De onbeantwoorde liefde van Adèle Hugo

Ze was een dochter van de vermoedelijk beroemdste man ter wereld. En ze was doodongelukkig. Adèle Hugo (1830-1915) ontmoette in 1854 de Britse officier Albert Pinson, op wie zij hopeloos verliefd raakte. Pinsons houding tegenover haar bleef onduidelijk. Toen hij in 1861 werd overgeplaatst naar Halifax in Canada, reisde Adèle hem ongevraagd achterna. Het was een geval van wat je nu ‘stalken’ zou noemen. Haar vader, die zelf in ballingschap op de Britse Kanaaleilanden leefde zolang Napoléon III in Parijs aan de macht was, maakte aan zijn dochter af en toe geld over, maar wilde liever dat zij naar huis, in casu het Britse eiland Guernesey zou terugkeren. In 1863 bracht Adèle hem in de waan dat zij met Pinson in het huwelijk was getreden, waarop haar vader de heugelijke gebeurtenis in een krantenadvertentie bekend maakte- om kort daarna te merken dat er van een huwelijk niets aan was.

Adèle Hugo verviel langzamerhand tot waanzin en werd in Halifax een bekende verschijning: in gescheurde kleren liep de dochter van de bekendste schrijver ter wereld langs de straten. Toen Pinson werd overgeplaatst naar Barbados, wist Adèle hem ook daarheen te volgen. Een zwarte vrouw, Céline Baa, die wist wie Hugo was omdat hij een bekende tegenstander van de slavernij was, ontfermde zich over haar en bracht haar, in overleg naar de inmiddels niet langer in ballingschap levende schrijver, in 1872 terug naar Frankrijk, dat inmiddels een Republiek was geworden. Adèle – overigens vernoemd naar haar al in 1868 overleden moeder en echtgenote van Victor Hugo – overleefde ruimschoots haar in 1885 overleden beroemde vader, wiens laatste tocht, van de Arc de Triomphe naar het Panthéon, door zo’n twee miljoen Parijzenaars gevolgd werd. Vanaf haar terugkeer in Frankrijk tot aan haar overlijden woonde Adèle in psychiatrische inrichtingen. (Tekst gaat door onder afbeelding)

Het tragische verhaal van Adèle Hugo, als een treurige voetnoot bij het leven van een Franse nationale auteur van welhaast verpletterende betekenis voor zijn tijdgenoten, was niet echt een geheim. In 1882 bijvoorbeeld, bij de 80ste verjaardag van Hugo, had ‘Le Figaro’ er al eens over geschreven. Op dat moment waren alle broers en de zus van Adèle al overleden – zus Léopoldine, die vaders lieveling geweest was, verdronk in 1843, een drama dat zowel haar vader als Adèle de rest van hun leven zou blijven bedrukken. Overigens is er een moeilijk te verifiëren verhaal, dat Adèle niet een kind van Victor Hugo, maar van de beroemde literaire criticus Charles Sainte-Beuve (1802-1869) was, met wie mevrouw Hugo een verhouding had. Victor Hugo ging in deze jaren al voornamelijk om met zijn maîtresse Juliette Drouot, een ex-actrice en ex-prostituée. Toch hielden meneer en mevrouw Hugo vast aan een gemeenschappelijke burgerlijke huishouding, ook in de jaren van ballingschap tussen 1851 en 1870, in Brussel en op Jersey en Guernesey.

Dat het verhaal van Adèle’s dramatische en kennelijk onbeantwoorde liefde later toch in geuren en kleuren naar buiten is gekomen, is grotendeels te danken aan een lerares Frans uit de Amerikaanse staat Ohio, Frances Vernor Guille, die met succes naspeuring heeft gedaan naar de dagboeken, of liever gezegd aantekeningen die Adèle zelf had bijgehouden. Haar vader had haar tijdens de ballingschap in Jersey belast met het nauwgezet bijhouden van al zijn activiteiten, en Adèle is daarmee voor zichzelf in Halifax doorgegaan. Zodoende weten wij bijvoorbeeld hoe ze Pinson heeft ontmoet: hij kwam bij haar vader over de vloer om deel te nemen aan spiritistische séances waaraan Hugo enkele jaren lang grote waarde hechtte, en waarbij onder andere de geesten van Shakespeare, Racine en Dante hun opwachting maakten. Guille heeft de aantekeningen van Adèle vanaf 1968 in vier kloeke delen uitgegeven. In en rond Victor Hugo werd veel geschreven: van zijn maîtresse Juliette Drouot zijn meer dan 20.000 brieven aan haar beroemde minnaar bekend. (Tekst gaat verder onder afbeelding)

Die door Guille vanaf 1968 in boekvorm uitgegeven bescheiden vormden in 1975 de basis voor het scenario van ‘Adèle H.’ van François Truffaut (1932-1984), een van de wat minder bekende, maar even goed prachtige films van deze regisseur van de ‘Nouvelle vague’. De hoofdrol werd vertolkt door Isabelle Adjani, op dat moment nog verbonden aan de Comédie Française. De rol betekende haar doorbraak als filmactrice.

De Britse biograaf en schrijver Mark Bostridge heeft nu aan Adèle Hugo een nieuw boek gewijd, dat ‘In pursuit of love’ heet. Hij heeft daarvoor alle relevante plaatsen voor het verhaal nog eens bezocht en is er zowaar in geslaagd nog wat nieuwe feiten over deze tragische geschiedenis naar boven te halen, waaronder twee foto’s van Albert Pinson. (De afdruk daarvan in het boek is helaas te slecht om ze hier te laten zien). Toch slaagt ook Bostridge er niet in om het raadsel van Adèle’s zo tragische liefde voor Pinson te ontsluieren. Was er sprake van een verbroken trouwbelofte van de Britse officier, voor wie de kennismaking met de dochter van ’s werelds dan beroemdste schrijver maar een avontuurtje was geweest? Of kwam de fixatie van Adèle op zijn persoon ook voor Pinson min of meer uit het niets? Was hij misschien een geslepen vrouwenversierder, die in Halifax met graag het door Victor Hugo aan zijn dochter overgemaakte geld aannam in ruil voor vage beloften? Het bestaande bronnenmateriaal sluit geen van deze mogelijkheden uit, maar geeft ook geen duidelijk bewijs voor welke verklaring dan ook.

Bostridge verweeft in zijn nogal gedurfd gecomponeerde boek het verhaal van Adèle met dat van zijn eigen (homoseksuele) liefdeleven. Ik vond dat aanvankelijk nogal irritant en niet ter zake doende, maar aan het einde van het boek wordt duidelijk waarop Bostridge’s belangstelling voor Adèle eigenlijk berust: zijn eigen partner, ‘R’ genoemd, woont in een psychiatrische inrichting en de auteur had gehoopt met een onderzoek naar een negentiende-eeuwse casus beter te begrijpen hoe het zover met een mens kan komen.

Te bedenken waarom iemand waanzinnig is geworden is echter bijna onmogelijk, denk ik, of het nu gaat om een geval in het verleden of in het heden.. Het valt niet zwaar om in het geval van Adèle allerlei in onze 21-ste eeuwse ogen relevante omstandigheden te bedenken: de eenzaamheid van een jonge vrouw op de Kanaal-eilanden, die uit trouw aan haar vader deze in ballingschap is gevolgd; de verering in huize Hugo van haar oudere, omgekomen zus Léopoldine; de zware belasting van een vader die ’s werelds bekendste schrijver is; de sociale benauwenis waarin een jonge vrouw uit de betere kringen in de negentiende eeuw moest leven. Het zijn allemaal reuze relevante factoren, maar wat nu precies de vonk van de gekte heeft doen overslaan, zullen we nooit weten.

Overigens kent het verhaal van Adèle Hugo sinds vorig jaar een lichtpuntje. Onlangs zijn in het inmiddels trouwens prachtig gerestaureerde huis van Hugo op Guernesey partituren gevonden van muziek die Adèle Hugo heeft gecomponeerd – en die tot nu toe onopgemerkt waren gebleven. De composities zijn door de Franse dirigent Richard Dubugnon georchestreerd en beleefden vorig jaar in Besançon hun wereldpremière.

Mark Bostridge: In pursuit of love. The search for Victor Hugo’s daughter. Bloomsbury Continum, 2024.

Over de uitvoering van de muziek van Adèle Hugo maakte de Franse regionale tv-zender France3-Bourgogne een item, waarin ook enkele fragmenten te horen zijn: https://www.youtube.com/watch?v=LB6JudMPIK4

Van Truffauts film ‘Adèle H.’ bestaat, voor zover mij bekend, geen online versie. Wel bestaan er diverse dvd’s en blueray’s, vaak echter in andere talen. Hier een recente trailer van de film: https://www.youtube.com/watch?v=2AIabm5_co8
En een stukje archief van de INA (Institut National de l’Audiovisuel) waarin Truffaut vertelt wat hem heeft bewogen de film te maken: https://www.ina.fr/ina-eclaire-actu/video/i00012579/francois-truffaut-a-propos-de-adele-h

Afbeeldingen: 1. Foto van Adèle Hugo. (1850, fotograaf onbekend); 2. Begrafenis van Victor Hugo. (1885, Fonds photographique Léon et Lévy); 3. François Truffaut achter de camera tijdens de opnamen voor ‘Adèle H.’ (1975, Artistes Associés); 4. Partituur van een compositie van Adèle Hugo, op een tekst van haar vader: ‘Priez pour ons morts’ uit ‘Les feuilles d’automne’ (1831); 5. Adèle Hugo voor het huis van haar vader op Jersey.(1858, fotograaf onbekend).

3 gedachten over “De onbeantwoorde liefde van Adèle Hugo

Voeg uw reactie toe

  1. Dank voor dit prachtige verhaal, Raymond.

    Wel even een vraagje. Moet de zin ‘’Overigens is er een moeilijk nog te verifiëren verhaal, dat Adèle’s vader in werkelijkheid niet een kind van Victor Hugo, maar van de beroemde literaire criticus Charles Sainte-Beuve was” niet luiden: ’Overigens is er een moeilijk nog te verifiëren verhaal, dat Adèle’s vader in werkelijkheid niet Victor Hugo (…) was.’?

    Vriendelijke groet

    Like

  2. Dank voor dit prachtige verhaal, Raymond.

    Wel even een vraagje. Moet de zin ‘’Overigens is er een moeilijk nog te verifiëren verhaal, dat Adèle’s vader in werkelijkheid niet een kind van Victor Hugo, maar van de beroemde literaire criticus Charles Sainte-Beuve was” niet luiden: ’Overigens is er een moeilijk nog te verifiëren verhaal, dat Adèle’s vader in werkelijkheid niet Victor Hugo (…) was.’?

    Like

Geef een reactie op Raymond van den Boogaard Reactie annuleren

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑