De honingpotten van Moskou

(15-1-2017)

Of het waar is dat er van Donald Trump opnamen bestaan waarop hij met een groep Russische prostituees in de weer is, weet natuurlijk ook ik niet. Maar zijn poging om deze week op zijn ‘persconferentie’ (meer een scheldpartij) aannemelijk wilde maken dat het niet waar kón zijn, vond ik allerminst overtuigend. Iedereen weet, was zo’n beetje zijn redenering, dat elke Russische hotelkamer volgepropt zit met camera’s. Dus hij raadde ook zijn omgeving aan, op zo’n kamer vooral niets te doen waar je later spijt van zou kunnen hebben.

Ik vind dit argument van Trump absoluut niet overtuigend, eerder een aanwijzing dat er iets enorm wringt tussen de toekomstige Amerikaanse president en zijn Russische vrienden. Want het is zeker waar dat Russische hotelkamers sinds jaar en dag volgestopt zitten met camera’s en microfoons, en dat er hele legers aantrekkelijke dames onderweg zijn in Moskou, om door intense contacten met buitenlanders bij te dragen aan de archiefvorming door de KGB – inmiddels herdoopt tot FSB. Iedereen weet dat. Maar het is ijdele hoop om te denken dat deze wetenschap sommige Westerse bezoekers ook af zou houden van het doen van dingen waarvan ze later spijt zouden kunnen hebben. Integendeel, is mijn Moskouse ervaring: geen vrucht smaakt immers zoeter dan een verboden vrucht. Men voelt zich heel ver van huis, lichtelijk vervreemd in dit reusachtige land waarvan men de taal niet spreekt, en tegelijkertijd een hele Piet.

Dan is er nog de vodka. En dat meisje op de barkruk naast je, dat een aardig woordje Engels spreekt en derhalve een uitgelezen gelegenheid biedt nu eindelijk eens een beetje door te dringen in die Russische volksziel, waarover je zoveel gehoord hebt. De eerste indruk van die ziel valt trouwens enorm mee – het is allemaal heel sympathiek. En dan denk je, als het al wat later is: verdorie, wat kan het mij ook schelen, al die bekrompen waarschuwingen over het risico van afpersing achteraf. Leef nu, bezweer later, het is de spijt waard. En dan val je in de aloude geheime dienst-truc die bekend staat onder de aandoenlijke benaming honey trap. Het vrouwelijk geslachtsorgaan is maar zelden het onderwerp van liefelijke metaforen, maar dit is er een. Doch dit terzijde.

Ter illustratie zal ik een gevalletje vertellen dat ik 34 jaar, in geschrifte althans, voor mij heb gehouden – hieronder blijkt waarom. We schrijven najaar 1983 en ik ben de enige Nederlandse correspondent in de Sovjet-Unie. Nederland is in de greep van de zogeheten ‘kruisraketten-discussie’, die politieke gemoederen in mijn vaderland hoog doet oplopen: demonstraties, vinnige Kamerdebatten. Minister-president Ruud Lubbers heeft een, naar mijn smaak betrekkelijk briljante, inval om de oppositie tegen de plaatsing van Amerikaanse Kruisraketten in Nederland te ontkrachten; het zogenaamde dubbelbesluit. De Amerikanen willen die raketten neerzetten als tegenwicht tegen de middellange-afstandsraketten van het type SS-20, wier aantal in de voorgaande jaren schrikbarend schijnt te zijn toegenomen. Machtsevenwicht voor alles – je zou willen dat zulks in 2017 nog steeds de Amerikaanse houding was. Doch ook dit terzijde.

Het door Lubbers ingebrachte ‘dubbelbesluit’ houdt in dat de Kamer zal instemmen met de plaatsing van de Amerikaanse kruisraketten, maar onder een soort ontbindende voorwaarde: als de Sovjet-Unie voor een bepaalde datum (die ik vergeten ben) SS-20′s zou weghalen of beloven er minder te plaatsen, dan zou Nederland ook goedkeuring onthouden aan de plaatsing van de kruisraketten. Holland spreekt een woordje mee, was de suggestie, maar de enige Nederlandse correspondent in Moskou bleek al spoedig dat de impact van het dubbelbesluit in de internationale arena niet moest worden overschat. Het partijblad Pravda – alfa en omega van het Kremlin-denken – berichtte niet of nauwelijks over de heftige debatten en omvangrijke demonstraties in de Nederlanden over deze zaak – en dan nog meestal in termen die deden vermoeden dat men zich in Moskou niet erg had bezig gehouden met de ins en outs van de Nederlandse discussie, of deze wellicht zelfs niet had begrepen. 

Mijn eigen journalistieke pogingen om in dit gierende Nederlandse debat vanuit Moskou een actieve bijdrage te leveren, droegen eveneens sterk tot bescheidenheid bij. Ik  bracht het niet verder dan een interview met een betrekkelijk hoge functionaris die evenmin de indruk wekte, zich erg te interesseren voor, of zelfs maar op de hoogte te zijn met het Nederlandse debat of regeringsstandpunt. Als die Kruisraketten er kwamen in Nederland, dan was er een aardige kans dat Nederland spoedig ten onder zou gaan aan straling, brand en verwoesting, was zijn weinig subtiele boodschap. (Zulke onbesuisde dreigementen van nucleaire verwoesting zijn trouwens de laatste jaren onder Poetin ook weer schering en inslag en maken even weinig indruk. Maar ook dit, sorry, terzijde).

Het dubbelbesluit was – dat lijkt een veilige conclusie – dus vooral van binnenlands-, Nederlands belang, en de Nederlandse politiek handelde dienovereenkomstig. De wereldvrede is immers een zaak waarover niemand het verwijt van lichtvaardigheid over zich heen wilde laten komen. En zo dus werd er een ad hoc gemeenschappelijke Kamercommissie van Buitenlandse Zaken en Defensie gevormd waarvan de fractievoorzitters van de voornaamste partijen deel uit maakten, die zich in de betrokken hoofdsteden op de hoogte zou stellen – Washington, Bonn en Moskou. Het bezoek aan laatstgenoemde hoofdstad was aanvankelijk in september 1983 voorzien, maar leek aanvankelijk niet door te kunnen gaan door een plotselinge verkoeling van de Oost-West-relaties. De Russen hadden namelijk, bij vergissing vermoedelijk, in de buurt van Kamsjatka een Zuid-Koreaans passagiersvliegtuig met honderden mensen uit de lucht geschoten. L’histoire se répète: in plaats van ruiterlijk toe te geven dat het hier een betreurenswaardig misverstand betrof, putte Moskou zich uit in allerlei moeizame theorieën dat het vliegtuig op spionage-missie was geweest, compleet met verzonnen kaartjes e.d. 

Maar in november waren de gemoederen kennelijk voldoende bedaard, om de Kamercommissie de tocht naar de Sovjet-Hoofdstad te doen aanvaarden. Hun idee was aanvankelijk geweest om de opperbaas van de Sovjet-Unie, partijleider Joeri Andropov, te ontmoeten, maar die hoop bleek ijdel. Ook het next best thing, Andrej Gromyko, lid van het Politburo en minister van buitenlandse zaken, bleek buiten het bereik van de Nederlandse prominenten te liggen, officieel omdat Gromyko buitenslands zou vertoeven. In de drie of vier dagen die de delegatie doorbracht in de Sovjet-hoofdstad werden zij weliswaar van ontmoeting naar ontmoeting gesleept, maar altoos met een tweede garnituur gesprekspartners: een ondervoorzitter van het schijnparlement, een onderminister van Buitenlandse zaken, van het Vredescomité, het Amerika-instituut en wat de Sovjet-overheid zo nog meerr in petto had als aanspreekbare fringe van de echte politieke elite. 

Ofschoon, naar ik in alle bescheidenheid vrees, de bevindingen van het puikje van de Nederlandse politiek, niet kwalitatief afweken van die van de enige Nederlandse correspondent ter plaatse, stonden zij hun mannetje. Zo brachten zij op gezette tijden, en zeer terecht, de Nederlandse zorgen over de mensenrechten in de Sovjet-Unie ter sprake en kregen dan de gebruikelijke nietszeggende antwoorden van gesprekspartners die veinsden niet te weten waarover de bezoekers zich eigenlijk zorgen maakten. Bij gebrek aan snijdende nucleair-strategische doorbraken vormden de mensenrechten ook een voornaam punt op de afsluitende persconferentie van de delegatie. 

Aan die persconferentie bewaar ik trouwens een goede herinnering. PvdA-leider Joop den Uyl, op dat moment oppositieleider, had zich namelijk laten excuseren omdat hij, naar delegatievoorzitter Relus ter Beek (PvdA) liet weten, nog op eigen titel een laatste ontmoeting had. Halverwege de persconferentie – die bestond uit oninteressant geneuzel – kwam Den Uyl alsnog binnenlopen – verstrooide blik, sigaar tussen de lippen, in een gevoerde regenjas die al geruime tijd geen stomerij meer had gezien. Hij zette zich naast zijn collegae-fractievoorzitters maar sloeg af het woord te voeren, toen hem dat door de delegatie-voorzitter werd aangeboden. Hij had, zo begrepen wij, zojuist dingen gehoord die een gans ander licht op de zaak wierpen. Van dat licht is – vrees ik – later weinig meer vernomen. De Tweede Kamer nam het dubbelbesluit ook aan. Maar Den Uyl’s toneelstukje kan ik tot op de dag van vandaag zeer bewonderen .

Ik hoor de lezer van dit blog al vragen: waar blijft toch de seks, die beloofd was? Dat is het nadeel van een blog, ten opzichte van een in lengte beperkt krantenartikel; de lengte ervan is onbeperkt, waardoor je onbeperkt kunt uitweiden. Maar beloofd is beloofd: we komen ter zake.

De Nederlandse delegatie was in Moskou ondergebracht in het hotel Sovjetskaja, een soort VIP-hotel buiten het centrum waar eenvoudige burgers – en ook geaccrediteerde correspondenten zoals ik – geen toegang hadden. De met de delegatie meegereisde Haagse verslaggevers – misschien wel twintig, in mijn herinnering – waren ondergebracht in het (inmiddels afgebroken) Intoerist-hotel in het centrum, nabij het Kremlin, maar dus op vele kilometers afstand van het Sovjetskaja. Deze opstelling deed ernstige afbreuk aan een van de meest geheiligde rituelen in de omgang tussen de Haagse politici en het Haagse journaille; de ongedwongen onderlinge omgang die er voor zorgt dat de individuele politicus zijn eigen verhaal in de krant krijgt, en de journalist van zijn kant een verhaal inside kan componeren dat afwijkt van dat van zijn concurrenten. Om deze weeffout te herstellen was gearrangeerd dat de Kamerleden op de voorlaatste avond van hun bezoek een spontaan bezoek zouden brengen aan de nachtbar van het hotel Intoerist, waar de journalisten zaten. Ik was van dit spontane voornemen op de hoogte, en was dus ter plaatse.

Ik kende die nachtbar van het hotel Intoerist goed, moet ik er bij vertellen. Ik had namelijk, voordat de daarmee belaste ambtelijke instantie, de OePDK, mij als nieuwbakken Nederlandse correspondent een flatje had toebedeeld, bijna een halfjaar in dat hotel gewoond. Gezellige uitgaansmogelijkheden bestonden – in tegenstelling tot nu – nauwelijks in Sovjet-Moskou, en ik kende nog weinig mensen toen ik aankwam. Zodat ik, met de moed der wanhoop moet ik zeggen, vaak ‘s avonds nog een biertje ging halen in de nachtbar van het hotel – wat moest ik anders? Die bar was – evenals andere soortgelijke hotelbars in de Sovjet-Unie – het werkterrein van enkele tientallen zeer kortgerokte dames, die graag tot een praatje met buitenlandse gasten bereid bleken. Ik heb – haast ik mij te verklaren – van hun verdergaande diensten nooit gebruik gemaakt, maar ik kende ze wel, het waren grosso modo altijd dezelfden. De bar lag in de kelder van het hotel, waarheen twee trappen voerden – eentje direct vanuit de hal en de andere minder voor de hand liggend achter de bar. Ik heb die wel eens genomen en merkte toen op dat zich halverwege een kantoortje bevond – compleet met een portret van Lenin en allerlei rode vaantjes. Toen werd mij ook meteen duidelijk waarom de dames die met buitenlandse gasten het gesprek elders gingen voortzetten – daarvoor stonden voor het hotel in dit vervoer gespecialiseerde taxi’s bereid – altijd eerst even achter de bar verdwenen.

In deze ambiance kwamen dus op een november-avond de kopstukken uit de Tweede Kamer binnen om op ongedwongen wijze met de journalistiek te babbelen – zonder Den Uyl overigens, noblesse oblige. Diens partijgenoot Relus ter Beek was echter van de partij en raakte al spoedig in geanimeerd gesprek met een van de Russische dames, waarvan ik wist dat zij tot de vaste bespelers van deze bar behoorde. Is dat wel een goed idee? vroeg ik nog aan een bevriende Nederlandse diplomaat die was meegekomen om de zaak in goede banen te leiden. Hij zegt dat ze joods is geen vergunning krijgt om naar Israël te emigreren, antwoordde de enigszins verbouwereerde diplomaat, die al eerder had geprobeerd in te breken in Ter Beeks gesprek. Nog een uurtje later waren we er samen getuige van hoe Ter Beek, die overigens bekend stond als een tegenstander van de plaatsing van de kruisraketten, voor het hotel met de dame in een van de corrupte taxis’s stapte, om het gesprek over de problematiek van de joodse emigratie in een meer intieme omgeving voort te zetten.

‘Denk erom dat je dit niet in de krant zet’, zei mijn diplomatieke vriend met iets van beginnende paniek. Maar zo zijn we natuurlijk niet getrouwd, wij van de pers. Bovendien was ik niet de enige persmuskiet, die getuige was van deze scène. Er was ook een met de delegatie reizende verslaggever van het dagblad de Telegraaf – een krant die Ter Beek juist deze week in een hoofdartikel nog scherp terzijde had genomen omdat hij een ondervoorzitter van het parlement, de Opperste Sovjet, had aangesproken als ‘gekozen vertegenwoordiger’, alsof de USSR soms geen dictatuur was! Ik zag de opening Telegraaf al voor me: ‘voorzitter Kamercommissie mee naar huis met KGB-prostituee’. 

Er was echter, vanuit mijn standpunt, een lichtpuntje: het was vrijdagavond en door het tijdsverschil – twee uur – was de zaterdageditie van de Telegraaf al lang dicht (en websites bestonden nog niet) zodat het bereicht in de Telegraaf pas op maandag zou kunnen verschijnen. Terwijl mijn krant, een avondblad, nog uren nieuwe kopij kon verwerken en de redactie was bemand. Ik achtte het daarom mijn plicht om mijn krant dit nieuwsfeit tenminste in overweging te geven. Ik nam dus onmiddellijk een taxi naar de flat nabij metro Proletarskaja, die de correspondent van de NRC (en het NOS-journaal) als bureau en woonflat diende.

Er bestonden in 1983 geen automatische telefoonverbindingen tussen Moskou en het Westen – de aanvraag van een gesprek via een centrale duurde soms uren, zodat ik met de redactie meestal per telex communiceerde. Omdat ik echter in dubio verkeerde – kon dit eigenlijk wel, zo’n mogelijk verwoestend verhaal dat de goede naam van een Kamerlid te grabbel gooide – voelde ik de behoefte om met een collega op de redactie van gedachten te wisselen, en telex was daar een minder geëigend medium voor. De telefoonverbinding kwam verbazend snel tot stand, binnen enkele minuten. Aan de lijn kreeg ik de nachtredacteur buitenland, een aardige collega met wie ik goed kon opschieten en wiens bedachtzaamheid hem later buiten de journalistiek nog zeer te stade zou komen. (Maar enfin, dat terzijde). Hij hoorde mij aan, maar wachtte zich wel om zelf een standpunt in te nemen. Dit was een zaak voor de hoofdredacteur, meende hij, en hij zou hem aanstonds bellen. Diens oordeel vernam ik een paar minuten later, weer per telefoon: met dit soort dingen hield NRC Handelsblad zich niet bezig, het seksuele leven van Relus ter Beek was voor onze krant geen onderwerp.

Ik denk niet dat in de huidige journalistieke cultuur het antwoord eensluidend was geweest. Het was in 1983 ook eigenlijk niet het mijne – ik was toen nog steiler dan nu en sterk een aanhanger van publish and be damned. Bovendien was Ter Beek tenslotte niet in Moskou om over onze tomatenexport te delibereren. Maar de hoofdredacteur heeft altijd gelijk natuurlijk – daar is die de hoofdredacteur voor, vond en vind ik. Het was ook wel een beetje een opluchting – ik zag er tegen op wellicht de geschiedenis in te gaan als een journalist die een verdienstelijk Kamerlid de politieke nek had omgedraaid. En de rol van zedenmeester heeft mij nooit gepast.

Inderdaad dient in principe het seksuele leven van prominenten de openbaarheid niet aan te gaan. Maar aan de andere kant, denk ik, moet je de zaak ook niet onderschatten. Zonder dat Ter Beek dat vermoedelijk zelf besefte, liepen er mensen op aarde rond met informatie die hem misschien wel had kunnen breken, of tenminste kwaad berokkenen. Zoals ik. Wat zou er gebeurd zijn als ik deze pikante bijzonderheden – bijvoorbeeld in een luchtig stukje voor de Achterpagina – zou hebben onthuld nadat Ter Beek in 1989 de Nederlandse minister van Defensie was geworden? 

Hij had, als hij zich er al van bewust zou zijn geweest dat er ergens een journalist met een ongepubliceerd nieuws over hem rondliep, overigens van mij niets te vrezen. Want ik heb mij keurig gehouden aan de hoofdredactionele beslissing van 1983, dat het gebeurde niemand iets aanging. Ik zou dit verhaal ook nu niet opgeschreven hebben als Ter Beek niet helaas in 2008 was overleden. En eerlijk is eerlijk: ik heb geen bewijs dat Ter Beek zich aan de andere kant van die nachtelijke taxirit met iets anders heeft bezig gehouden dan een diepgaand achtergrondgesprek in een rustige omgeving over de problematiek van de Joodse emigratie. Hij had alleen, laten we zeggen, de schijn tegen. En videobeelden van dit gesprek zijn nooit opgedoken. 

Maar dat Westerse bezoekers aan Moskou zich onthouden van seksuele escapades omdat ze weten dat zulks onverstandig is, omdat het de weg opent naar blackmail, dat geloof ik dus niet – op grond van deze, en ook minder in het oog lopende ervaringen. Dan lijkt me Trumps tweede argument – ofschoon ook niet zeer sterk – nog overtuigender: dat hij angst heeft voor bacteriën. 

Afbeelding boven: Het Intoerist-hotel in Moskou, aan de toenmalige Gorki-straat. Het Intoerist is de foeilelijke flat rechts, die inmiddels is afgebroken en vervangen door protserige nieuwbouw: het Ritz Carlton Hotel waar, volgens nog onbevestigde en door de toekomstige Amerikaanse president met klem ontkende berichten, Trump aan plasseks heeft gedaan met een aantal Russische dames van lichte zeden, op een bed waarop eens Barack en Michelle Obama hadden geslapen. Links op de foto staat staat het nog bestaande hotel Natsional, een voorbeeld van Russische art nouveau. 

De enkele dirty mind die nog niet het fameuze, schandelijke, onbewezen document van 35 pagina’s over Trumps contacten in Moskou heeft gelezen, vindt hier de link. De leukste passage is pagina twee, punt drie. 

Afbeelding onder: kamer in de Ritz Carlton Moscow. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: