
Een nieuwe term lijkt zijn intrede te hebben gedaan in beschouwingen over internationale politiek: ‘War of choice’. Misschien vergis ik me wel en is de uitdrukking al ouder. Maar in ieder geval past die prima bij de oorlog die de Amerikaanse president Donald Trump tegen Iran is begonnen: een oorlog zonder duidelijke onmiddellijke noodzaak, een keuze – om niet te zeggen een gril.
Het valt de historicus Odd Arne Westad niet kwalijk te nemen dat hij deze oorlog niet voorzien had in zijn net verschenen ‘The coming storm’, waarin hij verschillende scenario’s doorneemt voor wat hij ziet als een dreigende, verwoestende mogelijkheid: een oorlog tussen de grootmachten.
De Noor Westad (1960), thans hoogleraar aan de Amerikaanse Yale University, is vooral bekend van het in 2017 verschenen ‘The Cold War: a world history’, dat inmiddels de status van een standaardwerk over de Koude oorlog heeft verworven. In ‘The coming storm’ begeeft hij zich op het – enigszins glibberige – pad van voorspellingen over de grote oorlog die mogelijk op komst is en die, vreest de historicus, nog grotere verwoestingen zal aanrichten dan de twee eerdere wereldoorlogen.
De huidige internationale situatie wordt dezer dagen nogal eens vergeleken met die in de jaren dertig van de vorige eeuw: opkomst van autoritaire leiders, ondergang van de democratie, bal der ressentimenten. Maar voor Westad is een eerder moment in de geschiedenis veel meer van toepassing: 1914, het jaar waarin de Eerste wereldoorlog uitbrak.
Dat was tot veler verrassing want oorlog werd destijds al voor minder waarschijnlijk gehouden, gezien de gestage ontwikkeling van steeds vreselijker vernietigingswapens. Bovendien was het al heel lang vrede geweest, betoogt Westad.
Dat laatste lijkt me eigenlijk de zwakste schakel in de historische vergelijking van de Noorse historicus, die van mening blijkt dat het Europees construct van het Congres van Wenen in 1816 eigenlijk min of meer behouden is gebleven tot 1914. Natuurlijk kun je zeggen dat de Pruisisch-Oostenrijkse oorlog van 1866, of de Frans-Duitse van 1870 als het ware oorlogen ‘binnen het systeem’ waren, dat wil zeggen beperkte conflicten tussen de grootmachten van die tijd, wier onderlinge verhoudingen door middel van deze oorlogen als het ware gecorrigeerd werden.
Maar dat de Krim-oorlog in de jaren vijftig, waarbij meerdere van die grootmachten betrokken waren, en die vaak is gezien als een voorbode van de Eerste wereldoorlog – ook al door de toepassing van voor de tijd geavanceerde technologie (de telegraaf bijvoorbeeld) – in Westads betoog in het geheel niet voorkomt, is wellicht minder sterk.
Maar dat alles doet weinig af aan de analogie van de huidige situatie met die in 1914. De voorgaande jaren waren gekenmerkt door grote technische veranderingen, en ook toenemende welvaart, die echter zo rond 1900 leek te stokken. Tegelijkertijd was er veel wantrouwen tussen de verschillende naties, wat er toe leidde dat menige grootmacht er goed aan meende te doen in een vroeg stadium te mobiliseren. Wat dan weer het wantrouwen bij de andere grootmachten voedde.
De voornaamste grootmacht was Groot-Brittannië, dat beschikte over een wereldomspannend imperium, maar daarom juist beducht was voor concurrenten die het land naar de kroon zouden kunnen steken. De Verenigde Staten van nu, zeg maar.
En er was Duitsland, een macht in opkomst die als verenigd keizerrijk pas sinds 1870 bestond, en van mening was dat de andere grootmachten haar geen plaatsje onder de zon gunden – het huidige China in de vergelijking.
Bosnië, waar de moordaanslag op een Oostenrijkse prins plaatsvond die in 1914 de vlam in de pan deed slaan, wordt in die vergelijking dan het equivalent van bijvoorbeeld Taiwan.
Nog terwijl de miljoenen levens verslindende oorlog van 14-18 voortduurde, leefde bij velen het besef dat zo’n allesverwoestend conflict geen zin had, en dat er veel mee gewonnen zou zijn als oorlog als middel van buitenlandse politiek zou worden afgeschaft. ‘La der des ders’ was een van de leuzen waarmee Franse dienstplichtigen naar het front trokken – voor een oorlog die geacht werd de aller- allerlaatste te zijn.
Het liep anders, zoals bekend. Er kwamen organen van internationale conflictbeheersing zoals de Volkenbond, maar de ambities en frustraties die in de marge van de Eerste wereldoorlog waren ontstaan, konden niet verhinderen dat er nog een Tweede volgen zou.
Pas daarna volgde weer een langdurige periode van relatieve vrede, waarin lokale conflicten beperkt bleven en de grote tegenstelling van de Koude oorlog, en de toen gevoelde onmogelijkheid van een kernoorlog in zekere zin een bevriezende werking had. Hoe onvolkomen en in vele opzichten onbevredigend die situatie ook geweest moge zijn, zij was ongetwijfeld te verkiezen boven die van dit ogenblik, waarin soms alle remmen los lijken.
Terwijl ik dit schrijf, lees ik dat de Amerikaanse presidenten in een met onfatsoenlijke krachttermen doorspekte boodschap de bevolking van Iran met grootscheepse vernietiging van bruggen en energie-centrales dreigt – in strijd met het oorlogsrecht overigens. En dat allemaal in een oorlog waaraan elke strategie lijkt te ontbreken, en die nog onvoorspelbare gevolgen heeft voor internationale politiek en mondiale economie.
Bij zoveel redeloosheid helpen ook de erudiete lessen van een eminent historicus niet meer, vrees ik. Odd Arne Westad deed er misschien beter aan terug te keren naar de Koude oorlog, waarvan hij als geen ander verstand heeft.
Odd Arne Westad: The coming storm. Power, conflict and warnings from history. Allen Lane 2026.
Ook beschikbaar in Nederlandse vertaling van Jan Wynsen: De naderende storm. Uitgeverij Nieuwezijds b.v. 2026
Afbeelding: Belgische troepen op weg naar het front in 1914. Prentbriefkaart, Erfgoed Land van Rode).

Plaats een reactie