Alle kunst is propaganda – maar voor welke politiek?

Het gebied in Noord-Oost Syrië waar deze week Turkije met een militair offensief is begonnen, heeft een naam: Rojava (West-Koerdistan). Onder deze noemer hebben de plaatselijke Koerdische milities YPG en YPJ een eigen ‘federaal gewest’ (binnen Syrië) uitgeroepen, alsmede een revolutie die ecologisch, libertair en communautair heet te zijn, met gelijke rechten voor vrouwen en ethnische minderheden, en democratische vertegenwoordiging op alle bestuursniveaus.

Rojava is een voorbeeld van ‘statenloze democratie’ en als zodanig een kolfje naar de hand van de Nederlandse ‘propaganda-kunstenaar’ Jonas Staal. Die behandelt de kunstzinnige aspecten van Rojava in zijn zojuist verschenen boek ‘Propaganda Art in the 21st Century’. Vanaf 2014 was hij betrokken bij de bouw van een gebouw voor een ‘Volksvergadering’ in de Syrische stad Derik. In datzelfde jaar bouwde hij, voor twee dagen, een heuse ‘statenloze’ ambassade voor Rojava in de hal van het stadhuis van de Noorse hoofdstad Oslo.

In beide gevallen ging het daarbij om afleveringen van Staals langlopende project ‘New World Summit’. Voor deze politieke topbijeenkomsten nodigt de kunstenaar vertegenwoordigers uit van de talloze bewegingen in deze wereld die streven naar een eigen staat, of althans autonomie, of een nationale revolutie. Sommige doen dat met democratische middelen, zoals de Schotse Nationale Partij of de Catalaanse CUP. Andere, zoals de Communistische Partij van de Filippijnen of de Koerdische YPG, zetten meer in op krachtdadige revolutie of zelfs gewapende strijd. Staal laat ze allemaal zonder onderscheid aan het woord komen, meestal in een door hemzelf ontworpen omgeving, zoals blijkt uit deze video van de opening van de Volksvergadering in Derik:

Jonas Staal (1981) werd onder andere bekend in 2007, toen hij in de Rivierenbuurt in Amsterdam op een nacht de straatnaambordjes ‘Vrijheidslaan’ had overplakt met ‘Stalinlaan’ . Dat was de officiële naam van de straat geweest totdat de bloedige onderdrukking van de Hongaarse opstand in 1956 de Amsterdamse bestuurders ertoe bracht het eerbetoon aan de Sovjet-leider als bevrijder in de Wereldoorlog te staken. Roosevelt-laan ja, Churchill-laan ja, maar na 1956 geen Stalin-laan meer. Opschudding bracht Staals nachtelijke plakactie nauwelijks teweeg, heeft de kunstenaar wel eens verteld: in 2007 vond iedereen het kennelijk heel gewoon, zo’n Stalin-laan.

In 2009 bouwde Staal op meerdere plekken in Den Haag kleine installaties met foto’s van Geert Wilders, al of niet in een plastic hoesje, brandende kaarsjes en speelgoedbeertjes – het soort informele monumentjes dat mensen maken op plekken waar iemand is vermoord of tragisch verongelukt. Wilders deed aangifte wegens ‘bedreiging’ en het project leverde Staal een heus proces op, waar hij het woord voerde, aldus het proces – waarin hij werd vrijgesproken – zelf ook weer tot kunstwerk makend.

Jonas Staal heeft zijn ideeën over kunst en propaganda door de jaren heen neergelegd in een reeks pamfletten. Autonome kunst bestaat niet, of werkt zelfs systeem-bevestigend. Kunst heeft altijd een politiek effect, zoals de politiek – bijvoorbeeld door subsidieverstrekking – inwerkt op de kunst. Deze gedachtelijn zet hij voort in het door het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology prachtig uitgegeven ‘Propaganda Art in the 21st Century’.

Voor de in dit boek ontvouwde theorieën leunt Staal vooral op een uitspraak van de Britse schrijver-socialist Upton Sinclair (1878-1968), ‘All art is propaganda’, en op de theorieën van Noam Chomsky over de ‘manufacturing of consent’ in de massamedia of door andere culturele middelen. Kunst, vindt Staal, is ‘nooit onschuldig’.

Daarmee gooit de kunstenaar een wel erg wijd begripsnet, lijkt me. Staal heeft natuurlijk gelijk dat we bij propaganda-kunst niet alleen maar moeten denken aan het socialistisch realisme uit de Sovjet-Unie, of aan nazi-beeldhouwkunst. Maar ambiguïteit, zoals in de Amerikaanse tv-serie ‘Homeland’ als het om het martelen van gevangen leden van Al Qaida gaat, ook systeem-bevestigend werkt, waag ik te betwijfelen. Het is misschien laffe ‘kunst’, die geen partij durft te trekken. Maar bij propaganda stel je je toch eerder een zekere doelgerichtheid voor.

Bovendien zijn er voorbeelden te over van kunstenaars die zich achter een politiek doel scharen, maar dan hun eigen programma volgen. Een sterk voorbeeld daarvan zijn de kunstenaars die Sjeng Scheijen heeft beschreven in ‘De avant-gardisten’: mannen als Malevitsj en Tatlin volgden enthousiast Lenin en de bolsjewieken, maar op den duur ging de macht deze kunst als ondermijning beschouwen.

In Staals redenering lijkt alle onderscheid tussen politiek en kunst te vervagen – wellicht meer dan wenselijk is voor een heldere redenering. Voor wie Staals fascinerende carrière kent, is dat nauwelijks een verrassing: politiek en kunstenaarschap lopen bij hem volkomen door elkaar heen.

Kieskeurig is hij daarbij niet. Ik heb zelf eens, op een ‘New World Summit’ in Utrecht als gespreksleider gefungeerd in een bijeenkomst met een Afrikaanse bevrijdingsbeweging. Naarmate het gesprek vorderde gingen de gesprekspartners mij steeds meer tegenstaan. Ik kreeg de indruk – misschien ten onrechte – dat onder hun fraai klinkende frasen over zelfbeschikking en volkswil een behoorlijke dosis bereidheid tot onderdrukking van andersdenkenden en economisch lucratieve veroveringsplannen schuil ging.

Een zwakte van de theorie dat alle kunst propaganda is, lijkt me vooral dat het niet om het even is, waarvoor propaganda gemaakt wordt. Ook over die sympathieke Koerden van Rojava, met hun zelfbewuste vrouwelijke strijders en ecologische radenrepubliek, doen trouwens door Amnesty en Human Rights Watch goed onderbouwde verhalen over ethnische zuivering van niet-Koerden de ronde. Staals werk als propaganda-kunstenaar is zeker heel interessant en baanbrekend. Maar misschien zou het nog veel boeiender en spannender zijn, wanneer hij zijn werk in dienst van een zaak zou stellen.

Jonas Staal: Propaganda art in the 21st century. Massachusetts Institute of Technology, Cambridge/London 2019.

Voor een overzicht van het werk van Jonas Staal: http://jonasstaal.nl

Afbeeldingen bij dit blog zijn van Staals website. De afbeelding van Donald Duck komt uit het besproken boek – omslag van een instructiebrochure van het Amerikaanse War Department uit 1944.

De inwijding van de Volksvergadering van Rojava.
De ‘statenloze ambassade’ van Rojava in Oslo.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: