De dreiging van het laatste boek

Arthur Rimbaud (1854-1891) heeft na zijn poëtisch meesterwerk ‘Une saison en enfer’ en de beëindiging van zijn liefdesrelatie met Paul Verlaine in 1875 niet één dichtregel meer papier gezet. Hij gaf de litteratuur eraan en gaf zich over aan reizen en het schrijven van wat geografische verhandelingen. Maar zo’n vrijwillig afscheid van de litteratuur is zeldzaam. Een ander bekend voorbeeld is de Amerikaanse romanschrijver Philip Roth (1933-2018), die in 2010 de brui gaf aan het schrijven van romans, iets waarvan hij de wereld pas later op de hoogte stelde.

Aanzienlijk talrijker zijn de schrijvers die tot aan de rand van het graf de pen blijven hanteren. Van George Sand (1804-1876) – een nachtmens – wordt gezegd dat als zij om twee uur in de vroege ochtend het woordje ‘Fin’ had gezet onder het manuscript van een roman, zij om drie uur monter aan de volgende begon. Voor de meeste schrijvers, lijkt het, is het altijd ‘à suivre’, wordt vervolgd. Marcel Proust (1871-1922) dicteerde op zijn sterfdag, 18 november, nog correcties op de manuscripten die hij onder handen had aan zijn trouwe huishoudster Céleste Albaret. André Gide (1869-1951) ging eveneens tot het bittere einde door met voor publicatie bedoelde dagboekaantekeningen.

Ik ontleen deze bijzonderheden aan het nieuwe – en wie weet zelfs laatste – boek van Antoine Compagnon, tot aan het begin van dit jaar hoogleraar moderne letterkunde aan het Collège de France, deze prachtige instelling waar de intellectuele bollebozen hun lessen gratis en voor niets geven voor al wie op tijd in de rij staat en er zo in slaagt een plaatsje in de zaal te veroveren. Compagnon is er met emeritaat gegaan en vraagt zich in zijn nu verschenen ‘La vie derrière soi. Fins de la littérature’ af wat voor de oudere schrijver, geleerde, filosoof en dergelijke eigenlijk raadzamer is: in de wetenschap van het afnemen van de verstandelijke vermogens en het gevoel alles van waarde reeds gezegd te hebben, de pen aan de wilgen hangen? Of: in de gedachte dat ervaring en opeengestapelde inzichten de schrijver alleen maar rijper en wijzer kunnen maken, en hem verheffen boven het zoemen der eendagsvliegen, nijver doorgaan met het schrijven van steeds subliemer teksten?

In de hem kenmerkende, enigszins kabbelende stijl laat Compagnon een groot aantal min of meer bekende schrijvers de revue passeren en vraagt zich dan steeds af hoe een auteur zich verhield tot zijn gevorderde leeftijd. Daarbij valt meteen al op dat ouderdom in de letterkunde niet per se als een verdienste geldt. Dat is al minstens anderhalve eeuw zo: belangrijke stromingen die de literatuur zouden veranderen – zoals de Romantiek of het Surrealisme – waren ook bij uitstek bewegingen onder jongeren.

Bij andere kunsten, zoals de schilderkunst of de muziek, ligt dat vaak anders. Wat is er niet gezwijmeld over de verstilde wijsheid in Rembrandts laatste portretten, of de schokkende schoonheid van wat Ludwig van Beethoven, aan de rand van het graf en stokdoof, nog op papier wist te zetten. Bij oudere schrijvers overheerst meestal het wantrouwen ten aanzien van de ontwikkeling der litteraire vermogens – misschien mag je hier wel van litteraire ‘gerontofobie’ spreken.

Soms is het overmacht die de schrijver dwong de pen te laten rusten. Jean-Paul Sartre (1905-1980) moest in 1973, na het verschijnen van deel drie van ‘l’Idiot de la famille’, zijn schier eindeloze reeks studies over leven en werk van Gustave Flaubert, het werk aan deel vier, dat over Emma Bovary had moeten gaan, staken. Blindheid die mede het gevolg was van de grote hoeveelheden benzedrine en andere opwekkende middelen waarmee hij zijn eerdere werk op papier had gebracht, beletten hem de voortgang.

Toch zou deze intellectuele gigant niet waardig, als de auteur van een voltooid en in zijn tijd zeer gezaghebbend oeuvre het graf in gaan. In het jaar van zijn overlijden bleek namelijk dat hij op de valreep nog een laatste werk had gedicteerd aan zijn jonge persoonlijke secretaris, Benny Lévy. Tenminste, dat beweerde deze. ‘l’Espoir maintenant’ houdt eigenlijk nauwelijks verband met eerdere gedachten van Sartre en getuigt van een diepgaande belangstelling voor de Joodse religie. De verdachtmakingen en verwijten dat Lévy een seniele grijsaard in zijn laatste uren schandelijk gemanipuleerd had, zijn sedertdien niet van de lucht.

Een van de redenen waarom de meeste schrijvers op leeftijd doorgaan met schrijven, is dat de natuur over het algemeen geen duidelijk omslagpunt voor de auteur in petto heeft: aan de loopbaan van een voetballer komt een natuurlijk einde, maar aan dat van een pennenvoerder niet. “Schrijven leidt tot meer schrijven’, schreef Colette (1873-1954) in 1949 in ‘Le fanal bleu’, de laatste roman die nog tijdens haar leven zou worden uitgegeven. Niet alleen de lezer, wist zij – ook de schrijver wil na het dichtslaan van een boek weten hoe het verder gaat en dan zit er niets anders op dan door te schrijven.

Onder de volhouders moeten we ook de dichter Charles Baudelaire (1821-1867) rekenen, die in zijn laatste levensjaren aan afasie en andere hersenproblemen leed, die in zijn geval vermoedelijk het resultaat waren van syfilis. Baudelaire heeft in ‘Hygiène’, verzamelde autobiografische notities, openhartig verslag gedaan van zijn angsten over het functioneren van zijn geest. Zo noteert hij op 23 januari 1862 de ‘de wind van de vleugel der imbiciliteit’ te hebben waargenomen.

In het boek van Compagnon vond ik een mij onbekend, onvoltooid schilderij van Édouard Manet (1832-1883), voorstellende de begrafenis van Baudelaire op het Cimétière Montparnasse. Manet is trouwens een mooi voorbeeld van een kunstenaar die met de jaren niet minder geapprecieerd werd: zijn ‘Un bar aux Folies Bergère’ uit 1882 was zeker niet minder dan de schandaalverwekkers uit het begin van zijn carrière, ‘Olympia’ en ‘Le déjeuner sur l’herbe’ uit 1862. Ook Baudelaire schreef in zijn laatste jaren fanatiek door aan postuum gepubliceerd en algemeen gewaardeerd werk.

Ieder boek kan het laatste zijn, was de kop boven een recent interview met Compagnon in ‘Le Monde’ en zo is het natuurlijk maar net – niet alleen voor de schrijver, ook voor de lezer. Onafwendbaar nadert de dag voor elke lezer dat hij of zij voor het laatst nieuwsgierig een nieuw boek openslaat om zich te laten binnenvoeren in een nog ongekende taal- en ideeënwereld. Die gedachte is natuurlijk onverdraaglijk en daarom ook, denk ik, hoor je nooit iemand zeggen dat hij met lezen is opgehouden omdat het zo wel genoeg is, en dat ie het wel zo’n beetje weet allemaal. Voor schrijven, vermoed ik, geldt hetzelfde.

Overigens laat Antoine Compagnon zijn lezers in het ongewisse omtrent de vraag of ‘La vie derrière soi’ zijn laatste boek is. Aan het begin van zijn boek wekt hij die suggestie wel degelijk, onder verwijzing naar zijn emeritaat en het overlijden van de vrouw die hem het meest na stond. Kennelijk hebben al die in deze studie behandelde gevallen hem geen duidelijk voorbeeld ter navolging opgeleverd.

Ook aan zijn illustere voorganger als hoogleraar moderne letterkunde aan het Collège de France Roland Barthes (1915-1980), die tevens Compagnons grote voorbeeld is, heeft hij weinig: Barthes werd op 25 februari 1980, terwijl hij zich naar zijn voorlezing in het Collège de France begaf, in de Rue des Écoles geschept door bestelwagen van een wasserij en overleed een maand later aan de verwondingen – in de volle bloei van zijn professoraat en roem. Misschien kunnen we Compagnon opmonteren en zijn schrijflust bevorderen met een parafrase van de banale verkeerswaarschuwing die nog altijd bij Franse spoorwegovergangen staat: Un livre peut en cacher un autre.

Antoine Compagnon: La vie derrière soi. Fins de la littérature. Éditions des Équateurs / Humensis, 2021.

Afbeelding: Édouard Manet, l’Enterrement (1867), Metropolitan Museum of Art, New York.

Compagnons afscheidscollege is te zien en horen op de website van het Collège de France.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: