Misplaatste mildheid

(17-4-2016)

Met de Hongaarse schrijver en intellectueel György Konrád (geb. 1933) verbindt mij een reiservaring. In 1980 ongeveer bezocht ik hem in Budapest, toen de hoofdstad van de ‘vrolijkste barak van het kamp’ zoals de plaats van Hongarije binnen het Sovjet-blok wel werd gedefinieerd. Rondlopen in de hoofdsteden van de zogeheten ‘socialistische landen’ was voor de jonge journalist een beetje spannend, omdat je er van uit kon gaan dat je door de competente autoriteiten in de gaten werd gehouden. Konrád woonde in een oude huurkazerne die keizer Franz-Joseph nog had gezien – sombere appartementen rond een binnenplaats met ijzeren trappen en omgangen. 

Kennelijk was de schrijver niet op mijn komst verdacht of wellicht was het tijdstip niet goed doorgekomen. In ieder geval deed hij in kamerjas open, maar het welkom was er niet minder op. Toen ik even later op zijn bank zat, liep er een slechts in een handdoek geklede, wonderlijk mooie vrouw door de kamer naar de badkamer – uit alles bleek dat ik de bekendste Hongaarse dissident van het moment tijdens een herdersuurtje gestoord had. Opeens leek mij de status van dissident in Hongarije anno 1980 een zeer begeerlijke. 

Het werd trouwens een interessante dag – met Konrád en vrienden ging ik naar de begrafenis van een andere dissident. Ik herinner me nog hoe we met enkele tientallen mensen om het graf stonden, terwijl agenten van de geheime dienst alles op video vastlegden. Om ieders gezicht goed vast te leggen, gingen ze daarbij desnoods vlak voor je staan. Zouden die opnamen nog bewaard zijn? Ik heb mij tussen 1978 en 1987 vrijwel ononderbroken met de landen van het Sovjet-blok bezig gehouden. Ik vraag me soms af wat er van al die dossiers over mij terecht is gekomen. 

De boodschap van de dissidenten was dat ik mij niet in de luren moest laten leggen door de relatieve gematigdheid en vrijheid in Hongarije in vergelijking met de andere landen van het Sovjet-blok. Die was betrekkelijk en bovendien min of meer toevallig – geen democratische verworvenheid. In een totalitaire politiestaat kan de stemming ieder moment weer omslaan. 

Konráds romans werden in die jaren in Nederlandse vertaling door Van Gennep uitgegeven. Ik heb veel daarvan ook wel gelezen, maar toch een beetje uit plichtsbesef. Er zijn van die auteurs die het goede voorstaan en sympathieke standpunten hebben, maar waarbij de literaire vonk niet overslaat. Na 1989 is het hem, tot mijn genoegen, goed gegaan: over zijn faam in Hongarije kan ik niet oordelen en ik had trouwens ook verder niets meer van hem gelezen. Maar in Duitsland is Konrád min of meer geadopteerd als een vooraanstaand ‘middeleuropees’ intellectueel en zijn beschouwelijkheid gewaardeerd – wellicht enigszins te vergelijken met de manier waarop Cees Nooteboom een Duitse beroemdheid is geworden. Konråd bracht het zelfs tot president van de Akademie der Künste in Berlijn. 

Dus toen ik las dat er in het Duits een nieuw boek van hem was uitgekomen, Gästebuchgeheten, dacht ik – kom. Dat werd misschien ook wel een beetje door een persoonlijke behoefte ingegeven. Niet alles in het Nederland van nu komt immers overeen met de voorstelling van het leven die ik mij in de jaren tachtig, en lang daarna maakte. Misschien verwachtte ik wel troost van een Hongaarse intellectueel die moet aanzien hoe de democratische beschaving waarvoor hij zich in de jaren tachtig inzette, zijn verworden tot een autoritair, eng-nationalistisch bestel waarin zelfs het aloude Hongaarse antisemitisme weer de kop opsteekt. De ondertitel van Konráds laatste, “Nachsinnen über die Freiheit”, voedde mijn verwachting.

Maar literatuur is natuurlijk iets anders dan troost op bestelling. Dus Gästebuch kon alleen maar tegenvallen en dat deed dan ook. Zeker, Konrád haalt herinneringen op aan zijn dissidententijd, en aan zijn afkeer van alles wat naar vrijheidsbeknotting uit naam van een natie of een ideologie hoeft geen twijfel te bestaan. Maar de toon van het boek is voorzichtig filosofisch, nergens militant of polemisch. ‘Mild’ is misschien het juiste woord – niet dat de auteurs zijn vijanden uit het verleden vergeeft, maar wel in die zin dat hij de indruk wekt de strijd uit het verleden als beëindigd en thans voor zichzelf irrelevant te beschouwen. Het is overigens best een aardig boek, dat zich door de vele korte hoofdstukjes prettig onordelijk lezen laat. Maar het gebrek aan inzet geeft het ook iets van geneuzel.

Is dit de ‘mildheid’ die bij het ouder worden – Konrád was 80 toen hij Gästebuch schreef – over je komt? Ik hoop maar van niet. Toegegeven: een oude man, voortdurend bezig met reeds geleverde veldslagen wordt al snel een belachelijke querulant. Maar de snelheid waarmee, net als tijdens het interbellum trouwens, in Oost-Europa nu prille democratieën veranderen in autoritaire staten – Hongarije, Polen, Slowakije, om over Rusland nog te zwijgen – maakt het vinden van een nieuw strijdtoneel niet zo moeilijk. 

György Konrád, Gästebuch. Suhrkamp 2016

Afbeelding: Erika Szeles, deelnemer aan de Hongaarse revolutie van 1956. Foto uit Time. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: