van de roman was losgelaten, dat in staat was na te gaan of tekst door AI tot stand is gekomen.

Orélien probeerde eerst nog te ontkennen, maar toen duidelijk werd dat hij zich vroeger aan plagiaat had bezondigd, was het lot van de roman bezegeld. Het zal mij benieuwen of de Nederlandse vertaling, voor januari 2027 aangekondigd bij de Bezige Bij, inderdaad nog gaat verschijnen. Het zou in ieder geval toepasselijk zijn, wanneer die vertaling ook door AI zou worden vervaardigd, in plaats van de menselijke vertaalster die nu op de website van de boekhandels staat aangekondigd.

Maar maakt het eigenlijk wat uit voor de waardering van een proza-tekst, of deze door een software-programma is vervaardigd? Een intelligente beschouwing daarover komt van de Franse psycho-analyticus Serge Hefez. Hij schreef een artikel op de website ‘Le grand continent’ – die uitgaat van de École normale supérieure in Parijs en waarbij de Zwitser Da Empoli trouwens ook betrokken is. Doel van ‘Le grand continent’ is tot theorievorming te komen ten aanzien van de talrijke politieke-, ideologische- en technische gevaren die op ons afkomen.

In zijn artikel beschrijft Hefez, als psycho-analyticus bedreven in het eindeloos aanhoren van niet noodzakelijkerwijze coherente verhalen, aanvankelijk zeer ingenomen was door de roman ‘C’était ça ou mourir’. Ik had, schrijft hij, ‘het gevoel een tekst te lezen die geschreven was met bloed en tranen, een tekst die niet bedriegt’. Maar vervolgens komt de wetenschap dat de roman met AI is gemaakt, tussen de tekst en zijn lezer te staan. Waar bij lezing de gedachte aan een door een mens geschreven uiting stond, staat nu het vermoeden van een procédé.

Hefez vergelijkt dat met een gesprek tussen analysant en analyticus in zijn eigen praktijk. Dat is natuurlijk niet hetzelfde als het lezen van een boek, maar er is wel een overeenkomst: een gesprek in de psycho-analytische praktijk is de uitwisseling van twee subjectieve factoren – hoe de analyticus reageert op wat de analysant zegt (of verzwijgt) hangt immers samen met zijn eigen ervaringen, denkwereld etc. De gedachte dat aan een van beide kanten een machine aan het woord is, verbreekt deze band. (Hiermee lijkt me ook meteen de vraag opgehelderd, of het mogelijk is als mens verliefd te worden op een door AI gegenereerde partner – een vraag die je af en toe ziet opgeworpen). AI, is hier de redenering, is vals spelen.

Ik wil hier absoluut niet suggereren dat Da Empoli vals speelt met zijn jongste roman. Hij heeft al eerder een roman geschreven waarvan de bedoeling was dat deze diepte gaf aan zijn uiterst lezenswaardige essays, ‘Les ingénieurs du chaos’ en ‘L’ heure des prédateurs’ (in het Nederlands vertaald als ‘Het uur der wolven’. Die roman ‘Le mage du Kremlin’ (in het Nederlands vertaald als ‘De Kremlin-fluisteraar’ gaat over een zekere Vadim Baranov, waarachter de in werkelijkheid bestaande Vladislav Soerkov (1964) schuilgaat. Soerkov is de man die voor de Russische president een alternatief medialandschap heeft bedacht en georganiseerd, waarin de werkelijke stand der dingen in de wereld stelselmatig wordt verdraaid. (Soerkov is inmiddels trouwens in het geheel uit de openbaarheid verdwenen en het gerucht gaat dat hij bezwaren heeft tegen de manier waarop de Oekraïne-oorlog aan de man wordt gebracht in de regime-getrouwe media, die inmiddels in Rusland de enige zijn).

In ‘Le fondateur’ vertelt Da Empoli, zelf ooit politiek consultant van Italiaanse politici, het verhaal van een man die met zijn bedrijf Panoptik, gespecialiseerd in de opslag van vrijwel alle digitale gegevens van iedereen op aarde, het monopolie op alle persoonsgebonden gegevens in handen heeft, zoals Twitter eerder het monopolie had op alle verontwaardiging, Facebook op alle vriendschap, Tinder op alle seksuele contacten en Amazon en andere databanken op alle geheugen. Zo’n monopolie geeft ook macht, en dat is precies waar de techno-baronnen op uit zijn. Iemand als Trump, die het politiek systeem van zijn land in chaos stort, komt hun goed uit: het ideale moment voor herschikking.

‘Le fondateur’ zit vol met leuke vondsten: zo speelt de handeling zich grotendeels af in de Spaanse badplaats Marbella, een onwaarschijnlijk ogend oord dat in de jaren zestig door rijke oliesjeiks werd ontdekt en tegenwoordig een geliefd oord voor de nieuwe rijken – een betekenisloos, heerlijk non-oord, zoiets als tot voor kort ook Dubai was. ‘Conspicuous consumption’ is er de norm, in afwachting van een nieuwe wereld waarin de techno-baronnen het geheel voor het zeggen zullen hebben en zonodig hun speelruimte naar de planeet Mars of een andere buitenplaats zullen verplaatsen.

De technologie is er niet langer voor de mens, of de mensheid, maar voor de ambities van enkele mannen. Steve Jobs en andere helden van de digitale wereld van de jaren negentig konden internet nog zien als iets wat de mensheid zou verbinden, maar de technobaronnen van nu zij eerder rivalen in het profiteren van de apocalyps waarop de mensheid afstevent. Het door drones en andere technologie beheerste front in Oekraïne geeft daarvan een voorproefje: als een Silicon Valley van de dood.

Het wereldgebeuren is inmiddels niet meer een treffen tussen verschillende ideologieën of voorstanders van verschillende politieke systemen, maar een confrontatie tussen de overtuigingen, ambities en neigingen van een klein groepje individuen met een overmatig opgeblazen ego. Zie ook de quasi-intellectuele inzichten van Peter Thiels leerling, de Amerikaanse vice-president J.D. Vance, die net Elon Musk de idee heeft dat hij de Europese politiek naar zijn hand kan zetten.

Politici zijn echter maar pionnen. Da Empoli vertelt het mij onbekende (hoop dat het waar is) verhaal van de laatste levensjaren van de Portugese dictator António Salazar (1889-1970). Salazar regeerde als minister-president en toen hij in 1968 ernstig ziek werd en zijn omgeving dacht dat hij dood zou gaan, werd iemand anders tot minister-president benoemd. Salazar kwam echter weer bij uit zijn coma, al bleef hij wel bedlegerig. Om de dictator niet voor het hoofd te stoten heeft men twee jaar lang gedaan alsof hij nog steeds minister-president was: men hield quasi-ministerraadsvergaderingen rond zijn ziekbed en dagelijks verscheen ook in een oplage van één exemplaar een aan deze fictie aangepaste editie van het regeringsdagblad Diário de notícias, waarin het leek alsof salazar het nog steeds voor het zeggen had.

‘Le fondateur’ zit vol met zulke grappige of huiveringwekkende inkijkjes, en rake verdachtmakingen aan het adres van degenen die wereldwijd de macht willen overnemen, en tegen wie wij, mensheid, ons teweer moeten stellen. Het blijft echter een ideeënroman, waarbij tussen de tekst en deze lezer eigenlijk geen vonk oversprong, ook al heeft Da Empoli het boek natuurlijk wel degelijk op de oude manier geschreven. Maar dat is geen bezwaar want ideeënromans zijn immers ook romans – zie bijvoorbeeld ‘Émile’ van Jean-Jacques Rousseau. De vraag is alleen of je de door Da Empoli verschafte inzichten niet net zo goed in de vorm van een essay tot je zou kunnen nemen.

Giuliano da Empoli: Le fondateur. Gallimard 2026

Het genoemde artikel van Serge Hefez is hier te vinden: https://legrandcontinent.eu/fr/dimanches/pourquoi-jai-aime-thelyson-orelien/

Geef een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑