Democratie bedreigd van rechts én links

De rector van de Erasmus Universiteit Rotterdam poogt de schade te beperken door de Franse sociologe Eva Illouz (1961) nogmaals uit te nodigen. Aldus, hoopt de rector, kan de flater worden goedgemaakt die het ‘Love Lab’ van de universiteit deze maand sloeg. In een nuffig briefje had men laten weten dat er na een stemming binnen de vakgroep democratisch was besloten een eerdere uitnodiging van Illouz in te trekken, omdat zij in het verleden had onderwezen aan de Hebrew University in Tel Aviv. In de brief stond dat een meerderheid zich ‘niet comfortabel’ voelde bij die uitnodiging. Illouz, een vooraanstaande intellectueel in Frankrijk met ruime toegang tot de media, sloeg meteen terug: zij sprak van ‘democratisch besloten antisemitisme’. In een interview met Philosophie Magazine stelde Illouz voor om ‘Love lab’ om te dopen in ‘Hate lab’.

In dat interview vertelt ze ook dat het Rotterdamse rectoraat zich aanvankelijk niet had willen mengen in de zaak, ook was van aanvang af duidelijk dat Illouz sinds 2015 verbonden is aan de EHESS (École des Hautes Études en Sciences Sociales) in Parijs. Wanneer een vakgroep na een democratische stemming een spreker zou hebben geweerd met het argument dat die vrouw of zwart was, zou het huis misschien te klein zijn geweest, maar bij een jood was het geen bezwaar, meent Illouz.

Overigens staat Illouz geenszins bekend als een aanhangster van de zittende regering in Israel, en evenmin is zij een Zioniste. Eerder dit jaar had een jury Illouz voorgedragen voor de ‘Israel Prize’, een Israëlische staatsprijs, maar de minister van onderwijs, Yoav Kisch, had die uitverkiezing ongedaan gemaakt omdat Illouz in 2021 een oproep aan het Internationaal Strafhof had mede-ondertekend, waarin werd opgeroepen tot een strafrechtelijk onderzoek naar door het Israëlische leger gepleegde misdaden op de bezette Westelijke Jordaanoever. Volgens Illouz was de Rotterdamse ‘desinvitatie’ mede ingegeven door het feit dat ze nog een Israelisch email-adres had behouden.

Uit het zojuist verschenen boek ‘La civilisations des émotions’, een lang interview in boekvorm waarin Illouz haar intellectuele visie ontvouwt, blijkt dat voor de Franse sociologe een verwikkeling als die in Rotterdam past in een breder beeld: een steeds verder om zich heen grijpend antisemitisme, vooral van links. Daar zijn sekte-achtige bewegingen opgestaan die Israel, en in het verlengde daarvan joden, zien als de symbolische belichaming van alles wat slecht is: van onderdrukking en kolonialisme. En dat hangt weer samen met een nadruk op identiteit, waarbij links niet langer gericht is op gelijke rechten voor iedereen, maar gelijke erkenning van de eigenheid van iedereen. Dat laatste gaat de vermogens van de democratische rechtsstaat te boven, meent Illouz.

De democratie, meent zij, wordt zowel van links als van rechts bedreigd. Van links, omdat de link tussen universele rechten en waarden en de democratie niet meer wordt erkend, en van rechts omdat de machtigen der aarde, de techno-baronnen die vooral in de VS aan de macht zijn, democratie niet langer zien als een voorwaarde, of bevorderlijke staatsvorm voor kapitalistische ontwikkeling. Er is sprake van een algehele epistemologische crisis, waarbij de geldigheid van bestaande kennis ter discussie staat, en waarvan het einde niet is te overzien – laat staan de uitkomst.

Illouz werd geboren in de Marokkaanse stad Fez, waar joden en arabieren ogenschijnlijk harmonieus samenleefden. In ‘La civilisation des émotions’ vertelt ze dat joden weliswaar als inferieure outsiders golden, maar dat dit geen praktische gevolgen had omdat joden traditioneel onder bescherming van de koning stonden. Net als in andere landen van de Maghreb en het Midden-Oosten veranderde dat na de Zesdaagse oorlog in 1967, die van beide zijden als een ‘ethnisch’ conflict tussen joden en arabieren werd gepercipieerd. Toen de situatie in Fez bedreigend werd, verhuisde het gezin Illouz naar Frankrijk, het land waar sinds de Franse revolutie de universele waarden en rechten van mens en burger hoog in het vaandel stonden.

Naar eigen zeggen werd Eva Illouz pas voor het eerst met antisemitisme en radicaal nationalisme en groepsdenken geconfronteerd, toen zij als jonge vrouw een aantal maanden in Israel was om op een kibboets te werken. De familie Illouz kwam uit de Sefardische traditie, die van de joden in Zuid-Europa, maar in Israel werd de toon aangegeven door de Asjkenazische joden, die vooral uit Oost-Europa kwamen. Het viel haar op dat Sefardim in Israel met de nek werd aangekeken. Toen zij later in Israel werkte viel haar op hoe de arabieren als tweederangs-burgers werden weggezet. Het is, denkt zij, onjuist Israel als een democratie te beschouwen – die democratie heeft uitsluitend betrekking op het joodse deel van de bevolking.

De voorstelling van Israel als een koloniaal project, waarbij de joden de oorspronkelijke bevolking hebben verdreven, houdt geen stand, meent Illouz. Toen de Britten, die na de Eerste wereldoorlog Palestina als mandaatgebied hadden overgenomen van het zieltogende Ottomaanse rijk, woonden er al veel joden. Het ene volk is niet per se ‘authentieker’ als bewoner dan het andere. De zogeheten ‘nakba’ van 1947, waarbij Palestijnen op grote schaal van huis en haard werden verdreven, vertoont grote overeenkomst met andere ethnische zuiveringen bij de liquidatie van het Ottomaans imperium, zoals de ‘uitruil’ van Grieken en Turken rondom de Aegeïsche zee aan het begin van de jaren twintig.

Deze kwesties vormen maar een klein gedeelte van ‘La civilisation des émotions’. Illouz is een sociologe, en vooral een theoretica, wier denken sterk beïnvloed is door de filosofische Frankfurter Schule van Theodor Adorno en Max Horkheimer en het werk van de Franse socioloog Pierre Bourdieu. In het voetspoor van de laatste onderscheidt zij naast geldelijk- en cultureel kapitaal ook ‘emotioneel kapitaal’ – in de liefde bijvoorbeeld. Zij is feministe omdat, zegt zij, onder het kapitalisme ook gevoelens worden ‘verdinglicht’, tot waar gemaakt. Dat treft in het bijzonder het vrouwelijk lichaam, dat tot verhandelbaar object wordt gereduceerd. Het feminisme, aldus Illouz, is voor de heteroseksuele liefde wat de Franse revolutie voor de samenleving is geweest: een afwijzing van de feodaliteit.

Vooral over de opstelling van links in de huidige cultuurcrisis is zij zeer kritisch. De ‘strijd tegen Satan’ – dat wil zeggen alle slechtheid in de wereld – is geen probaat middel tegen economische of sociale onrechtvaardigheid, waarmee links traditioneel de strijd aanbond. Een steeds verder gaande opdeling van de maatschappij in min of meer autonome identiteiten, en de daarmee gepaard gaande individualisering, maken dat de totalitaire techno-kapitalisten hun slag kunnen slaan, zoals in het Amerika van Trump goed te zien is.

Dat joden de eersten zijn die kind van de rekening worden, is niet verwonderlijk, meent Illouz: ‘Jood zijn betekende altijd al dat je klaar moet zijn om te vertrekken’. Alleen was deze wijze les na het einde van de Tweede wereldoorlog een beetje op de achtergrond geraakt.

Eva Illouz: La civilisation des émotions. Entretiens avec Elena Scappaticci. Seuil 2025.

In Nederlandse vertaling is onlangs van Illouz ‘Explosieve moderniteit’ verschenen(Ten Have, 2025)

Plaats een reactie

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑