
Op een zonnige dag in augustus 2025 stonden er in een drukke straat in Amsterdam-Oost opeens borden voor een tijdelijk parkeerverbod. Enkele dagen later werd duidelijk waarvoor: een kloeke container van zeeformaat was geplaatst, met daarop de naam van een aannemersbedrijf. Maar waarom stond hij daar? In de panden waarvoor hij geplaatst was, zouden voor zover bekend niet op korte termijn werkzaamheden plaatsvinden. Tijd voor een belletje naar de gemeente.
De ambtenaar aan de lijn wist het ook niet en evenmin kon hij een vergunning voor het plaatsen van de container vinden. Hij beloofde dat de container – zo massief dat hij het licht in de huizen op de begane grond wegnam, het zicht op een nabijgelegen kruising belemmerde en de talrijke junks in de buurt welkome zichtdekking bood om hun ding in de portieken te doen – weer zou worden weggehaald. En inderdaad verschenen er bordjes voor een nieuw tijdelijk parkeerverbod.
Alleen gebeurde er niets op de dag van dat verbod – de container bleef staan. Nieuwe telefoontjes van buurtbewoners naar de gemeente leverden de wetenschap op dat er nu opeens wel een vergunning was. Nog meer telefoontjes leidden druppelsgewijs tot meer kennis. Het betrof hier een vergunning waarbij het de vergunninghouder vrij stond te bepalen waar hij de container neerzette. Het betrof hier een schaftkeet – nogal onwaarschijnlijk bij een zeecontainer zonder ramen waarvan bovendien de deuren niet open kunnen omdat daar – geheel regulier – auto’s geparkeerd staan.
Behalve verzoeken om informatie kan de burger ook nog klachten indienen bij de gemeente – de website van die gemeente biedt daarvoor ampele mogelijkheden. Schrijver dezes heeft daar in verband met de container gebruik gemaakt. Aanvankelijk leek het alsof er geen antwoord kwam, maar op een dag was er dan toch een mailtje, waaruit bleek dat de geheimzinnige telefoontjes die ik eerder had ontvangen met de aanduiding ‘privé-nummer’, en die ik voor phishing had aangezien, van de gemeente waren. De gemeente kon weinig voor mij doen, was de strekking van de mail: de vergunning was in orde en had betrekking op de verbouwing van een huis in een andere straat, op ongeveer 250 afstand en zelfs niet in het zicht van de container. Omdat er tegen die verbouwing een bezwaarprocedure van omwonenden liep, was er verder niets gebeurd. Wel had de gemeente aan de eigenaar van de container gevraagd die ergens anders neer te zetten.
Op dat laatste was kennelijk geen reactie gekomen. Om eens te kijken hoe dat verder zou gaan, besloot ik een klacht in te dienen bij de gemeentelijke ombudsman. Ofschoon zelf geen jurist, leek het me gepast om wat meer formele argumenten in stelling te brengen, in casu het ‘evenredigheidsbeginsel’. Dat wil zeggen dat er een redelijke verhouding moet bestaan tussen de inbreuken op de levenssfeer van de burger en het algemeen belang dat met deze inbreuk gediend wordt. Die redelijkheid is hier zoek, betoogde ik: tegenover een container die het licht in woningen wegneemt, een onveilige verkeerssituatie oplevert en onwettig gedrag in portieken oplevert, stond een vergunning voor een container die niet werd gebruikt en die zich bovendien bevond op grote afstand van de werkzaamheden waarvoor hij bedoeld was.
Het bureau van de ombudsman heeft keurig een onderzoek ingesteld – waarbij het uitsluitend ging om de door de gemeente gevolgde procedure, niet om de kwestie van de container zelf. Wel zei de dame van het bureau van de ombudsman mij aan de telefoon dat het wellicht een beetje ongelukkig was geweest dat de gemeente mij als klager met een anoniem telefoonnummer had willen benaderen. Verder had de gemeente juist gehandeld, bleek uit de schriftelijke reactie.
Tot mijn verbazing werd ik kort daarna – we schrijven inmiddels al februari 2026 – nogmaals gebeld door een ambtenaar die over de vergunningen ging – kennelijk op aandringen van het bureau van de ombudsman. Die ambtenaar had weinig te vertellen, behalve dan een wat besmuikt geformuleerd verwijt dat het zo jammer was dat ik niet eerder de telefoon had opgenomen: destijds had de gemeente de indruk gehad dat de eigenaar wel bereid geweest was gehoor te geven aan het verzoek de container te verplaatsen. Maar ja, daarover had destijds geen constructief overleg kunnen plaatsvinden en sindsdien kon de gemeente de eigenaar niet meer te pakken krijgen. Toen ik hierover in lachen uitbarstte, werd de ambtenaar boos en verdacht mij van agressiviteit: ‘u kunt mij op dit nummer niet terugbellen!’
Enfin, einde verhaal zou je zeggen. Kafka in Amsterdam-Oost. Maar het kan nog absurder. Het toeval wil namelijk dat in verband met een herstructurering van het kruispunt en omgeving de straat waarin de container staat, geheel wordt opengebroken. Die straat is nu een zandvlakte, behalve het stukje waar de container staat, want daar kan niemand bij. Een buurtbewoner heeft nu geïnformeerd bij de afdeling van de gemeente die over de reconstructie van de straat gaat – waarover trouwens geen kwaad woord, aardige mensen die de bewoners uitstekend op de hoogte houden en ingaan op klachten – of nu wellicht het moment is gekomen dat de nog altijd ongebruikte container wordt verwijderd. Maar dan blijkt dat de afdeling straatreconstructie te maken heeft met dezelfde afdeling vergunningen als de straatbewoners, en dus ook met dezelfde argumenten: niets aan te doen, vergunning loopt tot augustus, hangt af van de goede wil van de eigenaar van de container.
Is dit alles een drama? Nee, dat niet natuurlijk en al helemaal niet voor mij want ik heb zelf nauwelijks last van de container. Vergeleken bij, bijvoorbeeld, de toeslagen-affaire valt het geklungel rond de container natuurlijk volkomen in het niet. Maar de zaak laat wel mooi zien hoe het gemeentelijk apparaat zich als het er op aankomt geen reet aantrekt van de argumenten van de burger, ondanks al die mooie websites waarop je kunt klagen.
Ook een recente hoorzitting op het stadsdeelkantoor van Amsterdam-Oost over de hierboven al genoemde bezwaarschrift-procedure liet dat onlangs loepzuiver zien: de gemeente bleek daar zo’n beetje de helft van de stukken niet op orde te hebben of niet te hebben doorgezonden aan betrokkenen etc. Maar dat was geen reden voor de gemeente om de hoorzitting op een later tijdstip nog eens over te doen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de gemeente ook veel goeds doet, bij de bestrijding van de drugsoverlast in het nabijgelegen park bijvoorbeeld.
Wat te doen?, vraag ik mij met Lenin af. Het is wellicht niet erg effectief, maar in ieder geval kan ik mijn ongenoegen botvieren bij de op handen zijnde gemeenteraadsverkiezingen, die in Amsterdam ook over de stadsdeelraden gaan. De bestuurder van de deelraad Oost die over vergunningen gaat, is toevallig een partijgenoot van mij. Die partij wordt het dus in ieder geval niet – mijn persoonlijke symboolpolitiek.
Afbeelding: De Linnaeusstraat in Amsterdam rond 1900. (Beeldbank Amsterdam)

Plaats een reactie