Vergeet kolen en staal, ons kapitalisme leeft van emoties

Op een van de inmiddels talrijke websites waarop je met AI een virtuele minnares of vriendin (of minnaar of vriend) kunt ontwerpen – uiterlijk, karakter, seksuele attitude, alles laat zich instellen – is een zwoele meisjesstem te horen met de tekst: ‘de meeste meisjes stellen grenzen. Ik niet. Ik ben je AI-slet’. De slagzin illustreert een van de argumenten in ‘Le futur des émotions’, het nieuwe boek van de Franse sociologe Eva Illouz: sociale media nodigen uit tot ongebreideld uitleven van affecten en emoties, maar wat ontbreekt is het contact met de werkelijkheid, die noopt tot het bijstellen van emoties, het ervaren van tegenstand of het bedenken van compromissen. De gebruiker van zo’n site heeft misschien wel een heftig emotionele ervaring maar blijft opgesloten in een virtuele werkelijkheid waaraan door de techno-baronnen flink verdiend wordt.

Het boek van Illouz past in een trend: na enkele decennia waarin het internet, sociale media en zelfs AI grosso modo als vooruitgang, als een uitbreiding van menselijke mogelijkheden werden gezien, treedt de kater in: de nieuwe media dragen ook bij aan heilloze polarisatie, aan verlies aan realiteitsbesef in delen van de samenleving, en zelfs tot wijdverbreide psychische klachten, onder jongeren met name. De opkomst van ‘fake news’ en onzekerheid over de gevaren van ‘artificial intelligence’ lijken voor een omslag in het denken te hebben gezorgd.

Deel van die omslag is een andere kijk op wat Illouz de ‘tech-baronnen’ noemt: mensen als Mark Zuckerberg, Elon Musk, Peter Thiel, Jeff Bezos en anderen, die zich lange tijd als vooruitstrevende weldoeners hebben voorgedaan, maar aan het begin van de tweede ambtstermijn van Donald Trump hun ware gezicht hebben laten zien: als opportunisten, bereid mee te gaan met elke politicus die gewin belooft, ook al heeft hij misschien eerder geprobeerd de uitslag van democratische verkiezingen teniet te doen.

Waar ooit in de Amerikaanse geschiedenis olie- en staalbaronnen probeerden de Amerikaanse politiek en economie naar hun hand te zetten, zijn dat nu – in de visie van Eva Illouz – de techno-baronnen. Hun rijkdom is niet meer gebaseerd op stoffelijke zaken als grondstoffen of machines, maar op emoties. Uw en mijn emoties, om precies te zijn, uitgelokt, bespeeld en gequantificeerd. Het techno-kapitalisme berust op de handel in affecten, overgebracht in sociale netwerken waarbij het verschil tussen privé en publiek zoveel mogelijk is weggepoetst.

Het emotionele ‘ik’ produceert economische waarde: de influencer die zichtbaar van iets geniet, de facebook-poster die getuigt van zijn verdriet over zijn overleden kat, de gebruiker van sociale media die iets ‘liket’, boos wordt over wat iemand anders heeft geschreven, of op Instagram in huilen uitbarst. De mogelijkheden zijn legio en toch maken al dat soort uitingen een gestandaardiseerde indruk. Zelfs de manier waarop mensen in sociale media, of elders, uitstralen dat zij ‘authentiek’ zijn – iets wat bijvoorbeeld wordt gezegd ter vergoelijking van Trumps stomste uitspraken – heeft vaak iets cliché-matigs.

Illouz herinnert aan de kritische theorie van de Frankfurter Schule, die meende dat de vertechnisering van de samenleving – de ‘verdinglijking’ van alles – bijdroeg tot het gevoel van vervreemding waaraan de moderne mens leed. Waar alleen nog maar dingen zijn, raakt de mens vervreemd van zijn subjectiviteit en vindt een proces van ontmenselijking plaats, was de neo-marxistische redenering. Maar wat zich nu voltrekt is eerder het omgekeerde, meent de Franse sociologe: aangespoord door de techno-baronnen en hun sociale netwerken, worden de mensen juist aangespoord hun subjectiviteit zoveel mogelijk de vrije loop te laten, los van traditionele normen van fatsoen, redelijkheid of respect. Juist die subjectiviteit is de grondstof van de nieuwe rijkdom.

Illouz ziet grote gevaren voor de maatschappij door die alles doordringende emotionalisering. Mensen doen geen ervaring meer op, als je ervaring definieert als contact met menselijke wezens, die zich kenmerken door het feit dat ze van jou verschillen. De enige interactie die het individu nog heeft is met zichzelf, en de emoties die hij daarbij voelt of naar voren brengt hoeven geen test door confrontatie met de werkelijkheid meer te doorstaan. Het gevolg is een de-socialisering, of ook de-civilisatie, als je het met Norbert Elias eens bent dat beschaving samenhangt met de mate waarin een individu, of een cultuur, primitieve emoties en reflexen aan banden weet te leggen.

In de wereld van de sociale media verliest het individu bovendien het verlangen om samen met anderen te zijn. Dat is overigens een trend die al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bestaat in Westerse samenlevingen: mensen opereren minder in sociale verbanden en misschien moeten de meer recente bevindingen dat millenials minder seks hebben dan hun ouders en grootouders ook in dit licht worden bezien. Eenzaam achter het scherm zitten wordt meer de norm – maar sinds Émile Durkheim (1858-1917) weet de sociologie dat eenzaamheid voor de mens een van de grootste plagen is.

Het primaat van de emotie werkt polarisatie in de hand omdat wie in eenzaamheid tot een sterke emotie, of overtuiging is gekomen, die niet aan de mening van anderen of de realiteit wordt getoetst, weinig reden heeft om daar van af te zien. Het opgeven van de emotie zou het karakter dragen van verraad aan het eigen ik. Dat verklaart de opkomst van allerlei vormen van sociale protest door individuen die opgesloten blijven in hun eigen affecten en geen duimbreed willen afwijken – neem de meer radicale boerenprotesten in Nederland bijvoorbeeld. Elke probleemoplossing langs wegen van ritueel en symboliek – de gedachte van evenredige vertegenwoordiging bijvoorbeeld, of de gedachte van nationale saamhorigheid – wordt daarmee irrelevant en uitgesloten.

De nieuwe tech-baronnen vinden dat prima: zij doen niet in oplossingen of maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef, maar alleen in geld verdienen met emoties. Hun bekering tot het Trumpisme – de eredienst aan een man die rationaliteit en fatsoen heeft opgegeven ten bate van eigen gewin en het opdringen van zijn grillige eigenwaan aan de rest van de wereld – is niet toevallig.

Het primaat van de individuele emotie werkt niet bevorderlijk op het ontstaan van levensvatbare oppositiebewegingen, die aan de macht van de tech-baronnen paal en perk zouden kunnen stellen. Zie bijvoorbeeld de grote moeite die de Democraten in de VS of PRO in Nederland hebben om tot een succesvolle oppositie te komen: de neiging om geen duimbreed te wijken van linkse heilige huisjes, hoe ver die misschien ook van het werkelijke leven van de keizers afstaan, is heel groot.

Wat te doen? Om te beginnen kan het natuurlijk geen kwaad om te constateren dat Illouz wel heel erg rechtlijnig is in haar kritiek, zoals Franse intellectuelen dat wel eens vaker zijn. Niet iedereen die gebruik maakt van sociale media is bezig zijn emoties op de lezers los te laten – ikzelf bijvoorbeeld doe dat maar heel zelden. Sociale media worden ook voor heel nuttige dingen gebruikt – verwijzing naar interessante, intellectuele publicaties bijvoorbeeld.

Er valt ook wel wat af te dingen op de gedachte dat bijna iedereen schijnbaar willoos aan de expressie van de eigen affecten op sociale media is overgeleverd. Toen vorig jaar definitief bleek dat Elon Musk het door hem opgekochte Twitter (nu X) gebruikte voor de verbreiding van zijn eigen reactionaire inzichten en emoties, hebben bijna alle verstandige Nederlanders die ik ken dit netwerk verlaten – zodat X is verworden tot een oninteressant doorgeefluik van de zwartste en domste reactie.

De verleiding is groot om sociale media, en het gebruik daarvan aan banden te leggen. Die verleiding wordt ook zeker niet kleiner wanneer je de Amerikaanse vice-president J.D. Vance – groot vriend van de tech-baronnen, hoort schelden op de Europeanen omdat ze hindernissen opwerpen voor het ongebreideld uiten van hatelijke-, racistische- of antidemocratische gedachten op sociale media en daarmee, vindt Vance, de vrijheid van meningsuiting aan hun laars lappen. (En daarmee ook eeuwen Europese beschaving, vindt deze zojuist tot het katholicisme bekeerde half-intellectueel).

Toch is die vrijheid wel een punt. Onlangs heeft de Franse ‘Conseil d’état’ (Raad van State) een streep gehaald door een nochtans parlementair goedgekeurd wetsontwerp waarbij jongeren onder de 15 jaar het gebruik van sociale media werd verboden, en dat – voor nieuwe accounts – al op 1 september a.s. in werking had moeten treden. De Conseil vond dat de beoogde wet te diep ingreep in de rechten van de mens en burger en bovendien te onduidelijk bleef welke ‘content’ nu eigenlijk wel, en welke niet voor de jeugd ter beschikking mocht staan.

Dat lijkt me een verstandig standpunt. De verleiding is groot om de veronderstelde dreiging die uitgaat van sociale media, AI of internet alleen maar met verbodsbepalingen – in feite dus censuur – te lijf te gaan. En als er iets bekend is uit de cultuurgeschiedenis, dan is het dat censuur op den duur altijd belachelijk is. Een van de beste voorbeelden is het proces in 1857 tegen de roman ‘Madame Bovary’ van Gustave Flaubert (1821-1880), een verhaal over een doktersvrouw uit de provincie die door het nemen van minnaars probeert te ontsnappen aan de banaliteit van het bestaan. Flaubert werd ‘een aanslag op de goede zeden’ verweten en – merkwaardig verwijt in onze hedendaagse ogen – een overmaat aan realisme in zijn beschrijving van gevoelens en maatschappelijke verhoudingen.

Flaubert werd vrijgesproken. Minder fortuinlijk liep een soortgelijk proces, eveneens in 1857, af voor de dichter Charles Baudelaire (1821-1867) die een boete moest betalen voor zijn bundel ‘Les Fleurs du mal’. En hij moest zes gedichten uit een volgende druk van de bundel, waaronder het buitengewoon sensuele ‘Les bijoux’. Zowel Flaubert als Baudelaire waren na hun proces in één klap beroemd. ‘Madame Bovary’ en ‘Les Fleurs du mal’ worden tegenwoordig door Franse middelbare scholieren vlijtig gelezen, ook wanneer zij nog geen 15 jaar zijn. Een grondige gedachtenwisseling over de gevaren van sociale netwerken en AI is zeker nodig en belangrijk. Maar we moeten er wel voor waken, ons in de ogen van toekomstige generaties belachelijk te maken.

Eva Illouz: Le futur des émotions. Comment la technologie et le capitalisme exploitent notre subjectivité. Gallimard 2026.

Afbeelding: ‘Madame Anastasie’, een allegorie op de censuur van de tekenaar André Gill (1840-1885), afgedrukt in ‘l’Éclipse’ van 19 juli 1874. Het schijnt dat niemand met zekerheid weet hoe ‘Anastasia’ de allegorische verbeelding van de censuur is geworden. (BnF)

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑