Het wilde kind dat iedereen teleurstelde

(12-2-2017)

Over weinig kinderen is zoveel geschreven als over Victor, het ‘wilde kind’ dat in 1797 gevangen werd genomen door jagers in het Zuidfranse departement Aveyron, en die – bij gebrek aan nadere inlichtingen over zijn identiteit – ‘Victor de l’Aveyron’ genoemd werd. De hele Negentiende Eeuw door biedt Victor stof tot verhandelingen aan allerlei geleerde antropologen en psychiaters. Maar ook de literatuur weet hem te vinden – in 2010 nog schrijft de Amerikaanse auteur T.C. Boyle over hem de novelle Wild Child. Het bekendst is Victor misschien nog wel door de film L’enfant sauvage van François Truffaut  uit 1970 (zie plaatje hierboven). Steeds opnieuw is Victor aanleiding voor beschouwingen over vragen als: wat is beschaving? wat is een mens? wat is krankzinnigheid?

Aan de reeds omvangrijke literatuur over Victor heeft de Franse historicus Jean-Luc Chappey nu een nieuw, en buitengewoon interessante studie toegevoegd: Sauvagerie et civilisation, een poging om het verhaal van Victor en de manier waarop er met hem is omgegaan, te plaatsen in de politieke verhoudingen van zijn tijd, en – in het verlengde daarvan – de snel veranderende opvattingen over civilisatie, het wezen van de mens en krankzinnigheid.

Victor – vermoedelijk rond 1790 geboren – zwierf al jaren rond door enkele Zuidfranse departementen. In de tijd voordat de Franse staat het mogelijk maakte een kind officieel te vondeling af te geven, werden wel vaker in de bossen zulke kinderen aangetroffen, schijnt het. Maar Victor is een bijzonder geval omdat hij al wat ouder was en specifiek gedrag vertoonde. Althans in de ogen van de weldenkende burgers die zich na zijn gevangenneming over hem ontfermden, eerst in de departementale hoofdstad Rodez en later aan het gloednieuwe Nationaal doofstommen-instituut in Parijs – de eerste instelling in zijn soort ter wereld.

Victor, was de waarneming, stiet slechts rauwe kreten uit en gebruikte geen taal, bewoog zich liefst op handen en voeten van boom naar boom, en voedde zich, afgezien van wat goedbedoelende boeren voor hem neerlegden aan de bosrand,  met wat hij in het bos aantrof aan planten en ander eetbaars. Dit alles deed de tijdgenoot natuurlijk onmiddellijk denken aan de “edele wilde”, de door de corrumperende menselijke samenleving (nog) niet aangetaste mens, zoals die in de XVIIIde eeuw zo treffend was beschreven en verheerlijkt door Jean-Jacques Rousseau. 

Chappey laat in zijn studie zien dat de verheerlijking van de ‘edele wilde’ kort voor 1800 een beetje over zijn hoogtepunt heen was. De Revolutie van 1789, die gepaard ging met een explosie van gelijkheidsdenken en waardering voor spontaniteit, had geleid tot de Terreur en eindeloze burgeroorlog-achtige conflicten. Algemeen werd de behoefte aan een zekere ordening en zekerheid gevoeld en op die manier verschoof de aandacht van waardering voor de onbedorvenheid van de ‘wilde’ mens naar de noodzaak van civilisatie: slechts door de ontwikkeling van zijn intellectuele faculteiten en het aanleren van normen van beschaving, kan de mens zijn volwaardige plaats in de wereld innemen.

Na in Rodez enkele jaren een bezienswaardigheid te zijn geweest – iedereen wilde het wilde kind wel zien – werd Victor in 1800 naar Parijs overgebracht en kwam terecht in het Nationaal Instituut voor Doofstommen.  Ook daar was hij jarenlang een bezienswaardigheid, op dezelfde manier als waarop in deze tijd ook wel andere exotische personen, maar dan meestal uit verre landen, aan den volke werden vertoond – de beroemde, Nederlands sprekende ‘Hottentot-Venus’ Saartjie Baartman bijvoorbeeld. Victor – zelf niet doofstom – nam ook deel aan de toneelopvoeringen waarmee de doofstommen van het Instituut zich af en toe aan de burgerij presenteerden. 

Over de status van Victor werd inmiddels heftig gepolemiseerd in de pers – de menskunde (antropologie zou je nu zeggen) was een nieuwe, veelbelovende wetenschap waarvan de beoefenaren de polemiek niet schuwden. Sommige deskundigen meenden dat Victor als een geesteszieke moest worden beschouwd, en er dus geen verder uitzicht bestond op zijn maatschappelijke emancipatie. Maar dat was niet de mening geweest van degenen die hem in Rodez hadden opgevangen, en ook niet van het ministerie in Parijs dat over het Instituut ging. Tenslotte neemt een jonge arts, Jean Marc Gaspard Itard, de ontwikkeling van het kind tot een taalvaardig en beschaafd individu op zich.

Het is deze poging tot opvoeding, die Truffaut in zijn film zo prachtig laat zien – met een scenario dat gebaseerd is op de twee – met veel succes in boekvorm uitgegeven – memoranda waarin Itard van zijn inspanningen verslag heeft uitgebracht, in 1800 en in 1806. De resultaten zijn teleurstellend: Victor lijkt zich weliswaar op sommige punten aan te passen aan het beschaafde leven (met mes en vork eten bijvoorbeeld, of opkijken als zijn naam genoemd wordt) maar daarmee heb je het dan wel zo’n beetje gehad. Hij ontsnapt nogal eens, en moet dan uit de bomen worden gehaald. Ook zijn masturberen in de openbaarheid is een groot probleem. En nog wel het belangrijkste: hij leert niet spreken, maar communiceert uitsluitend in kreten.

Tussen 1800 en 1806 – we zijn dan inmiddels in het Napoleontisch Keizerrijk aangekomen – zijn de normen voor wat een mens is, opnieuw verschoven, laat Chappey zien. De ideologie van de Revolutie, de wens de mensheid te veranderen en de maatschappij daarbij, wijkt voor de gedachte aan duidelijke ordening en onderschikking. Langzaam verschuift de emancipatoire gedachte aan de maakbare mens naar een mensbeeld waarin de mensheid hiërarchisch wordt ingedeeld in volkeren die meer en die minder beschaafd zijn. Schedelmeting en andere vormen van vergelijkende volkenkunde zijn volop in ontwikkeling, alsmede nieuwe inzichten op het gebied van geestesziekte en de behandeling daarvan. Een en ander draagt er toe bij dat Itard de moed opgeeft. De Franse staat trekt de handen echter niet van Victor af, gelukkig. Tot zijn overlijden, in 1828, leeft Victor in Parijs, buiten het Instituut, toevertrouwd aan de zorgen van een huishoudster die van overheidswege een maandelijkse vergoeding ontvangt.

Het leven van Victor de l’Aveyron is vaak in enigszins larmoyante termen beschreven, als dat van een ‘wild kind’ dat het slachtoffer wordt van de – in onze hedendaagse ogen – vaak bizarre opvattingen over de mens. Dat is niet de benadering van Chappey, die een heel interessant beeld geeft van de opvattingen over mens en psyche aan het begin van de Negentiende Eeuw en de wetenschappelijke oorlogen, ontdekkingsreizen en experimenten waarmee de kennis vooruit werd geholpen. En laten we wel zijn: meer dan een eeuw later zijn vragen als ‘zijn alle mensen gelijk’, ‘is de maatschappij maakbaar’ en ‘is geestesziekte een fysiologisch of een moreel verschijnsel dat met therapie kan worden bestreden’ nog altijd niet definitief beantwoord.

Jean-Luc Chappey: Sauvagerie et civilisation. Une histoire politique de Victor de l’Aveyron. Fayard 2017.

De twee memoranda van dokter Itard over Victor zijn HIER on line beschikbaar. 

Afbeelding boven: scène uit L’enfant sauvage van Truffaut. Onder: het oudst bekende portret van Victor (uit 1800), en een boekillustratie uit dezelfde jaren. De neiging hem ‘edele trekken’ toe te kennen, komt hier duidelijk naar voren. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: