Niet de ergste Russische pogrom, wel de bekendste

De pogrom van 1903 in Kisjinov, hoofdstad van de Russische provincie Bessarabië, was met 49 doden bij lange na niet het ergste in Rusland tussen 1880 en 1914. Maar het werd wel de bekendste wandaad van dit type tegen Russische joden, tot aan de genocide van 1941 en later. ‘Kisjinjov’ bracht met name in de Verenigde Staten veel verontwaardiging en hulpacties teweeg. Voor Zionisten en andere joods-nationalistische groeperingen werd juist deze pogrom het bewijs dat joden niets te zoeken hadden in Rusland, en emigratie was geboden.

Tot dan toe was onder de joden van Rusland, ongeveer vijf miljoen mensen, politiek engagement vaak links van aard. De ‘Bund’ – voluit ‘Algemene bond van joodse arbeiders in Letland, Polen en Rusland’ – was eind XIXde eeuw de eerste revolutionaire partij van Rusland, waarin Karl Marx ijverig bestudeerd werd. Maar ook andere joden zagen rond 1900 hun emancipatie in de context van het Russisch imperium – aanhangers van de ‘Sociaal-Revolutionaire Partij’ bijvoorbeeld of later Lenins bolsjewieken, of meer welgestelden die liberale ideeën aanhingen.

Tot 1903 had Theodor Herzl, met zijn ideeën over een joods vaderland in Israël (of eventueel ergens anders) maar heel geringe aanhang in Rusland. ‘Kisjinjov’ veranderde dat, en gaf ook een nieuwe impuls aan de joodse emigratie uit Rusland – voornamelijk richting Verenigde Staten. Met name daar, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, vatte de gedachte post dat de Russische staat actief betrokken was bij de organisatie van pogroms als die in Kisjinjov, en dat joden beter konden vertrekken.

Maar was dat waar, van die betrokkenheid van de Russische staat? De Amerikaanse historicus Steven Zipperstein, verbonden aan Stanford University, heeft de beschuldiging onderzocht en zoveel mogelijk geprobeerd te reconstrueren wat er in de drie dagen van de pogrom precies gebeurd is in de hoofdstad van Bessarabië. Het is een prachtige studie geworden, die ook uitvoerig ingaat op de receptie van de gebeurtenis: waarom en hoe werd juist deze pogrom zo beroemd? Zipperstein houdt van verhaaltjes vertellen, wat een uitstekende eigenschap is voor een historicus en het boek zeer leesbaar maakt. Van vrijwel elke figuur die in het relaas opduikt, heeft hij de achtergrond en levensloop onderzocht.

Kisjinjov is de Russische naam van de hoofdstad van Bessarabië, die nu als ‘Chisinau’ bekend staat, en thans de hoofdstad is van de 1991 onafhankelijk geworden ex-Sovjetrepubliek Moldova. Het gebied was in 1903 nog niet zo heel lang Russisch – de oostkant was in 1812 veroverd op het Ottomaans imperium en de westkant in 1878 op Roemenië. De strook langs de zee – nu Oekraïens – verloor Rusland in 1856 naar aanleiding van de Krim-oorlog maar werd in 1878 weer Russisch. Daarin ligt de eind XVIII-de eeuw gestichte grote havenstad Odessa, die eigenlijk het centrum is van de hele regio – Kisjinjov was maar een kleiner centrum in een overwegend agrarisch uithoek van het Russische imperium.

Bessarabië lag, net als Odessa, binnen de ‘Grens van vestiging’ (Tsjerta osedlosti) van Rusland, het gebied in het Westen van het imperium waar joden zich sinds eind XVIII-de eeuw vrij mochten vestigen. Dat deden ze meestal in steden en stadjes, wat verband hield met hun economische basis: handel groot en klein en rond 1900 in toenemende mate industrie. Bessarabië – waarvan de bevolking tussen 1860 en 1900 was verdubbeld tot 2,6 miljoen – was een ethnische lappendeken (net als Moldova nu): behalve joden, Russen, zigeuners, kozakken, Duitsers, Turken en natuurlijk een meerderheid Moldaviërs, die meestal boeren waren en moldavisch spraken – laten we om nationalistische gevoelens te sparen zeggen dat die taal niet roemeens is, maar heel sterk op roemeens lijkt.

In Kisjinjov was het joodse aandeel in de bevolkingssamenstelling in 1903 ongeveer 47 procent. Hun omgangstaal was meestal het jiddisch – dat nu grotendeels is uitgestorven maar aan het begin van de XX-ste eeuw nog door vele miljoenen in heel de wereld werd gesproken. Veel stedelingen spraken of lazen echter ook Russisch, al was het maar omdat het schoolsysteem in het Russisch was. Sommigen kenden ook Hebreeuws, als cultuurtaal. De joden van Kisjinjov woonden verspreid over de hele stad: in het centrum voornamelijk de meer welgestelden, waaronder doktoren en ondernemers, die zich veelal niet joods maar eerder Russisch voelden; en in de buitenwijken aan de zuidkant van de stad een joods proletariaat. Je hoort wel eens Amsterdammers trots zeggen dat hun stad nooit een joods getto heeft gekend, maar zoiets kende Kisjinjov dus ook niet, evenmin als in Odessa, waar rond 1900 zoveel joden woonden dat de stad wel ‘het Jeruzalem van Rusland’ werd genoemd.

Pogroms – het woord betekent zoiets als ‘uitslaande brand’ en is in de huidige betekenis pas in de XIX-de eeuw in zwang geraakt – waren al lang een regelmatig terugkerend verschijnsel in Rusland, zo regelmatig dat zowel de joden als de niet-joden van een stad als Kisjinov er half rekening mee hielden dat zoiets altijd zou kunnen gebeuren. De herinnering aan de pogroms op 64 plaatsen naar aanleiding van de moord op tsaar Aleksandr II in 1881 was in 1903 nog vers. Die gebeurtenissen hadden ook al aanleiding gegeven tot een omvangrijke joodse emigratie richting Amerika, waaraan Amsterdamse scheepvaartmaatschappijen in deze tijd veel geld hebben verdiend. Overigens schijnt in 1903 niemand in Kisjinjov te hebben gedacht dat een pogrom ophanden was – de sfeer in de stad was ontspannen, afgezien misschien van enige sociale spanning door de plotselinge daling van de prijzen van landbouwproducten op de wereldmarkt in 1903, waaronder de Bessarabische economie te lijden had.

Net als in andere delen van Europa – Frankrijk en Oostenrijk bijvoorbeeld – kwam in Rusland eind XIX-de eeuw een ‘modern’, ideologisch antisemitisme op, dat van de jodenhaat een filosofie en een politiek programma poogde te maken. Het ging dan meestal om beweerde almacht van de joden, die in onderlinge solidariteit de (Russische) economie in hun greep zouden hebben, ten koste van de ‘autochtone’ bevolking.

Dit was ook de lijn van een in Kisjinjov verschijnende, Russisch-talige krant, ‘Bessarabets’ (de Bessarabiër) die werd uitgegeven en grotendeels volgeschreven door de antisemitische journalist Pavel Kroesjevan (1860-1909). Deze Kroesjevan was ook betrokken bij de ‘Zwarte Honderd’, een ultranationalistische beweging die tegen elke aantasting van het Russische autocratisch systeem was, en in de voorgaande jaren de ontketening van menige progrom op haar geweten had. Volgens Zipperstein was Kroesjevan ook de auteur van – of tenminste nauw betrokken bij – de beroemdste antisemitische vervalsing in de geschiedenis: ‘De protokollen van Zion’ waaruit een joods streven naar wereldheerschappij zou moeten blijken. Dit beruchte document werd voorheen meestal toegeschreven aan de Ochrana, de Russische geheime dienst. Maar Zipperstein wijst erop dat het voor het eerst is verschenen in het door Kroesjevan uitgegeven weekblad ‘Znanije’.

De meeste progroms hadden een minder intellectualistische aanleiding. Al eeuwen deed de zogenaamde ‘Bloedfabel’ de ronde: het merkwaardige, verzonnen verhaal dat joden voor de bereiding van matzes mensenbloed gebruikten en daarom af en toe een niet-jood moesten vermoorden om diens bloed af te tappen. Zo ging het ook in 1903 in Kijsinjov. Naar aanleiding van een (al of niet waar) bericht over de moord op een Moldavische boerenjongen, gooide opgeschoten jeugd op 7 april ’s middags stenen naar joodse winkels in het centrum van de stad.

Onder aanvuring van studenten van het Russisch-orthodox Seminarie en – maar dat is onduidelijk – wellicht ook Russische nationalistische activisten rolde het pogrom-balletje verder, op een manier die in deze tijd bijna een ritueel scenario genoemd kon worden. Op het stenen gooien volgde de plundering van joodse winkels, aanvankelijk vooral die voor drank en tabak, later ook andere. Joodse voorbijgangers werden gemolesteerd, huizen binnengedrongen en huisraad geplunderd of stukgeslagen.

In de eerste nacht nam het moorden en verkrachten een aanvang, waarbij de pogrom zich grotendeels verplaatste van het centrum van de stad naar de wijken aan de zuidkant, waar het joodse proletariaat woonde. De talrijke kleine synagogen in de buurt werden bestormd, de Torah-rollen stukgescheurd en anderszins ontheiligd. De seminaristen bleken vrij precies te weten in welke huizen joden woonden. De politie van de stad blonk tijdens dit alles niet uit door krachtdadig optreden. De pogromisten waren veruit in de meerderheid – voornamelijk Moldaviërs. Verzekeringen van de Russische burgemeester en gouverneur – in antwoord op oproepen van groepen burgers, zowel joodse als niet-joodse – dat de pogrom zou worden onderdrukt, werden pas op de derde dag effectief, toen de politie versterking kreeg van militairen en de orde werd hersteld.

De balans was 49 doden en een onbekend aantal gewonden en verkrachtingen. Erg genoeg, maar in verhouding tot andere pogroms niet heel erg veel. Voor een van de grootste bekende pogroms, in 1905 in Odessa, schommelen de schattingen van het aantal doden tussen 600 en 2400. Zipperstein kan voor zijn schildering van gebeurtenissen in Kisjinjov teruggrijpen op de vrij talrijke ooggetuigenissen die door de jaren heen over deze pogrom zijn gepubliceerd. Ook zijn er justitiële archieven omdat een groot aantal pogromisten zich voor de rechter heeft moeten verantwoorden. Er zijn dus ook getuigenverklaringen van slachtoffers – Zipperstein citeert bijvoorbeeld uitvoerig uit het relaas van vrouwen die aan groepsverkrachting waren onderworpen.

Uit deze bronnen, concludeert de historicus, blijkt niet dat de Russische overheid de pogrom wilde of had georganiseerd. De autoriteiten waren eerder gekant tegen elke vorm van onrust in Bessarabië, dat immers nog maar kort deel uitmaakte van het imperium en bovendien moeilijk te controleren grenzen had, zowel met Roemenië als met het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Met name de Moldaviërs werden met argus-ogen gevolgd want hun taal was immers het Roemeens en je wist maar nooit waar hun loyaliteit lag, als je ze de vrije hand liet. Omdat hij zich te laks had betoond tijdens de pogrom werd door de regering in Sint-Petersburg kort na de gebeurtenis ook de gouverneur ontslagen, generaal R.S. von Raaben. Diens opvolger, Sergej Oerossov, heeft na aankomst op zijn nieuwe post uitvoerig, en geschokt, beschreven welke situatie hij in Kisjinjov aantrof. Ook die aantekeningen zijn een belangrijke bron voor Zipperstein.

De eerste solidariteitsinzameling voor de joden in Kisjinjov was in New York – in de plaatselijke Chinese gemeenschap. Wat er gebeurd was in het verre Bessarabië was kennelijk zo’n overtuigend bewijs dat een minderheid voor zichzelf moest opkomen, dat de Chinezen in Amerika zich aangesproken voelden. En daarbij zou het niet blijven, wat betreft de voorbeeldwerking van deze pogrom buiten joodse kring: in 1909, bij de oprichting van de NAACP (National Association for the Advancement of Colored People), die zich inzette voor de burgerrechten voor zwarten in Amerika, was ‘Kisjinjov’ opnieuw een argument voor de noodzaak van activisme voor de rechten van een minderheid.

Maar natuurlijk lieten de Amerikaanse joden zich evenmin onbetuigd, vooral degenen die sinds 1880 uit Oost-Europa naar de VS waren verhuisd. Hun activisme was mede een daad van emancipatie voor deze groep, die de meerderheid van de joden in een stad als New York uitmaakte, terwijl in het joodse establishment in de VS – rabbijnen, journalisten, organisaties e.d. – over het algemeen nog de dienst werd uitgemaakt door de nazaten van emigranten die in de XIX-de eeuw uit Duitsland in de VS waren gearriveerd. ‘Kisjinjov’ zette hen als het ware op de kaart. In 1903 begon een stroom toneelstukken over de pogrom, waarvan er een met veel succes Broadway haalde. Er waren cantates, protestbijeenkomsten, lezingen (o.a. van Emma Goldman) en litteraire werken over de pogrom – soms in het jiddisch, soms in het Engels.

Dat was allemaal mogelijk, omdat in de Amerikaanse pers uitvoerig werd bericht over wat er in Kisjinjov gebeurd was. Dat de informaties zo snel de buitenwereld bereikten, hing vermoedelijk mede samen met de ligging van Kisjinjov, dichtbij de westgrens van het Russisch imperium en daardoor relatief makkelijk bereikbaar. De grootste Amerikaanse kranteneigenaar, William Randolph Hearst (de man wiens leven model heeft gestaan voor Orson Welles’ ‘Citizen Kane’) zond onmiddellijk een speciale verslaggever, de Ier Michael Davitt (1846-1906). Davitt was een Ierse nationalist, en zag vermoedelijk parallellen met de Britse onderdrukking van de Ieren. Na een verblijf van tien dagen in Kisjinjov zond Davitt bepaald gespierde reportages naar de kranten. Sommige elementen uit de daadwerkelijke gang van zaken zijn daarin opvallend aanwezig – zoals pogingen van de joden van Kisjinjov om zich teweer te stellen tegen de pogromisten, en de verkrachtingen.

Het leed voor Davitt, wiens reportages de receptie van ‘Kisjinjov’ in de buitenwereld aanvankelijk bepaalden, geen enkele twijfel dat de Russische overheid de primaire verantwoordelijkheid droeg. Er waren er immers in het Vestigingsgbied voor joden al zoveel pogroms geweest waartegen de Russische bestuurders niet zichtbaar waren opgetreden. Dat velen binnen de regerende elite antisemitische overtuigingen koesterden, was geen geheim. Dat gold bijvoorbeeld voor de Russische minister van binnenlandse zaken op dat moment, Vjatsjeslav Plehve (1846-1904), van wie later nog een brief opdook waarin hij aan de pogrom in Kisjinjov zijn goedkeuring verleende. Deze brief is echter een vervalsing gebleken – in werkelijkheid wilde ook Plehve zo min mogelijk gedonder aan de gevoelige zuidwest-grens van het imperium.

De man die het beeld van de pogrom het meest heeft bepaald is een dichter: Haïm Nachman Bialik (1873-1934), tot op heden beschouwd als een van de grootste moderne dichters in het hebreeuws. Hij arriveerde uit Odessa in Kisjinjov en bleef daar enkele maanden. Zijn lange epische gedicht ‘In de stad van de moordpartij’ heeft tot in de jaren zestig in Israël op de leeslijst voor scholen gestaan en is – ten onrechte – in brede kring gezien als een journalistiek verslag van wat er in Kisjinjov gebeurd was.

Voor Bialik was de pogrom een ‘wake up call’ voor het joodse volk in den brede. In zijn voorstelling hebben de joden van Kisjinjov zich willoos ter slachtbank laten leiden, onder andere omdat zij vervreemd waren geraakt van hun tradities en daarmee van hun zelfrespect. Ook bij Nauman – overigens een seculiere intellectueel – staat de gedachte voorop dat joden in Rusland verder niets meer te zoeken hebben. Zelf geeft hij in pas in 1920 het goede voorbeeld door Rusland te verlaten, dan overigens op de vlucht voor de bolsjewieken. Na een verblijf in Berlijn vestigt hij zich in 1924 in Tel Aviv. Zijn dichtwerk over ‘Kisjinjov’ leverde in de jaren twintig mede de inspiratie bij de oprichting van de Haganah, het joodse guerrilla-leger in het Britse mandaat-gebied Palestina.

Antisemitisme moet het, als denkwijze, hebben van mythen en vertekeningen van de werkelijkheid. Maar hetzelfde geldt voor alle vormen van nationalisme – of dat nu Russisch nationalisme is, of Zionisme, of Nederlands nationalisme. De manier waarop de pogrom van 1903 is geïnterpreteerd vormt daarvan een treffende illustratie. Het staat een ieder natuurlijk vrij uit historische gebeurtenissen de conclusie te trekken die hem bevalt. Maar de joden van Kisjinjov die wél hebben geprobeerd Torah-rollen uit een brandende synagoge te redden, hun vrouwen te beschermen, of hebben gemeend dat hun emancipatie gelegen zou zijn in een sociale revolutie in Rusland – een verwachting die in 1917 leek uit te komen – zijn in de beeldvorming ernstig tekort gekomen.

Steven J. Zipperstein: Pogrom. Kishinev and the tilt of history. Liveright Publishing Corporation New York/London 2018.

De afbeeldingen bij dit stuk zijn merendeels persfoto’s uit 1903: een joodse familie voor hun geplunderde huis (boven), lijken op straat, de plechtige begrafenis van ontheiligde Thora-rollen, de arbeiderswijk van Kisjinjov waar de ergste moordpartijen en verkrachtingen plaatsvonden. Daaronder de partituur van een in het kader van de brede verontwaardiging in de VS in 1903 gepubliceerd muziekstuk van Herman Shapiro, en het monument voor de pogrom dat nu in Chisinau staat. (Foto The Bohemian blog).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: