Geschiedenis in plakjes

(3-3-2014) De Middeleeuwen zijn zo ergens in de 18de eeuw geëindigd. Dat is de stelling van de bejaarde Franse mediëvist Jacques Le Goff in een grappig essay, waarin hij vooral van leer trekt tegen het begrip ‘Renaissance’. Die ‘Renaissance’ zou de wereld niet echt hebben veranderd: aansluiting bij de Ouden was heel de Middeleeuwen al aan de orde van de dag, Columbus ontdekte in 1492 weliswaar Amerika maar dat had pas in de 18de eeuw gevolgen, esthetische kwesties waren ook in de Middeleeuwen belangrijk, religieuze variatie bestond al voor de Reformatie in de vorm van ketterijen, enz. enz.

Ook in de economie is er tussen 1500 en 1700 weinig nieuws onder de zon: weliswaar kent Amsterdam de eerste effectenbeurs, maar verreweg de meeste Europeanen leven in een rurale samenleving, net als in de Middeleeuwen. Het beschavingsproces van Norbert Elias vertoont ook al geen breuk rond 1500, of het zou een golf van grootscheeps geweld, niet toegenomen beschaving in de 16de eeuw moeten zijn. Kennis, en trouwens ook geschiedenisonderwijs, komen pas in de 18de eeuw op gang.

De Middeleeuwen als achterlijke periode – zoals in de uitdrukking ‘we leven niet meer in de Middeleeuwen’ – zijn het werk van Petrarca en andere schrijvers die hun eigen brille wilden afzetten tegen de veronderstelde primitiviteit van hun directe voorgangers, meent Le Goff. In de 19de eeuw, als de moderne geschiedbeoefening op gang komt, nemen geschiedschrijvers als Michelet of Burckhardt die beeldvorming met graagte over. Want wie ziet niet graag de ‘pelgrimstocht der mensheid’ als een voortdurend proces ten goede, stapje voor stapje?

In de 20ste eeuw komt in de geschiedschrijving, die van de Annales-groep met name waarvan Le Goff een van de laatste nog levende vertegenwoordigers is, de gedachte aan de ‘longue durée’ op: dramatische omslagen in de geschiedenis bestaan niet, veranderingen gaan heel langzaam en geleidelijk, en het geloof aan dramatische omslagpunten en duidelijk herkenbare periodes in de geschiedenis verduistert eerder het zicht op wat er werkelijk aan de hand is met de mensheid.

Maar als er dan toch onderscheiden moet worden, betoogt Le Goff, dan moet je zeggen dat het Europa dat aan het eind van de volksverhuizingen ontstaat, pas in de Achttiende eeuw zoveel culturele, economische en politieke veranderingen meemaakt, dat er zoiets als een nieuwe wereld ontstaat. En die duurt dan trouwens ook weer heel lang: zie de opvatting van François Furet dat de Franse revolutie in Europa eigenlijk de hele 19de eeuw voortduurt.

Het is een leuk, mooi essay van Le Goff, maar je kunt er ook aan zien hoezeer indeling van de geschiedenis in perioden, net als alle andere ideologische démarches, samenhangt met het nog altijd nationale standpunt van veel geschiedschrijvers. Want ik denk dat vanuit een Nederlands standpunt je echt niet gauw zou zeggen dat in de 17de eeuw de Middeleeuwen nog voortduurden in de Republiek. En er is veel te zeggen voor het standpunt dat Duitsland tot aan de Duitse eenheid van 1871 gevangen bleef in een rurale samenleving, met soms zelfs feodale trekken, zodat in dat land de Middeleeuwen eigenlijk nog maar net voorbij zijn.

Jacques Le Goff. Faut-il vraiment découper l’histoire en tranches? Seuil 2014. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: