De vulkaan en de vooruitgang: 1815-1883-2018

Een eerdere uitbarsting van de Krakatoa, de vulkaan tussen Java en Sumatra, had in mei 1883 nog een indrukwekkend, aantrekkelijk schouwspel der natuur geleken – een rederij bood trips aan, opdat ramptoeristen zich aan het natuurgeweld konden vergapen:

Maar in de nacht van 27 augustus 1883 was het voorbij met het amusement. Zelfs in Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië die 130 kilometer ten oosten van de vulkaan lag, deed niemand meer een oog dicht: luidde knallen, aardschokken en een kiezelregen die maakte dat men zich – in de woorden van dagblad De Locomotief – “zonder een regenscherm niet buiten kan wagen”. In de stad Semarang trilden de huizen op hun grondvesten.

Ook nu, eind 2018, doet de Krakatoa weer van zich spreken. Na een tsunami die in de omgeving honderden slachtoffers gemaakt heeft, blijft de vulkaan zo actief dat het vliegverkeer moet worden omgeleid, omdat stofwolken een bedreiging vormen voor de motoren. Strikt genomen betreft het hier overigens niet de Krakatoa, die in 1883 finaal werd weggeblazen met een klap die wellicht het luidste is geweest wat de mens in vele eeuwen heeft kunnen horen. De berg die zich nu roert, staat bekend als Anak Krakatoa, de zoon van Krakatoa, en heeft zich in de jaren 1920 uit zee verheven, ongeveer op dezelfde plek als waar eens zijn vader stond.

De explosie en de tsunami’s die de uitbarsting in 1883 veroorzaakte, vaagden 165 dorpen weg, en vergden 36.417 doden – volgens de officiële cijfers van het Nederlands-Indisch gouvernement. De uitbarsting had in de hele wereld aantoonbare gevolgen. In heel de toenmalig beschaafde wereld registreerde de barometer – een recente uitvinding die in geen burgerlijk huisgezin mocht ontbreken – een grillige, plotselinge val gevolgd door een heftige stijging. Er waren ook gevolgen voor de temperatuur: in de dagen na de explosie liepen, hartje augustus, de bewoners van Batavia rillend van kou over straat. Het stof en de zwaveldampen die de berg had uitgestoten blokkeerden het zonlicht en daarmee de warmte.

Ook op grotere afstand waren de gevolgen van de uitbarsting echter waarneembaar. De stuwing van de watermassa was zo enorm, dat tot in het Kanaal tussen Engeland en Frankrijk een anderszins onverklaarbaar hoog tij werd waargenomen. En op het gehele noordelijk halfrond waren de zonsondergangen najaar 1883 opmerkelijk kleurig en fraai – gevolg van de breking van het zonlicht door stof en zwaveldamp in de hogere luchtlagen. De bekendste getuigenis daarvan is een schilderij van de befaamde Amerikaanse landschapsschilder Frederic Edwin Church (1826-1900): Sunset over the ice on Chaumont Bay, Lake Ontario:

En toch vielen de gevolgen van de uitbarsting van de Krakatoa in 1883 nog mee in vergelijking met een soortgelijke ramp die zich in 1815 wat verder oostelijk had voltrokken: de uitbarsting van de vulkaan Tambora, op het eiland Soembawa, oostelijk van Bali en Lombok en destijds onder Brits bestuur, zolang de Nederlandse VOC zich nog niet definitief leek te hebben ontworsteld aan het Franse bestuur van het Europese koninkrijk.

De uitbarsting van 1883 is zo veel bekender omdat zij de eerste grote ramp van dit type was die plaatsvond in de wereld van moderne communicatie. Het persbureau Reuter had een kantoor in Batavia, waardoor het nieuws van de eerste uitbarsting in mei zich al telegrafisch als wereldnieuws had verspreid. De kranten van Nederlands-Indië melden op de dagen na 27 augustus met ontsteltenis dat zij geen telegraaf-verbinding meer konden leggen met het stadje Anjer, op de westkust van Java, wat het ergste deed vrezen voor het lot van dit liefelijke oord, populair onder toeristen en een uitstekend uitkijkpunt voor vulkaan-toeristen. Anjer was geheel door het water verwoest, bleek in de dagen daarna – en er waren foto’s om de ernst van de situatie aan te tonen. Hier het voornaamste hotel van Anjer, voor en na de ramp:

Foto”s: collectie Tropenmuseum, Amsterdam

Niet alleen de informatievoorziening, ook de reacties van 1883 doen ‘modern’ aan. Zo werd in de weken na de ramp door het gouvernement al een officiële hulpactie op gang gebracht, en een regeringscommissie ingesteld die luisterde naar de naam ‘Centraal comité voor de noodlijdenden door de uitbarsting op Krakatau’. De gymnastiekvereniging ‘Luctor et emergo’ , blijkt uit een advertentie in het Bataviaasch Handelsblad, organiseerde al op 6 september een eerste benefiet-manifestatie. En er was, zoals dat gaat met Hollanders, natuurlijk ook meteen gemekker over de handelwijze van de regeringscommissie. De loge ‘De ster in het Oosten’ liet weten een eigen inzamelingsactie te beginnen omdat de regeringscommissie aan het werk was voor alle getroffenen. De Loge daarentegen wenst met een eigen inzameling uitsluitend de ‘Europese bevolking’ steunen.

De uitbarsting van de Krakatoa in 1883 staat, voor zover we nu weten, wat kracht betreft pas op plaats vijf in de lijst van vulkaanuitbarstingen waarover documentatie bestaat. De al genoemde ramp met de Tambora in 1815 staat daarop nummer twee, en was bijvoorbeeld acht maal zo sterk als de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79, waaraan we onze kennis van de door as bedolven Romeinse steden Pompeï en Herculaneum te danken hebben. De wetenschap der geologie heeft sedert 1815 bepaald niet stilgestaan, bij het bepalen van ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan in de aardkost, en zich nog zullen voordoen.

Maar nog spectaculairder is het voortschrijdend inzicht in de gevolgen van een grote vulkaanuitbarsting als die op 6 april 1815. Al langer was natuurlijk bekend dat 1816 een opmerkelijk koud jaar was geweest op vele plekken in de wereld. 1816 stond en staat bekend als ‘het jaar zonder zomer’. In China, in Bengalen, in Europa en Noord-Amerika mislukten oogsten, in New York sneeuwde het in juni. Al in de XIXde eeuw gingen wetenschappers op zoek naar mogelijke oorzaken voor deze toestanden, en de hongersnoden, cholera-epidemieën en volksverhuizingen die er het gevolg van waren. Er ontstonden allerlei theorieën, bijvoorbeeld dat de ontbossing die het gevolg is van de Industriële Revolutie, ervoor zorgde dat op veel plaatsen water minder door de natuur wordt opgenomen, zodat er meer waterdeeltjes in de dampkring bleven die het zonlicht afschermden. In de loop van de XIXde eeuw wint het inzicht veld dat de gang van zaken in de dampkring nog door andere verbindingen dan H2O bepaald wordt.

Pas in de XXste eeuw dringt het besef door dat het vermoedelijk de uitbarsting van Tambora in 1815 is geweest, die een verkoeling van het aardoppervlak met 0,4 tot 0,8 graden Celsius teweeg heeft gebracht. Dat lijkt – nu er in onze tijd internationaal voorshands vruchteloze diplomatieke pogingen worden ondernomen om een verhitting van de aarde met twee graden te voorkomen – vrij bescheiden. Maar hoe verder het inzicht in de gebeurtenissen van 1816 reikt, des te ontstellender lijken de gevolgen te zijn geweest. Ook na 1815 deden schilders overigens al hun voordeel met de stof- en zwaveldeeltjes in de dampkring, en de prachtige zwerken die er het gevolg van waren. Zie bijvoorbeeld J.M.W. Turners ‘Dido building Carthage or the Rise of the Carthagian Empire’ uit 1815:

Ook wordt gezegd dat Marey Shelley haar ijzingwekkende roman ‘Frankenstein’ heeft geschreven onder invloed van het jaar zonder zomer, en er is natuurlijk Lord Byron, die zijn beroemde Darkness schreef naar aanleiding van een dag in 1816 waarop overdag de kaarsen al aan moesten:

I had a dream, which was not all a dream. 
The bright sun was extinguish’d, and the stars 
Did wander darkling in the eternal space, 
Rayless, and pathless, and the icy earth 
Swung blind and blackening in the moonless air; 
Morn came and went—and came, and brought no day, 
And men forgot their passions in the dread 
Of this their desolation; and all hearts 
Were chill’d into a selfish prayer for light…..

Maar de gevolgen van de uitbarsting van de Tambora laten zich geenszins samen vatten als een cultureel feest alleen. De grootste hongersnoden deden zich voor in de Chinese provincie Yunnan en Bengalen in Brits-Indië, waar cholera-epidemieën uitbraken die later ook Europa zouden bereiken. In het door de oorlogen van het Napoleontische tijdperk geplaagde Europa stegen de prijzen voor graan en ander voedsel drastisch, wat in veel landen tot oproeren, daling van de vruchtbaarheid en de huwelijksleeftijd, en golven van emigratie naar de Nieuwe wereld en Rusland aanleiding lijkt te hebben gegeven. De Nederlandse historicus Philip Dröge heeft een intrigerend voorval nabij Gent in 1816 beschreven: een Nederlands legeronderdeel zette zich op een bijzonder donker uitgevallen dag in beweging, zoals gebruikelijk na het signaal op de trompet. Vervolgens werden de soldaten geconfronteerd met een menigte ondervoede, doodangstige dorpelingen die in hun benardheid het trompetgeschal beschouwden als het sein tot de Dag des Oordeel, vrij naar de Openbaringen van Johannes.

Zoals vaker bij rampen lijkt dankzij de Tambora de wetenschap voortgeschreden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de ontwikkeling van de fiets, een nuttig instrument als graan te duur is geworden om paarden te eten geven. Maar het is vooral de moderne meteorologie die met sprongen vooruit ging, samen met de studie van lange termijn-ontwikkelingen van het klimaat. Zo werd ontdekt dat men begin XIXde eeuw, de tijdelijke verkoeling van de aarde ten spijt, het einde van een kleine IJstijd beleefde. Ook toen al keek de wetenschap met argusogen naar het tempo waarin gletsjers en de periferie van de Poolkappen smolten. Want niet overal was het koud in de jaren na 1815 – Spitsbergen bijvoorbeeld kon voor het eerst sinds mensenheugenis aan de noordkant worden omvaren, tot vreugde van de walvisvaarders.

De veranderingen in het klimaat werden, al in deze periode, vaak gezien in economische kaders. In Groot-Brittannië schilderden politici het vooruitzicht van een warmer klimaat dat er op den duur voor zorgen zou dat het land voldoende graan kon verbouwen om af te zien van importen. In Frankrijk grepen rechtse krachten de klimaatveranderingen aan om te ageren tegen de privatisering van de grond van de kerk en de adel in de jaren van de Franse Revolutie, omdat die grond daardoor vaker werd gecultiveerd en ontbossing tot warmer weer zou leiden. Dat vulkaanuitbarstingen invloed hebben op het klimaat is overigens niet een idee dat pas na 1815 ontstond. Het Amerikaanse genie Benjamin Franklin had dat bijvoorbeeld al geopperd in 1783, naar aanleiding van de uitbarsting van de Lakagigar op IJsland.

Dat de vooruitgang en industrialisering en de rol van fossiele brandstoffen invloed hebben op het klimaat, en voor de aarde en zijn bewoners een bedreiging vormen, is daarentegen een gedachte die pas na de XIXde eeuw postvat – vanaf het rapport van de Club van Rome in de jaren 1970 zo ongeveer. De waarschuwingen vanuit de wetenschap klinken sinds een paar jaar steeds urgenter en de voorspellingen zijn steeds dreigender. Maar helaas: de bereidheid van veel regeringen om de vooruitgang van de wetenschap om te zetten in beleid, lijkt niet evenredig toegenomen. Het ramptoerisme gaat een gouden tijdperk tegemoet.

Voor dit blog zijn onder andere geraadpleegd:
Simon Winchester: Krakatoa, the day the world exploded, August 27 1883. Harper 2003;
Philip Dröge: De schaduw van Tambora, de grootste natuurramp sinds mensenheugenis, Spectrum 2013
Jean-Baptiste Fressoz et Fabien Locher: 1816, Le temps se gâte.
In: Patrick Boucheron (ed.): Histoire mondiale de la France, Seuil 2018, pp.458-465.

Afbeelding bovenaan: De Krakatoa na de finale explosie in 1883, litho in een uitgave van de Royal Society in Londen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: