Beter een beroemde paria dan een onbekende

Omstreeks 1985 stond de Franse schrijver Renaud Camus (geb. 1946) voor een fundamentele keuze: was het niet beter om een beroemde paria te zijn dan een deugdzame onbekende? Camus koos voor het eerste en werd bekend als de ‘uitvinder’ van ‘le grand remplacement’ – wat in het Nederlands ‘omvolking genoemd wordt. Dit in alle extreem-rechtse kringen in het Westen populaire idee van een vernietiging van de Westerse cultuur door een geplande ‘vervanging’ van de oorspronkelijke bevolking door immigranten van elders, heeft Camus grote roem bezorgd.

Weliswaar zijn vele aanhangers van deze onverbloemd racistische theorie zich vermoedelijk niet bewust van de bron van hun waandenkbeeld. Maar daar staat tegenover dat deze gedachte in de omgeving van de Amerikaanse president Trump nieuwe, machtige aanhangers heeft gevonden. Zoals de neo-reactionaire bloggers Curtis Yarvin en Rod Dreher, die op bezoek zijn geweest in de middeleeuwse burcht in Zuid-Frankrijk waar de ernstig zieke Camus zijn laatste dagen slijt. Via hen zijn Camus’ denkbeelden ook terecht gekomen in de toespraken van Trump, vice-president J.D. Vance en zelfs de nieuwe Amerikaanse veiligheidsdoctrine: dat Europa Europa niet meer is, omdat het teloorgaat door immigratie.

Renaud Camus is een van die figuren aan wiens gestoorde wereldbeeld bijna iedereen nog maar een paar jaar geleden schouderophalend voorbij gelopen zou zijn, maar die door de schijnbaar wereldwijde opkomst van extreem-rechts en neofascisme plotseling toch belangrijk zijn geworden. Twee journalisten van het Franse dagblad Le Monde hebben er daarom goed aan gedaan om in een studie die – naar zij schrijven – twee jaar heeft geduurd, na te gaan hoe het met Camus zo ver heeft kunnen komen.

Ofschoon Gaspard Dhellemmes en Olivier Faye in hun ‘L’homme par qui la peste arriva’ (de man door wie de pest binnenkwam) niet komen tot een algemene theorie van de ‘bekering’ tot extreem-rechtse ideeën, valt mij wel een analogie op met gevallen waarvan ik persoonlijk weet heb, zoals Karel van Wolferen of Arnold Karskens. Vaak gaat het om het gevoel niet genoeg gewaardeerd of beroemd te zijn – een krenking die alleen maar kan worden gecompenseerd door de vaststelling dat er iets fundamenteel mis is met de wereld die het individu zijn erkenning onthoudt. Slechts een ‘Umwertung aller Werte’ kan het juiste perspectief herstellen.

Renaud Camus (geen familie van de schrijver Albert Camus overigens) is afkomstig uit een zeer burgerlijk milieu in een plaatsje nabij Clermont-Ferrand. Hij is – naar hij altijd al vermoedde en na de dood van zijn wettige vader ook kon bewijzen – een onecht kind. Zijn homoseksualiteit was voor de familie een bron van schaamte – zelfs toen Camus zich in de jaren zeventig ontpopte als een populaire, extreem-hedonistisch georiënteerde auteur, die in zijn boeken en artikelen het schandaal en de libidineuze bijzonderheden niet schuwde, probeerde zijn ouderlijk huis zoveel mogelijk verborgen te houden, dat het schrijverschap van zoonlief zich zó had ontwikkeld.

Al jong vond Camus aansluiting bij de artistieke gay-scene rond Saint-Germain-des-Prés. Onder de bewonderaars van de jeugdige auteur was Roland Barthes (1915-1980), de toen befaamde letterkundige die Camus’ boek ‘Tricks’ uit 1979 – een beschrijving van een aantal kortstondige seksuele ontmoetingen met mannen – van een voorwoord voorzag. Onder degenen die zich erotisch aangetrokken voelden tot Camus was – wordt in deze studie onthuld – ook Louis Aragon (1897-1982), oud-surrealist en later cultuurpaus van de Franse Communistische Partij, wiens geliefde Elsa Triolet – onderwerp van Aragons fraaiste liefdespoëzie – in 1970 was overleden.

Als auteur zocht Camus aansluiting bij de stroming van de ‘nouveau roman’ – een inmiddels (gelukkig) bijna uitgestorven richting die met bestaande, lineaire verteltradities wilde breken. Camus bleef bij dit alles een matig bekende auteur, wiens oplagen bij enkele duizenden bleven steken – niet veel voor Franse begrippen. Wel had hij het voordeel van een trouwe uitgever, P.O.L., waar ook de boeken ven Emmanuel Carrère verschenen en verschijnen, waarmee Camus lang bevriend was. Verder is Camus zijn leven lang een enthousiast schrijver van dagboeken, die tot op de huidige dag in boekvorm verschijnen.

Het was rond een van die dagboeken dat in 2000 de ‘affaire-Camus’ losbarstte. Franse schrijvers die kabaal willen veroorzaken hebben sinds jaar en dag een probaat recept om reuring te veroorzaken: antisemitisme. Het in 2000 in druk verschijnende dagboek behelste aantekeningen die al uit 1994 waren, maar het schandaal was er niet minder om. Het ging om een beschouwing over een programma met kunstzinnige recensies van het radiostation France Culture, Panorama, waarvan Camus meende dat het disproportioneel veel aandacht besteedde aan joodse schrijvers en kunstenaars. De boutade ging eerst ongemerkt voorbij – het linkse dagblad ‘Libération’ wijdde zelfs een gunstig stukje aan het laatste product van een ‘kleine’ schrijver die nog steeds voornamelijk bekend stond als een voorvechter van de gay-zaak. Toen barstte de bom door een artikel in het eveneens als progressief bekend staande weekblad ‘Les Inrockuptibles’ – Camus moest worden gerangschikt onder de verstokte antisemieten die zich ophielden in een kleine, extreem-rechtse ‘fringe’ van de Franse cultuur.

In 2000 ontstond rondom Camus’ antisemitisme alsnog een verhitte discussie, tussen degenen die vonden dat de vrijheid van meningsuiting boven alles gaat en hen die meenden dat haatzaaien tegen joden en anderen niet geoorloofd is. Maar het antisemitisme was nog maar het eerste stadium van de radicalisering in de geschriften van Camus: de theorie van de ‘omvolking’, niet als een spontaan proces maar steeds vaker als een vijandige aanval van de Westerse cultuur (bijna steeds opgevat als een ‘blanke’ cultuur) kreeg steeds meer vorm. Camus zocht en vond aansluiting bij andere extreem-rechtse denkers die wel oren hadden naar zijn theorie en stichtte zelfs een eigen politieke partij die geen succes had.

Hoewel anti-immigratie, Islam-fobie en antisemitisme in Frankrijk (en helaas daar niet alleen) steeds openlijker geuit werden, en Camus zich de vingers blauw schreef over zijn theorieën, kreeg hij zelf steeds minder toegang tot min of meer gevestigde media. Zelfs zeer rechtse media als het tv-station C8 of het weekblad ‘Valeurs actuelles’ mijden tegenwoordig de auteur, voor wie alleen nog maar zeer kleine, meestal fascistoïde blaadjes plaats hebben. In 2017 liet de filosoof Alain Finkielkraut, eens een der linkse ‘nouveaux philosophes’ uit het ‘aprés-1968’ maar met de jaren naar rechts opgeschoven, Renaud Camus nog eens aan het woord over diens ‘grand remplacement’ in zijn uitzending ‘Répliques’ op France Culture. Finkielkraut moest zich naar aanleiding daarvan verdedigen tegen stormen boze reacties van luisteraars en herhaalde het experiment niet. Ook reguliere uitgeverijen als P.O.L. en Fayard mijden inmiddels de extreem-rechtse kasteelbewoner. Die bracht het weliswaar tot wereldfaam, maar kan zijn geschriften inmiddels nog slechts in eigen beheer, en dan meestal digitaal via zijn website het licht doen zien.

Dhellemmes en Faye hebben over deze merkwaardige figuur – wereldberoemd en toch een relatief obscure onbekende – een onderhoudend boek geschreven, waarbij het onderwerp de beide biografen alle toegang tot zijn archieven heeft gegeven en tegelijkertijd heeft geweigerd zich door hen te laten interviewen – naar uit de dagboekaantekeningen blijkt omdat hij hen ten zeerste wantrouwde. De tijd dat zo’n boek nog schandaal kon veroorzaken is voorbij – helaas. Daarvoor is de extreem-rechtse pest te alledaags geworden.

Gaspard Dhellemmes en Olivier Faye: L’homme par qui la peste arriva. Flammarion 2026

Geluidsfragment: Alain Finkielkraut verdedigt zijn uitnodiging aan Renaud Camus in een uitzending van France Culture: https://www.radiofrance.fr/franceculture/podcasts/le-rendez-vous-du-mediateur/renaud-camus-invite-sulfureux-8750440

Afbeeldingen: 1. homepage van de website van Renaud Camus; 2. Het kasteel bij Plieux in het Zuid-Franse departement Gers waar Renaud Camus woont.

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑