Rietveld: wereldroem en kamertjeszonde

Wat zou er gebeurd zijn wanneer Gerrit Rietveld (1888-1964) wél in 1923 de uitnodiging van Walter Gropius had aangenomen en zich in Weimar had aangesloten bij het Bauhaus – dit powerhouse van kunstzinnige en maatschappelijke vernieuwing? Die kans liet Rietveld lopen. Wereldberoemd werd hij desondanks, vooral omdat Theo van Doesburg – die over een breed internationaal netwerk beschikte – Rietvelds werk liet zien in het tijdschrift De Stijl. Maar zelf bleef Rietveld liever in Utrecht, manoeuvrerend tussen een even depressieve als wettige echtgenote en Truus Schröder, met wie hij het beroemde huis gebouwd had en die – naar alle waarschijnlijkheid – zijn minnares was, en in ieder geval zijn hartsvriendin.

Jessica van Geel heeft met I love you, Rietveld een erg mooi boek geschreven over, zoals de ondertitel zegt, “de liefde tussen Truus Schröder en Gerrit Rietveld en het huis dat zij bouwden”. De beschrijving van die liefde is geen eenvoudige zaak. Truus, exponent van een generatie Nederlanders die anders dan de huidige meende dat het persoonlijk leven niet en détail op straat moest komen te liggen, ook niet na de dood, heeft er voor gezorgd dat na haar overlijden in 1985 de meeste bescheiden die op een intieme omgang konden wijzen, vernietigd waren.

Wat blijft, rechtvaardigt alleszins dit boek van kloeke omvang. Het interessantst, historisch gezien, is hoe dat beroemde huis, thans in glorieuze staat bewaard door het Centraal Museum als het ‘Rietveld Schröder Huis’, niet alleen in opdracht van Truus tot stand kwam, maar ook in 1924 in zijn opzet sterk bepaald werd door haar voorkeuren voor een strakker, soberder leven. Tot aan de bouw van het huis was Rietveld, die zich ontwikkelde tot een internationaal gevierde architect en ontwerper, voornamelijk bekend als meubelmaker.

Jessica van Geel heeft in haar boek een programma: zij beoogt, wilde speculaties over de liefde tussen Schröder en Rietveld uit de weg gaand, te laten zien welk een grote rol Truus heeft gespeeld bij de wording en de praktijk van Rietvelds kunstenaarschap. Dat is een nobel streven – te vaak wordt de rol van vrouwen achter of naast grote mannen verdonkeremaand. Er is ook alle reden Truus in het zonnetje te zetten. Truus en Gerrit vestigden in het beroemde huis een architectuurfirma op beider naam, totdat op een dag Gerrit het kennelijk wel mooi vond en zijn atelier elders in Utrecht vestigde. De brief waarin Truus haar bittere teleurstelling over deze stap tot uitdrukking brengt, is een van de weinige intieme stukjes correspondentie waarover Van Geel kon beschikken.

De biografe onthoudt zich dus van al te gemakkelijke oordelen over de personen in haar boek. Maar dat hoeft een lezer als ik er natuurlijk niet van te weerhouden een eigen indruk op te doen. Truus treft mij als een enigszins benepen figuur, en een beetje bazig ook. Zij heeft Rietveld in 1911 voor het eerst ontmoet, toen deze een in de timmermanswerkplaats van zijn vader vervaardigde, door Truus verafschuwde, neo-classicistische schrijftafel met balpoten kwam afleveren. In datzelfde jaar trouwden zij – in het eigen milieu, zoals dat hoorde: Truus met de vroeg gestorven, katholieke advocaat Frits Schröder, Gerrit met een gereformeerd meisje dat naar de onwaarschijnlijke voornaam Vrouwgien luisterde.

Truus was in haar huwelijk niet gelukkig – wat zich onder andere uitte in de esthetische meningsverschillen in huize Schröder. Zo vond zij de kamers van de echtelijke woning te hoog, en daardoor deprimerend. Gerrit kreeg de opdracht een kamer opnieuw in te richten, met meer horizontale lijnen en kleurvlakken aan de muren die de hoogte van het vertrek moesten verdoezelen. Door die opdracht hielden Gerrit en Truus aantoonbaar contact, al is uit de bronnen eigenlijk niet duidelijk wat door de jaren heen nu precies de aard van hun verhouding was, en in hoeverre je die sentimenteel, erotisch of seksueel zou kunnen noemen. Aan Truus lijkt een zekere ascetische inslag niet geheel vreemd geweest (Bolland lezen, vegetarisme, antroposofie enz.), maar het is ongetwijfeld een vooroordeel van schrijver dezes, dat hij dan niet meteen aan prikkelende seks denkt.

Wat Van Geels boek zo interessant, en tot op zekere hoogte schokkend maakt, is misschien wel juist deze discrepantie. Aan de ene kant is er het feit dat Rietveld, met name sinds Theo van Doesburg hem ontdekt, kon gelden als een prominent lid van de internationale kunst- en design-avantgarde. Dat opende, stel je je voor, de weg naar een groots en meeslepend leven dat anderen in die avant-garde ook inderdaad hadden: Van Doesburg met zijn flamboyante Nelly in Parijs bijvoorbeeld, El Lissitsky die in Utrecht het beroemde huis nog heeft bezocht, Kurt Schwitters die betrokken was bij de DADA-beweging, Robert van ’t Hoff die communist werd en naar Rusland afreisde.

Gerrit Rietveld kende ze allemaal wel, maar zijn eigen persoonlijk leven stond in het teken van het beklemmende Hollandse burgermansbestaan, in Utrecht, of all places. Dagelijks pendelde hij – op de motorfiets, dat wel – heen en weer tussen Truus en het huisgezin waarin hij elke avond braaf terugkeerde. De verhouding met Truus bleef ‘kamertjeszonde’, om een woord van Herman Heijermans te lenen: de zonde is niet echt zonde, als je dat wat iedereen weet maar niet openlijk belijdt.

Het meest larmoyante beeld uit het boek van Van Geel is de scene waarin de wettige echtgenote Vrouwgien – haar best doend de buitenechtelijke verhouding waarover ‘de mensen praatten’ zoveel mogelijk te negeren – de echtelijke woning boven de door Rietveld ontworpen Bioscoop Vredenburg niet meer uitkomt. Zij zit hele dagen op zo’n beroemde stoel. Op de wereldvermaarde armleuningen is net voldoende plaats voor haar Bijbel, haar pakje sigaretten en haar asbak.

Dat laatste detail danken we aan het relaas van in 1999 overleden schilderes Bep Rietveld, de oudste dochter van Gerrit en Vrouwgien. Die is trouwens ook de auteur van een opmerkelijke, postume wraakactie.

In 1957 overleed Vrouwgien, en Gerrit trok alsnog full time in bij Truus. Gerrit overleed in 1964 en werd in Bilthoven begraven. Toen Truus zelf in 1985 de geest gaf, kwam zij te liggen in het graf naast Gerrit. Wat je noemt een romantisch idee: de zo lang door conventie gescheiden gelieven alsnog in de dood verenigd. Maar dat was buiten Bep gerekend, die zich naar eigen zeggen altijd al had gestoord aan de manier waarop haar vader zijn leven had gearrangeerd en aldus zijn wettig gezin emotioneel tekort had gedaan. In 1995 zag zij haar kans schoon: er waren voor het graf van Gerrit al tien jaar geen onderhoudskosten meer betaald, waardoor het voor ruiming in aanmerking kwam. Bep liet haar vader opgraven en herbegraven in Utrecht, weg van die ‘andere vrouw’.

Een kleingeestige actie? Zeker. Maar ook: eindelijk eens een steen in de vijver die deze geschiedenis best wat eerder had kunnen gebruiken.

Jessica van Geel: I love you, Rietveld. Het verhaal van de liefde tussen Truus Schöder en Gerrit Rietveld, en het huis dat zij bouwden. Lebowski 2018

Afbeelding boven: Het Rietveld Schröder Huis, museum bij avond. Afbeelding onder: Portret van Truus Schröder door Bep Rietveld, uit 1935. De invloed van Charley Toorop, bij wie Bep Rietveld in de leer was, is duidelijk zichtbaar. Het gerucht gaat dat Gerrit dit werk van zijn dochter eigenhandig heeft geretoucheerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: