Hoe Lola de koning zijn kroon kostte

Dat lijkt een vrouw naar mijn hart: nooit de deur uit zonder een dolk onder haar kleren. Want Eliza Gilbert (1821-1861), beter bekend als Lola Montez, was niet voor de poes. Wie haar tegenwerkte of dwars zat, kon op z’n minst op een oorvijg rekenen, of een met het manipuleren van dolk of pistool kracht bijgezette woede-uitbarsting. Tijdens haar glorietijd als maîtresse van de Beierse koning Ludwig I – tussen 1846 en 1848 – bewees ook haar rij-zweepje goede diensten als ze haar zin wilde doorzetten. Arme koning trouwens: slechts twee keer genoot hij met Lola de bijslaap, maar de verhouding met haar – grotendeels dus door romantische kuisheid gekenmerkt – kostte hem de kroon. Net als elders in Duitsland was er in de Beierse hoofdstad München in 1848 een soort democratische revolutie, voor meer politieke vertegenwoordiging, ministeriële verantwoordelijkheid, persvrijheid en dergelijke. In München was de aanwezigheid van Lola Montez voor de revolte de voornaamste katalysator.

Lola Montez was tijdens haar leven al een legende, en een dankbaar onderwerp voor de internationale pers in de XIX-de eeuw. Omdat haar geruchtmakend optreden op vrijwel geen enkele manier voldeed aan de bescheiden ingetogenheid die in haar tijd met vrouwen geassocieerd werd, is ze daarbij vaak weggezet als courtisane, een vrouw dus die in haar bestaan voorzag door zich in ruil voor seksuele gunsten door rijke mannen te laten onderhouden. Maar dat is te eenvoudig gezien, blijkt uit een nieuwe biografie van Lola Montez van de hand van de Duitse historica Marita Krauss, “Ich habe dem starken Geslecht überall den Fehdehandschuh hingeworfen”.

Evenmin ziet de biografe in haar een feministe avant la lettre, zoals soms is gebeurd. Krauss onthoudt zich in het boek grotendeels van algemene karakteriseringen maar reconstrueert met een indrukwekkend aantal bronnen het veelbewogen leven van Lola Montez. Voor wat betreft de sleutelepisode in dat leven, de zestien maanden in München, heeft Krauss daarbij als eerste de dagboeken van Ludwig I mogen inzien. De maar liefst twee autobiografieën die Lola in later jaren het licht heeft doen zien, wantrouwt Krauss echter ten zeerste. Dat geldt bijvoorbeeld voor de belevenissen van Montez in Sint-Petersburg en Moskou, die in de eerste autobiografie maar liefst 180 pagina’s beslaan. Krauss’ argument daarvoor is tekenend voor haar onderwerp: in de contemporaine pers van Rusland is geen spoor te vinden van Lola Montez, terwijl haar verschijning en optredens overal elders groot opzien baarden. Ergo is zij in Rusland niet, of slechts zeer kort geweest.

Eliza Rosanna Gilbert werd als dochter van een Britse (Ierse) officier in 1821 geboren. Het gezin volgde de vader bij zijn overplaatsing naar Brits-India, maar omdat hij al spoedig overleed, werd Eliza al spoedig op de boot gezet, terug naar Engeland, voor haar opvoeding in diverse pleeggezinnen en kostscholen. Het was de tijd waarin opvoeding er in niet onbelangrijke mate in bestond de eigenzinnigheid van een kind, en dan vooral een meisje, ‘te breken’. Met 16 jaar wist Eliza zich te bevrijden door zich te laten schaken – en ontmaagden – door een jonge maar gefortuneerde officier die Thomas James heette. Ook hij werd naar Brits-India overgeplaatst, waar het huwelijk – waar James’ familie overigens sterk op tegen was – op de klippen liep. In 1839 nam Eliza de boot terug naar Engeland.

Als ongefortuneerde vrouw alleen waren in Londen de mogelijkheden niet zeer talrijk. Hertrouwen kon alleen met parlementaire toestemming dus het was lastig opnieuw een goede partij te vinden. Eliza was echter een fascinerende schoonheid – met een donkere teint en hemelsblauwe ogen. Zij besloot danseres te worden en vond aansluiting bij een in de Engelse hoofdstad bestaand bohémien-achtig milieu, waarin ze behalve door haar schoonheid ook een zekere vermaardheid opbouwde door haar voortvarende manier van doen en het feit dat ze, ook in het openbaar, sigaretten rookte. Voor een carrière als klassieke ballerina was ze al te oud, zodat ze koos voor het exotische genre (zoals een halve eeuw na haar ook onze ondernemende landgenote Margaretha Zelle zou doen). De Spaanse dans was haar keuze, met waaiende rokken en veel gestamp op de planken. Die Spaanse dans paste ook bij haar uiterlijke verschijning en bij haar karakter: Spaanse vrouwen werden geacht vurig, eigenzinnig, en eer-gevoelig te zijn.

In 1842 nam zij een stap die haar hele verdere leven zou bepalen. Ze reisde af naar Spanje om in Cadiz nader onderricht in de Spaanse dans te nemen en ook wat Spaans te leren. In 1843 was ze terug in Engeland met een gefingeerde identiteit: Maria de los Dolores Perrys y Montez, kortweg Lola Montez, weduwe van een bij een van de vele staatsgrepen in Spanje omgekomen officier. Haar vurige, warmbloedig geachte act had in de theaters van Londen een zeker succes, maar leverde ook kritiek op, veelal op het zedelijk gehalte van haar voorstelling. Bovendien woonden er in Londen ook Spanjaarden die haarfijn door hadden dat Lola Montez geen echte Spaanse was, en protesteerden dat hier het Spaanse volkskarakter te grabbel werd gegooid voor entertainment-doeleinden. Het eerste van vele persschandalen rond Lola Montez was een feit.

Engeland wordt haar al vlug te benauwd. De Spaanse danseres Lola Montez besluit haar geluk op het continent te beproeven. Er volgt een heuse tournee die haar onder andere langs Ebersdorf, Dresden, Berlijn, Warschau (en naar haar eigen zeggen dus ook Sint-Petersburg en Moskou) voert. De waardering voor haar danskunst verschilt per stad, maar qua publiciteit heeft ze niets te klagen. Een provocatief optredende kunstenares die rookt, niet schuw is van erotiek en af en toe oorvijgen verkoopt aan critici, politieagenten, schouwburgdirecteuren en wie haar nog meer in de weg staan, staat overal garant voor smakelijke krantenkopij. In Warschau wordt ze zelfs de stad uitgewezen. In 1844 belandt ze, nog maar 23 jaar oud, in Parijs waar de publieke opinie minder opkijkt van wat onzedelijkheid in het theater. De recensies van haar optreden zijn meestal slecht, maar in de sociale kronieken is zij prominent aanwezig. Menig duel wordt uitgevochten tussen haar bewonderaars en critici. Ze kent ook vele leden van de ‘beau monde’ van deze tijd, waaronder de gevierde componist Franz Liszt. Slechte kritieken, of door haar als lasterlijk beschouwde artikelen over haar levenswandel, beantwoordt ze met open brieven aan kranten, die de pers met graagte afdrukt.

Inmiddels verdient zij met uitverkochte zalen geld als water. Volgens de biografe Krauss maakt zij zich echter zorgen over haar toekomst. In het wufte Parijs is zij weliswaar als een vis in het water, maar aan de andere kant is volstrekt duidelijk wat haar voorland is: een bestaan als courtisane. Dus gaat zij in 1846 opnieuw op tournee door Europa en belandt in München, hoofdstad van het koninkrijk Beieren. Daar steelt zij het hart van de koning Ludwig I (1786-1868). De koning is een conservatief man, getrouwd ook, die zich verzet tegen politieke nieuwlichterij en absoluut vorst wil zijn. Aantrekkelijk is hij niet: hij is bij de ontmoeting met Lola al 60 jaar oud, heeft pokken-littekens in zijn gezicht en last van eczeem. Hij staat ook bekend om zijn zuinigheid en schraapzucht. Maar de koning valt als een blok voor de Spaanse schone met de vurige ogen en dito temperament, die 35 jaar jonger is dan hij. (Tekst gaat verder onder de afbeelding).

München is in de jaren veertig van de XIX-de eeuw weliswaar de hoofdstad van een niet onbelangrijke Europese staat, maar is met ongeveer 95.000 inwoners relatief klein – Parijs heeft in deze tijd al een miljoen inwoners en Londen zelfs twee miljoen. Nieuws verspreid zich dus snel in deze stad en de koning maakt ook geen geheim van zijn genegenheid voor Lola Montez, die hij enkele malen door de hofschilder Joseph Karl Stieler laat portretteren. Hij bezoekt Lola vrijwel elke dag – eerst in haar hotel en later in een klein paleisje in het stadscentrum dat hij haar ten geschenke geeft. Lola krijgt van de koning, uit zijn persoonlijk vermogen, een bepaald vorstelijk stipendium uitgekeerd. Ze krijgt een rijtuig, paarden en personeel. Vrijwel dagelijks schrijft Ludwig een gedicht voor zijn geliefde. Uit die gedichten krijg je de indruk van een stroom van overstelpende gevoelens – het lijkt erop alsof de tot dan toe zo ingetogen vorst zijn hele leven heeft gewacht op dit moment van Spaanse romantiek:
“In dem Süden ist die Liebe
Da ist Lust und da ist Glut
Und im stürmischem Getriebe
Strömet der Gefühle Flut”.

Die stroom draagt evenwel een kuis karakter, maakt de biografe Krauss op uit des konings dagboeken. Er wordt veel naast elkaar op de sofa gezeten, kussen gewisseld en geconverseerd in het Spaans, dat beide gelieven betrekkelijk gebrekkig beheersen. Lola zal nooit Duits leren. Regelmatig brengt de koning met Lola de nacht door, maar kennelijk slaapt men dan handje in handje en gebeurt er verder niet veel meer. De koning vertoont zich met Lola ook in het openbaar, in het theater en de opera. In de vorstelijke residentie, waar koningin de gebeurtenissen met argusogen volgt, is zij echter niet welkom.

Los van de koning leidt Lola ook haar eigen sociale leven. Zij bezoekt op eigen kracht opera en theater, maakt rijtoeren en ontvangt. Dat laatste heeft al vlug voeten in de aarde – de veelal streng-katholieke politieke en militaire elite van Beieren schuwt de omgang met de onstuimige Spaanse, die niet schroomt uit haar kleren een dolk tevoorschijn te halen wanneer haar wensen niet worden ingewilligd, nog altijd oorvijgen oordeelt en zich luidkeels manifesteert als ‘de maîtresse’ van de koning, wier wensen wet zijn. Haar sociale milieu in München wordt door dit alles beperkt tot de plaatselijke bohème van kunstenaars en aan lager wal geraakte edelingen, officieren die van Ludwig de opdracht hebben gekregen om bij Lola een oogje in het zeil te houden en aan dit bevel min of meer contre coeur voldoen, en een groep studenten die zich het ‘Corps des Allemans’ noemt. De gezellige avondjes met hen lopen niet zelden uit op zinnelijke taferelen en seks – de berichten daarover in de Beierse pers berustten veelal op waarheid. Lola is wel kuis met de koning, maar onkuis met anderen. Ludwig weet dat, maar negeert het, of misschien ook wel wil hij het niet zien in zijn romantische droom.

Dit alles geschiedt niet in een politiek vacuüm. Net als elders in Europa begint de post-Napoleontische Restauratie in Beieren barsten te vertonen. De burgerij van München wil meer inspraak, meer vrijheid van pers en meningsuiting, ministeriële verantwoordelijkheid en geen vorstelijke autocratie meer. De opmerkelijke verknochtheid van Ludwig aan Lola, tegen alle maatschappelijke normen in, is voor zulke onrustige gevoelens een prachtig kristallisatiepunt. Daar komt nog bij dat degenen binnen het politieke palet die de koning het meest nabij staan, de vroom-katholieke en conservatieve leden van de elite, nog de meeste bezwaren hebben tegen Lola, die al spoedig als ‘hoer’ geldt. Wie met haar omgaat of aan haar zijde wordt gezien, ziet zich al spoedig sociaal geïsoleerd. Van alle kanten dringen ’s konings vrienden er op aan, Lola uit München te verdrijven, maar de koning blijft geheel doof voor zulke smeekbeden. Integendeel, hij besteedt steeds meer geld aan zijn ‘Spaanse’ vriendin, omdat hij het zielig vindt hoe ze door jan en alleman op de korrel wordt genomen. En hij geeft haar een adelijke titel, ‘Gravin van Landsfeld’, in een ijdele poging haar binnen de Beierse elite status te verlenen. In februari 1848 heeft Ludwig, voor de tweede keer, geslachtsgemeenschap met Lola – vermoedelijk dacht ze dat ze zwanger was van iemand anders, en was haar erom te doen een kind voor een kind van de koning te laten doorgaan.

Lola van haar kant laat zich nog steeds niet onbetuigd wanneer zij zich gedwarsboomd acht. Zij ontwikkelt een eigen visie op de politieke ontwikkelingen, die erop neerkomt dat een samenzwering van ‘Jezuïeten’ het op haar en de Beierse monarchie heeft voorzien, en geeft de koning steeds vaker politieke adviezen, die de vorm aannemen van opdrachten – ondersteund met woede-aanvallen, verwijten en zelfmoorddreigingen. Ludwig volgt ze zelden of nooit op, maar moet merken dat hij steeds meer terrein verliest, onder katholieke politici en later ook onder liberalen. Zijn antwoord op de steeds eenduidiger requesten, en moties in de gemeenteraad en Staatsraad dat hij zich van Lola moet ontdoen, is de harde hand – de manier waarop hij in 1830 had gereageerd bij een eerdere Europese golf van opstandigheid en revolutiestemming. Maar het helpt niet meer: duizenden burgers belegeren het huis van Lola en de politie treedt maar slapjes op tegen ordeverstoringen. De ‘Spaanse’ van haar kant doet weinig pogingen om de gemoederen tot bedaren te brengen. Ze dreigt demonstranten met haar dolk en pistolen, en drinkt ostentatief vanuit haar raam de woedende menigten toe met champagne. Zo hoog loopt de onrust op dat Lola de stad moet ontvluchten. Maar het is te laat: om de Beierse monarchie te redden draagt Ludwig in maart de kroon over aan zijn zoon Maximiliaan.

In vergelijking met andere Europese steden – in Wenen, Berlijn, Parijs zijn er barricades en wordt er geschoten – stelt de revolutie van maart 1848 in Beieren misschien niet zo heel veel voor. Er vloeit geen bloed in München. De omwenteling is beperkt gebleven tot grote opwinding om een vrouw en de nieuwe koning, Maximiliaan II, zal in de jaren na 1848 met beperkt succes onderdelen van het absolute koningschap weten te verdedigen. Voor Ludwig II is de persoonlijke teleurstelling echter enorm. Toch blijft hij doof voor oproepen van Lola, die inmiddels naar Genève is verhuisd, zich bij haar te voegen. Ludwig keert op hangende pootjes terug naar zijn gemalin. Wel blijft hij nog jaren enorme sommen gelds overmaken aan Lola, waarmee deze in Zwitserland een verkwistend luxe leven kan leiden, omringd door nieuwe minnaars en bewonderaars, onder wie al spoedig ook allerlei bedriegers en andere lieden van bedenkelijk allooi zijn.

In heel Europa zijn de verwikkelingen aan het Beierse hof een groot verhaal in de kranten. Er verschijnen ook allerlei boeken en boekjes en spotprenten waarin het verhaal van Lola breed wordt uitgemeten – veelal opgeluisterd met allerlei verzonnen bijzonderheden. Lola Montez is op die manier een wereldberoemdheid geworden. Maar wel eentje zonder staatsburgerschap, want het Beierse paspoort wordt haar afgenomen en aan een Spaanse pas valt om voor de hand liggende redenen niet te denken. In 1849 keert ze terug naar Londen – nu als beroemdheid, niet meer als Spaans danseresje. Betrekkelijk snel wordt ze daar het middelpunt van een coterie, gefinancierd door de nog altijd braaf geld overmakende Ludwig. De Beierse ex-koning gaat pas een licht op wanneer zij in 1851 voorstelt hem tegen een enorme som zijn amoureuze brieven te laten terugkopen – een vorm van afpersing omdat Lola dreigt ze anders te zullen publiceren. De koning koopt ze inderdaad terug, maar houdt dan op geld over te maken aan zijn vlam. Inmiddels hebben Ludwigs vrienden hem allerlei bijzonderheden verteld over Lola’s optreden in München en elders. De dagboeken van de koning laten zien hoe hij geleidelijk ontwaakt uit de ban van de schone Spaanse. Wat hij niet had willen weten over haar, en zo ver van zijn wereld had afgestaan dat hij het niet voor mogelijk had gehouden, blijkt toch mogelijk te zijn geweest.

Lola treedt inmiddels weer op, met dans en liederen. Ook verschijnt haar eerste autobiografie. Ze slaagt erin opnieuw een gefortuneerde Britse officier aan de haak te slaan, de 21 jaar jongere George Heald, met wie ze trouwt. Maar dat loopt slecht af, omdat diens familie alles op alles zet om de relatie te dwarsbomen. Door hun toedoen krijgt Lola een proces wegens bigamie aan de broek – haar huwelijk uit 1839 zou nooit officieel ontbonden en op bigamie staat maximaal dertien jaar. Na weer een tournee – naar New York, Gent, Brussel, Antwerpen en Aken onder andere – besluit zij in 1851 zich blijvend in de Verenigde Staten te vestigen.

Ook haar bestaan in Amerika wordt door de biografe Krauss nauwgezet gedocumenteerd. Uit de film ‘Lola Montez’ van Max Ophüls uit 1955 – onlangs gerestaureerd en in prachtige Technicolor-kleuren weer af en toe te zien, ook bij Eye in Amsterdam – zou je de indruk krijgen dat Lola op latere leeftijd een in het leven teleurgestelde vrouw was, die als een meelijwekkende kermisattractie door de VS werd gevoerd. Maar niets was minder waar. Lola vierde in de VS triomfen, eerst aan de Oostkust van de VS en later ook in Californië. Omdat Amerikaanse impressario’s weinig konden aanvangen met wat dansjes en liedjes, werden er op Broadway en elders avondvullende voorstellingen om haar heen gebouwd, waaronder een toneelstuk met 35 acteurs onder de titel ‘Lola Montez in Bavaria’. Ook was zij beschikbaar voor lezingen over haar eigen leven.

Enkele jaren woonde zij in een kleine stad in Nevada, Grass Valley, waar de gemeenteraad de hoogste berg in de omgeving omdoopte in ‘Mount Lola Montez’. En nog altijd had zij allerlei stormachtige verhoudingen met mannen en gaven haar voorstellingen tot grote puriteins-zedelijke opwinding aanleiding. Vooral haar ‘Spinnendans’ – een pantomime waarbij ze de strijd aanging met spinnen die zich in haar rokken zouden hebben verstopt – gaf her en der tot grote opwinding aanleiding, en zelfs af en toe tot opstootjes in de theaters. Ze bleef, kortom, een wereldberoemdheid, die een tournee maakte door Australië en nog steeds met oorvijgen, het zwaaien met wapens, open brieven en woede-uitbarstingen reageerde als ze meende dat ze werd dwars gezeten. In 1858 keerde ze terug naar haar geboorteland Ierland, en leefde daar temidden van vrienden die wisten dat zij in werkelijkheid Eliza Gilbert was. Zo’n vijftien jaar had ze haar ware identiteit voor iedereen verborgen weten te houden.

Over de laatste jaren van haar leven is niet veel bekend, al maakte ze toen nog wel reizen want de foto in een zwarte jurk is in 1859 in Parijs gemaakt. Ze is dan 38 maar duidelijk nog steeds een mooie vrouw. In 1860 kreeg Lola/Eliza een hersenbloeding. Op 17 januari 1861 overleed zij. Ze ligt begraven op Greenwood cemetary, Brooklyn, New York. Op één kant van de grafsteen staat haar werkelijke naam, de andere doet recht aan de identiteit die ze zich had aangemeten: Lola Montez, gravin van Landsfeld. Of ze nu een vrouw van lichte zeden was, of een proto-feministe – daarover kun je meer dan anderhalve eeuw later vermoedelijk nog steeds van mening verschillen. Maar zeker is, dat hier een vrouw haar leven grotendeels naar eigen inzicht vorm heeft gegeven. En wat voor vorm.

Marita Krauss: Ich habe dem starken Geslecht überall den Fehdehandschuh hingeworfen. Das Leben der Lola Montez. C.H. Beck, München, 2020.

Afbeeldingen: 1. Portret van Lola Montez door Antoine Samuel Adam-Salomon, Parijs 1859. 2. Portret van Lola Montez door Joseph Karl Stieler, 1847, in Schloss Nymphenburg, München. 3. Grafsteen voor Eliza Gilbert / Lola Montez op Greenwood cemetary, Brooklyn, New York. 4. Lola Montez op tournee door de VS in 1852. Daguerrotype van Southworth and Hawes. Wellicht de eerste foto van een rokende vrouw. (Collectie MOMA, New York).

Een gedachte over “Hoe Lola de koning zijn kroon kostte

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

<span>%d</span> bloggers liken dit: