In de 18de eeuw gaan porno en filosofie hand in hand

Bij pornografie houden gebruikelijke elementen in een roman of film – verhaallijn, sociale situering, psychologie van de personages – alleen maar op, zou je denken: de gebruiker wil zo snel mogelijk naar van dattum. Maar voor de Franse, veelal in Nederland gedrukte, pornografische romans in de XVIII-de eeuw gaat dat geenszins op, schrijft de Franse literatuur-geleerde Colas Duflo in zijn aardige studie ‘Philosophie des pornographes’. Zulke boeken sloegen twee vliegen in één klap. De roman als litteraire vorm stond op zichzelf al in een kwade reuk, als een minderwaardig genre in vergelijking met poëzie of drama, dat door zijn toegankelijkheid voor bredere lagen van de bevolking geëigend was menigeen op maatschappelijk- en politiek ondermijnende gedachten te brengen. Dus wat lag meer voor de hand dan de potentiëel gezagsondermijnende werking van de roman te verbinden met transgressie op het gebied van seks en moraal en – in één moeite door – het gezag van de katholieke kerk?

Duflo meent dat de ideeën van de Verlichting niet alleen door de doorwrochte werken van Montesquieu, baron von Holbach en dergelijke hun weg hebben gevonden, en hebben bijgedragen aan de Franse Revolutie en het einde van het absolutistisch koningschap, maar dat dit met name ook is gebeurd dankzij de ‘underground’ van onder de toonbank verkochte erotische romans. Hij spreekt in dat verband over de ‘Lumières hétérodoxes’. De grote verspreiding van erotische literatuur is, al vanaf de jaren1980 aangetoond door de Amerikaanse historicus Robert Darnton. In het pre-revolutionaire Frankrijk waren handelsreizigers onderweg die bij boekhandelaren bestellingen noteerden voor verboden boeken – niet alleen erotische boeken, maar ook boeken met een verboden politieke of religieuze inhoud, of roofedities van werken die bij Parijse uitgevers waren verschenen. Zulke boeken kwam dan bijvoorbeeld vanuit Zwitserland heimelijk het land binnen.

Sinds het opzeggen van het Edict van Nantes in 1685 was het katholicisme de enige geautoriseerde godsdienst in het koninkrijk, en het wekt derhalve geen verwondering dat veel erotisch drukwerk de katholieke kerk als plaats van handeling neemt. Dat geldt bijvoorbeeld voor een van de grote evergreens van het genre, de in 1740 verschenen roman ‘l’Histoire de Dom bougre, portier des Chartreux, écrite par lui-même’. ‘Bougre’ was destijds een woord voor ‘sodomiet’. De roman speelt grotendeels in een klooster en de auteur is het er kennelijk mede om te doen de hypocrisie van de geestelijkheid aan te tonen. In het klooster blijkt ook een bordeel gevestigd en wat de biechtvaders allemaal uitspoken met de nonnen en andere vrouwen wier zielenheil hun is toevertrouwd, laat zich raden.

Seks onder en met geestelijken is als thema natuurlijk niets nieuws – al in de Middeleeuwen zijn er obscene afbeeldingen van lustvolle monniken en nonnen. Nieuw, aldus Duflo, is in de XVIII-de eeuw de filosofische context voor dit liederlijk gedrag: niet de geopenbaarde godsdienst, maar de natuur is de werkelijke bron voor moraal. En wat kan er natuurlijker zijn dan de lust? Voor en na de daad wordt in ‘Le portier des Chartreux’ deze stelling door de personages, vaak ik dialoogvorm, aan een nader onderzoek onderworpen. Niet uitgesloten kan overigens worden, dat deze reflexieve benadering mede ten doel had de lezer een excuus te bieden voor zijn hitsige lectuur: het was niet alleen van dattum, het ging ook om hogere dingen – zo ongeveer zoals mensen in de jaren 1960 de Playboy lazen om de uitstekende interviews.

In 1748 verscheen van Montesquieu ‘l’Esprit des lois’, een werk waarvan de inhoud – de scheiding der machten in wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende – tot op heden ons beeld van een wenselijke staatsstructuur bepaalt. Maar het valt te vrezen dat veel meer mensen de ideeën van de Verlichting oppikten uit ‘Thérèse philosophe’, dat in hetzelfde jaar verscheen, en de rest van de eeuw een enorm succes was onder de toonbank. Het boek wordt ook vaak genoemd in andere, latere romans binnen het genre, er bestond zelfs een ‘anti-Thérèse’. In veel erotische romans werd ingegaan op andere erotische romans. Een ijverig lezer kon zich derhalve aan een soort ‘binge-reading’ overgeven waarbij over tal van zaken – de moraal, het wezen van de godsdienst, het voor en tegen van masturbatie, de vraag of religie niet een mannelijke uitvinding en machtsstrategie was, het voor en tegen van opera – werd gedebatteerd, tussen de seks-scènes door. Bij zoveel verduiveld belangrijke kwesties werd schaamte tot misplaatste schroom de belangrijke kwesties des levens onder ogen te zien.

Een van de beroemdste erotische boeken van de eeuw is het in 1747 anoniem verschenen ‘Les bijoux indiscrets’, waarvan we weten dat het de eerste roman was van Denis Diderot (1713-1784), meer bekend als redacteur van de ‘Encyclopédie’ en een van de belangrijkste auteurs van de Verlichting. De roman speelt aan het hof van de Afrikaanse consul Mangogul, waarin de contemporaine lezer zonder moeite de Franse koning Lodewijk XV herkende. Mangogul raakt in het bezit van een magische ring (aan zijn vinger). Als hij daaraan draait beginnen de kutjes van de vrouwen – dat zijn de ‘bijoux’, oftewel sieraden uit de boektitel – hun geschiedenis te vertellen.

De resultaten van deze methode overtreffen de stoutste verwachtingen. Ogenschijnlijk kuise maagden en trouwe echtgenoten halen sappige herinneringen op, over hoe zij door met name genoemde hovelingen zijn verleid en genomen, onder welke omstandigheden en met welke argumenten. In een van de, naar mijn smaak, betere passages draait de sultan aan zijn ring terwijl hij in de opera naar de dames van het koor luistert. De uitvoering raakt hierdoor ernstig ontregeld en een stroom plastische onthullingen brengt in de zaal grote opschudding teweeg.

Duflo analyseert in zijn boek ook de werken van Sade – vermoedelijk de enige erotische romans uit de tijd rond 1800 die hede ten dage nog lezers vinden. Maar de romans van Sade, betoogt hij, behoren eigenlijk niet tot zijn onderwerp omdat de personages, tussen hun wandaden door, zich weliswaar uitgebreid begeven in filosofische overwegingen, maar steeds met als boodschap dat moraal niet bestaat – er is alleen de onbarmhartige exercitie van de driften. Die boodschap, schrijft Duflo, staat haaks op de filosofische inhoud van romans als Thérèse of de Bijoux. Daarin gaat het er meestal meer om de ene moraal, die door de religie is opgelegd, door een andere te vervangen – die van de natuur met name. Het streven is geen normloosheid maar vrijheid, vandaar ook dat men van ‘libertijnse’ romans sprak.

De romans in kwestie hebben sedert lang hun opwindende uitwerking verloren. Voor een hedendaagse lezer zijn het niet meer dan exotische documenten – misschien mede daarom zijn ze door historici tot voor een recent verleden verhoudingsgewijs niet zo vaak bestudeerd. Heel merkwaardig: weinig dingen verouderen zo snel als pornografie – wat al aangeeft dat het met de ‘natuurlijkheid’ van lustgevoelens nogal meevalt. Lust is ook context. Ik geloof ook niet dat heden ten dage pornografie of erotica nog vaak met filosofische strekking wordt verbonden, of met vrijheidsdrang – eerder met een nieuw soort preutsheid.

Toch was dat nog niet zo heel lang geleden anders. In de jaren 1960, toen ik een puber was, waren erotica vaak verbonden met vooruitstrevendheid, linkse politieke gezindheid en vrijheid. Ulrike Meinhof, voordat zij bij de RAF de gewapende strijd tegen het kapitalisme opnam die haar de kop zou kosten, schreef vooruitstrevende columns in het blad ‘konkret’, dat zijn faam – het werd trouwens jarenlang gesubsidieerd door de DDR – mede ontleende aan foto’s van mooie blote meisjes. Ook in Nederland waren erotica en seks lang progressief – zoals blijkt uit de beroemde PSP-verkiezingsaffiche met blote vrouw en koe (uit 1971) of de vrijmoedige contactadvertenties die in Vrij Nederland stonden.

Seks is nooit alleen seks – dat laat de geschiedenis van die 18-de-eeuwse erotische romans goed zien. Seksuele vrijheid en vrijmoedigheid zijn verbonden met andere waarden en vrijheden: de vrijheid van drukpers, de mogelijkheid voor het individu om eerlijk uit te komen voor zijn lusten en verlangens, en de mogelijkheid om los van overheden en andere autoriteiten zijn eigen koers te bepalen. Nu in deze laatste jaren veel van die ogenschijnlijke verworvenheden op veel plaatsen in de wereld onder vuur liggen, merkt Duflo terecht op aan het eind van zijn boek, is waakzaamheid op dit gebied geboden.

Colas Duflo: Philosophie des pornographes. Seuil, Parijs 2019

Robert Darnton: A literary tour de France. Oxford University Press 2018 (ook in het Frans: Un tour de France littéraire. Gallimard 2018).

Afbeeldingen. Boven: illustratie uit ‘Les bijoux indiscrets’ van Diderot (BnF). Onder de titelpagina van het boek, dat ook te lezen is op de site Gallica van de Franse nationale bibliotheek. Daaronder covers van het Duitse maandblad konkret.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: