
Omdat het er deze week naar uitzag dat de Derde wereldoorlog zou uitbreken – toegegeven, kleine overdrijving – dacht ik: deze week maar eens een luchtig blogje. En ik weet weinig luchtigers te bedenken dat het werk van de Franse auteur en journalist Frédéric Beigbeder. Die is al vele jaren mijn ‘guilty pleasure’ (‘plaisir coupable’ klinkt op de een of andere manier toch minder). Dus toen ik uit het Franse tv-programma ‘La grande librairie’ – in tegenstelling tot de Nederlandse publieke televisie heeft de Franse wel een uitgebreid boekenprogramma – had begrepen dat er een nieuwe Beigbeder was, de verhalenbundel ‘Ibiza a beaucoup changé’, heb ik die onverwijld aangeschaft.
Die bundel valt, eerlijk gezegd, een beetje tegen, maar ik vind het toch een fijn idee dat ik hem in huis heb, want je lievelingsauteurs, daar moet je trouw aan zijn. Die trouw houd ik overigens strikt voor mijzelf – ik geloof niet dat ik ooit eerder heb geschreven, of zelfs maar met iemand heb gesproken over mijn voorliefde voor Beigbeder. Hij is ook, het valt niet te ontkennen, niet bepaald een groot auteur, al is hij wel vaak vrij geestig.
Al sinds de jaren tachtig volg ik hem. Hij had toen op de abonneezender ‘Paris Première’ een opgewonden programma waarin hij alle feestjes afliep. Dat was in de tijd voor internet, toen je Franse tv-zenders alleen kon zien als je in Frankrijk was. In Nederland bestond ook zo’n programma, eveneens society-verslaggeving met een knipoog: ‘Glamourland’ van de in 2007 helaas overleden Gert-Jan Dröge, waarin ik zowaar nog wel eens ben opgetreden.
Maar Frankrijk zou Frankrijk niet zijn, wanneer Beigbeder niet tegelijkertijd ook nog als intellectueel, of althans schrijver van zich liet horen. Hij is de auteur van een groot aantal romans, vaak van satirische strekking – zijn grote bestseller ’99 francs’ uit 2000 bijvoorbeeld, over de reclamewereld, waarvoor hij ook door het reclamebureau waar hij werkte ontslagen werd.
Die romans kenmerken zich verder vooral door veel verwijzingen naar coke-gebruik en een uitgesproken libertijnse instelling ten aanzien van het contact met de andere sekte – dingen waarover ik graag mag lezen zonder ze noodzakelijkerwijs zelf steeds maar in praktijk te brengen. Voor de beschrijving van al deze gezelligheid voert Beigbeder overigens een literair alter ego in, Octave, die ook in dit laatste boek weer opduikt.
Maar mijn leesgenoegen houd eigenlijk vooral verband met de erotische fascinatie voor vrouwen waarvan Beigbeder in vrijwel elk boek getuigt: vrouwen zijn hem een niet-aflatende bron van bewondering en verlangen. Het eerste verhaal in ‘Ibiza a beaucoup changé’ gaat bijvoorbeeld over een – overigens copulatie-loze – nacht met een fraaie blondine die achteraf de vrouw van een wrede dictator blijkt te zijn. (Voor het onwaarschijnlijke geval dat een lezer van dit blog het boek gaat lezen, zal ik verder niet verklappen welke dictator).
Er is iets in Beigbeders kijk op vrouwen, dat mij het gevoel geeft dat ik met een geestverwant van doen heb. Ik kan me nog goed herinneren wat mijn eerste erotische ervaring was: ik was zeven of acht en lag in mijn bedje te dromen over een acrobate die ik bij het circus in Carré had gezien – in een tijgerpakje hangend aan een trapeze. De structuur van mijn erotische gevoelens lijkt sinds die tijd een beetje dezelfde gebleven: liefst een beetje op afstand bewonderen. Vandaar ook dat ik ‘Les passantes’ van Georges Brassens zijn mooiste liedje vind: over de duizenden vrouwen die je in je leven voorbij ziet komen, en waarvan je denkt dat jij voor haar misschien wel de ware zou kunnen zijn, maar die je toch niet aanspreekt. En dat Milo Manara mijn favoriete striptekenaar is; wezenloos perfect geproportioneerde vrouwelijke verschijningen, zoals die in de natuur niet voorkomen.
Het is een kijk op de zaak, waarmee ik iemand kwaad doe, zou ik zeggen. Maar dat is buiten de ernst gerekend, waarmee tegenwoordig over erotiek, of seksualiteit wordt gesproken. In diezelfde uitzending van ‘La grande librairie’ zat een vrouwelijke auteur naast Beigbeder, die hem op hoge toon kwalijk nam dat er in zijn boeken zoveel billen en borsten voorkwamen – overigens nogal een overdrijving.
Mij schiet nog een ander voorbeeld van zulke misplaatste ernst te binnen. In een van mijn andere favoriete tv-programma’s, ‘Kulturzeit’ op 3Sat, ging het laatst over een onverkwikkelijke affaire waarbij een bekende acteur uit de serie ‘Tatort’ met behulp van AI vervaardigde video’s had verspreid, waarin hij het hoofd van zijn ex-vriendin had gecombineerd met het werk van een porno-actrice. Nogal een rotstreek, en volkomen smakeloos en onaanvaardbaar natuurlijk. Toch sloeg de schrik mij om het hart, toen in ‘Kulturzeit’ een feministische wetenschapster aan het woord kwam, die zei dat er een taak ligt voor mannen bij het bestrijden van zo’n benadering van vrouwen. Ik? Aan het werk? Iemand die geen vlieg kwaad heeft gedaan?
Ach ja, tijden veranderen. Erotiek, waarvan we sinds de jaren zestig dachten dat daarover vrijelijk gesproken kon worden, wordt langzaam maar zeker weer inzet van puriteinse opvattingen en cultuuroorlogen. En wordt op die manier iets, waarover je je in het openbaar maar beter niet kunt uiten. Gelukkig dreigt niet elke week het uitbreken van de Derde wereldoorlog.
Frédéric Beigbeder: Ibiza a beaucoup changé. Albin Michel 2026
‘Les passantes’ van Georges Brassens is een gedicht van Antoine Pol (1888-1971) en luidt als volgt:
Je veux dédier ce poème
A toutes les femmes qu’on aime
Pendant quelques instants secrets
A celles qu’on connait à peine
Qu’un destin différent entraîne
Et qu’on ne retrouve jamais
A celle qu’on voit apparaître
Une seconde à sa fenêtre
Et qui, preste, s’évanouit
Mais dont la svelte silhouette
Est si gracieuse et fluette
Qu’on en demeure épanoui
A la fine et souple valseuse
Qui vous sembla triste et nerveuse
Par une nuit de carnaval
Qui voulut rester inconnue
Et qui n’est jamais revenue
Tournoyer dans un autre bal
A la compagne de voyage
Dont les yeux, charmant paysage
Font paraître court le chemin
Qu’on est seul, peut-être, à comprendre
Et qu’on laisse pourtant descendre
Sans avoir effleuré sa main
A celles qui sont déjà prises
Et qui, vivant des heures grises
Près d’un être trop différent (1)
Vous ont, inutile folie,
Laissé voir la mélancolie
D’un avenir désespérant
Chères images aperçues
Espérances d’un jour déçues
Vous serez dans l’oubli demain
Pour peu que le bonheur survienne
Il est rare qu’on se souvienne
Des épisodes du chemin
Mais si l’on a manqué sa vie
On songe avec un peu d’envie
A tous ces bonheurs entrevus
Aux baisers qu’on n’osa pas prendre
Aux cœurs qui doivent vous attendre
Aux yeux qu’on n’a jamais revus
Alors, aux soirs de lassitude
Tout en peuplant sa solitude
Des fantômes du souvenir
On pleure les lèvres absentes
De toutes ces belles passantes
Que l’on n’a pas su retenir
‘La Grande bibliothèque’ is elke week te zien op France 5 en TV5. Frédéric Beigbeder interviewt zelf elke week schrijvers in de (video-)podcast ‘Conversations chez Lapérouse’. De aflevering van Kulturzeit over ‘mannelijk geweld’ staat HIER.
Afbeeldingen: 1. Amerikaanse affiche voor circusacrobaten, jaren twintig; 2. Prent van de Italiaanse striptekenaar Milo Manara (1945)


Plaats een reactie