
Als je niet beter wist, zou je haast zeggen dat er in Rusland een filosoof-koning aan het hoofd staat. President Vladimir Poetin deelt op hoogtijdagen luxe-edities uit van werk van wijsgeren als Ivan Iljin (1883-1954), wiens stoffelijk overschot dankzij de goede zorgen van Poetin zelfs is teruggehaald uit Zwitserse ballingschap. Iljin behoort, samen met de eveneens in ballingschap gestorven filosoof Nikolaj Berdjajev (1874-1948) en de schrijver/denker Aleksandr Zinovjev (1922-2006) tot het selecte aantal filosofen dat Poetin af en toe citeert, wanneer hij een van de lange toespraken houdt waarin hij zijn autoritarisme en oorlogszucht een intellectuele grondslag wil geven.
Maar hij is niet echt een denker, lijkt het. Poetin verliest zich in ‘pseudo-wetenschap’, meent de in München docerende literatuurwetenschapper Riccardo Nicolosi, die in ‘Putin’s Kriegsrhetorik’ een groot aantal toespraken en opstellen van de Russische president aan zijn analyse heeft onderworpen. De Russische president is wel sterk in het verwijzen naar filosofische en historische theorieën – voor zover deze zijn militaire en diplomatieke agressiviteit ondersteunen natuurlijk – maar de coherentie is ver te zoeken. Poetin argumenteert volgens het grabbelton-principe. In laatste instantie is het niet de wetenschap die zijn betoog schraagt, maar zijn het de gevoelens van ressentiment die de staatspropaganda er jaar in jaar uit bij de bevolking inpompt. Meer dan de filosofische en historische overredingskracht van de president is het vermoedelijk de door de staatsorganen verbreide angst, die er voor zorgt dat de Russische bevolking de oorlog zonder veel protest over zich heen laat komen.
Dat Poetin kan putten uit een uitgebreid arsenaal aan denkers die zich hebben bezig gehouden met de president nauw aan het hart liggende vragen over de plaats van Rusland in Europa, de plaats van de orthodoxie in Rusland, het unieke karakter van Rusland als euraziatische natie of de bereidheid van de Rus het leven veil te hebben voor moedertje Rusland, is geenszins verrassend. Al sinds 1800 ongeveer staan deze vragen centraal in het werk van heel veel Russische schrijvers en filosofen. Het is een terrein van reflectie dat wel met de term ‘De Russische idee’ wordt samengevat.
‘De Russische idee’ is ook de naam van een onlangs in het Nederlands verschenen bloemlezing die beoogt een introductie op ‘twee eeuwen Russische filosofie’ te bieden. Twee Nederlandse slavisten, Alla Peeters-Podgaevskaja en Edgar Alberts hebben teksten van twaalf Russische denkers bijeen gebracht en liefdevol vertaald. Tegen enige wijdlopigheid moet de lezer daarbij wel opgewassen zijn, maar dat heeft de Russische filosofie natuurlijk gemeen met die uit andere landen. In alle gevallen gaat het om reeds verscheiden auteurs – naar hedendaagse denkers als Aleksandr Doegin of Sergej Karaganov zal de lezer tevergeefs zoeken.
Het meest relevant voor de huidige verhoudingen is vermoedelijk de eerste helft van de bundel, over de Russische geschiedfilosofie en meer in het algemeen over de schijnbaar eeuwig opduikende vraag of Rusland nu geacht moet worden een Europees land te zijn, of een cultuur sui generis. Dat laatste is de opvatting van de auteur van de eerste tekst in de bundel, de slavofiel Aleksej Chomjakov (1804-1860). In een tekst uit 1845, ‘De mening van buitenlanders over Rusland’ geeft Chomjakov lucht aan een ook nog vandaag de dag bij veel Russen bestaand idee, door de buitenwereld niet begrepen te worden, terwijl iedere buitenlander wel een mening heeft over Rusland. De remedie is, in de ogen van de auteur, een herbezinning op (verondersteld) eigen Russische waarden. Die eigenheid van Rusland is een constante in vrijwel alle teksten in de bundel, ook bij de auteurs die meer Europees ingesteld zijn. Voor universele waarden moest je in de negentiende eeuw al niet bij Russische denkers zijn.
Een van de merkwaardigste teksten in ‘De Russische idee’ is van Nikolaj Fjodorov (1829-1903), de vader het het Russische ‘cosmisme’. Fjodorov was een bibliothecaris die tijdens zijn leven weinig publiceerde, maar wiens ideeën pas na zijn dood door leerlingen bekend waren. Die vormen een nadere uitwerking van de christelijke belofte van de overwinning van de dood. Fjodorov stelt voor om daarmee ernst te maken: de moderne wetenschap, denkt hij, is bij machte een methode te ontwikkelen waarbij uit de atomen van het lijk van onze voorvaderen weer levende mensen kunnen worden samengesteld. We beginnen met de herleving van onze ouders en grootouders.
Het ontgaat Fjodorov daarbij niet, dat het met de herleving van eerdere generaties wel eens behoorlijk vol zou kunnen worden op de aarde. Daarom is het dus tevens christenplicht de ruimte te veroveren, zodat mensen kunnen uitwijken naar andere planeten en hemellichamen – vandaar de naam ‘cosmisme’ voor Fjodorovs filosofie.
Zowel de gedachte aan een overwinning van de dood, als de gedachte aan het heelal als toekomstig vestigingsgebied van de mensheid vinden nog steeds enthousiaste aanhang, en zeker niet alleen in Rusland. De Amerikaanse techbaronnen Elon Musk en Jeff Bezos zijn voor zulke plannen te vinden. Peter Thiel, eveneens techbaron en als vertegenwoordiger van de ‘zwarte verlichting’ enthousiast bestrijder van de Antichrist, lust er ook wel pap van. Tijdens het bezoek dat Poetin vorig jaar aan China bracht, vingen de microfoons onbedoeld op hoe hij met zijn Chinese ambtsgenoot Xi Jinping ontspannen liep te babbelen over de mogelijkheden van levensverlenging en – wie weet – onsterfelijkheid.
Maar niet alleen in de geschiedenis was Rusland een bron van anti-Verlichtings- en anti-rationele filosofieën: de produktie van zulke denkbeelden gaat er onverdroten door. De filosoof Aleksandr Doegin (1962), ooit graag geziene gast op Nexus-conferenties in Nederland en tegenwoordig leider van het Iljin-instituut in Moskou, is de grondlegger van een geheel nieuwe denkrichting die hij ‘Vesternologija’ noemt: de studie van verfoeilijke, de mens onwaardige en uit het Westen afkomstige waanideeën als de Renaissance, het rationalisme, het primaat van de wetenschap en de Verlichting. Reactionairen aller landen, verenigt U!
Edgar Alberts en Alla Peeters-Podgaevskaja: De Russische idee. Twee eeuwen Russische filosofie. (Met een voorwoord van Evert van der Zweerde). Uitgeverij Pegasus 2026
Riccardo Nicolosi: Putin’s Kriegsrhetorik. Konstanz University Press 2025
Over het Russische cosmisme zie o.a.:
Michel Eltchaninoff: Lénine a marché sur la lune. La folle histoire des cosmistes et transhumanistes russes. Solin/Actes Sud 2022.
Een uiteenzetting van Doegins ‘Vesternologija’ is te vinden op de (reactionaire) website Arktos: https://arktos.com/2024/10/07/westernology-towards-a-sovereign-russian-science/
Afbeeldingen: 1. President V.V. Poetin bezoekt in 2006 het Donskoj-kerkhof in Moskou, waar de filosoof Ivan Iljin is herbegraven. (Hij staat hier overigens bij het graf van de eveneens herbegraven generaal Anton Denikin 1872-1947). (Foto Regering RF); 2. Nikolaj Fjodorov. Portret in waterverf van Leonid Pasternak (1862-1945).


Plaats een reactie