
Eindelijk waren alle feestelijkheden en plechtigheden achter de rug: het huwelijk was voltrokken op het stadhuis, en verder ingezegend in de kerk, het banket en eventueel het bal waren achter de rug. De kersverse echtelieden, die als het goed was niet eerder lichamelijke omgang met elkaar hadden gehad, konden zich eindelijk overgeven aan wat per slot van rekening de kern van het huwelijk heette: ‘consommer le mariage’, een Franse uitdrukking waarvoor het Nederlands niet echt een goede vertaling heeft. Voor het eerst gingen man en en vrouw met elkaar naar bed en hadden geslachtsgemeenschap – dat was althans de gedachte. Het ‘vervullen van de huwelijkse plicht’ kon een aanvang nemen, volgens ordentelijke burgers. Meer kritisch gestemden spraken over de huwelijksnacht als ‘een wettige verkrachting’.
Van het welslagen van de huwelijksnacht hing in de negentiende eeuw veel af: algemeen was de indruk dat wat er tussen de lakens in deze nacht gebeurde, beslissend was voor verdere succes van de echtverbintenis. Geen wonder dus dat menigeen het fatale moment met zorg tegemoet zag. Niet alleen hing er veel van af, maar het was ook een ongekende ervaring, vooral voor vrouwen en meisjes die als maagd het huwelijk waren in gegaan en in veel gevallen geheel onwetend waren van de eigenaardigheden van hun eigen lichaam en dat van hun man. De raadgevingen van hun moeder, traditioneel gegeven bij het betreden van de kamer waar het huwelijksbed stond, beperkten zich maar al te vaak tot aansporingen zich niet te verzetten tegen de ‘huwelijksplicht’.
Maar ook voor mannen uit de betere kringen, die in veel gevallen al wat ervaring hadden opgedaan bij prostituées, was het makkelijker gezegd dan gedaan, zo’n huwelijksnacht. Een ontmaagding kun je bij een prostituée niet oefenen, om eens iets te noemen. Ook mannen hadden last van onwetendheid. En wat wanneer je geen erectie krijgt in de nacht aller nachten, omdat het al laat is, of je teveel gedronken hebt, of je je niet aangetrokken voelt tot je bruid? Er kon heel veel misgaan in de huwelijksnacht, en dat deed het ook, volgens deze baanbrekende en fascinerende studie van de Franse historica Aïcha Limbada: ‘La nuit de noces’, over de huwelijksnacht in het negentiende-eeuwse Frankrijk.
De huwelijksnacht was, en is voor zover hij nog bestaat, met geheimzinnigheid omgeven. In geschrifte uitten immers maar weinig mannen en vrouwen zich over hetgeen zich daadwerkelijk tussen de lakens – of tussen de hemden want je naakt uitkleden was in de negentiende eeuw iets wat toch bijna alleen in het bordeel gebeurde – afspeelde. Limbada heeft voor dit boek echter een even onwaarschijnlijke als rijke bron aangeboord: in de archieven van het Vaticaan vond zij de stukken van kerkelijke rechtbanken in Frankrijk die zich in de negentiende eeuw bogen over aanvragen een kerkelijk huwelijk te ontbinden.
Een katholiek huwelijk kon, zoals bekend, niet worden ontbonden en was voor eeuwig. Of er moesten zeer zwaarwegende redenen zijn, bijvoorbeeld dat het huwelijk niet ‘geconsumeerd’ was en de bruid nog steeds maagd. De rechters gingen daarbij bepaald niet over één nacht eis en riepen de hulp van medici in om vast te stellen hoe het stond met het maagdenvlies, of andere lichamelijke factoren die geslachtsgemeenschap onmogelijk maakten. Overigens was het in Frankrijk tussen 1816 en 1884 ook niet mogelijk een burgerlijk huwelijk te ontbinden. De negentiende eeuw wordt trouwens, over het algemeen, gekenmerkt door een verstrakking van de zeden en een verpreutsing van de maatschappelijke normen ten aanzien van seksualiteit – een ontwikkeling die wel als een ‘moralisering’ van de samenleving wordt beschreven.
Het herstel van de monarchie na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815, luidde over de gehele breedte een beperking van burgerrechten en maatschappelijke restauratie in. Toch stond de wereld niet stil: hoewel Frankrijk tot in de jaren 1930 een land bleef waar ‘la France profonde’ van het platteland een grote rol speelde, kwam er ook een moderne bourgeoisie op, met zijn eigen opvattingen over moraal en zeden, die al snel de toon aangaven.
Ook voor de huwelijksnacht had dat gevolgen. Waar aan het begin van de eeuw die huwelijksnacht soms nog het karakter droeg van een collectief ritueel – waarbij de familie en vrienden de echtelieden onder het zingen van schuine liedjes naar de echtelijke sponde begeleidden bijvoorbeeld – ontwikkelde het eerste tête-à-tête zich geleidelijk aan steeds meer tot een door man en vrouw in gemeenschappelijke eenzaamheid te voltrekken ritueel. In deze ontwikkeling paste ook de huwelijksreis van de beter gesitueerden. Helemaal ideaal was natuurlijk om deze meteen na de huwelijksvoltrekking te laten beginnen.
‘Enfin seuls’, ‘eindelijk alleen’ wordt een bekende kreet waarvan iedereen weet wat ermee aangeduid wordt, en onderwerp vormt van talloze liedjes, grappen en prentbriefkaarten. Het moment van de waarheid sprak natuurlijk tot de verbeelding, al bestond er verbazingwekkend weinig literatuur over. Litteraire beschrijvingen van de huwelijksnacht traden verrassend zelden in fysieke details, en ook in de voorlichtingsboekjes en stichtelijke verhandelingen die verkrijgbaar waren, werden eigenlijk nooit de eigenaardigheden van de penetratie behandeld. (Tekst gaat door onder afbeelding).

Het meest te beklagen waren natuurlijk de vrouwen. Talrijk waren de verhalen van jonge meisjes die de huwelijksnacht ingingen in de stellige overtuiging dat kindertjes werden gemaakt door zoenen, of simpelweg door het gezellig naast elkaar liggen van man en vrouw. Dan was er niet veel voor nodig om van de huwelijksnacht een traumatische ervaring te maken, temeer daar bij sommige mannen de tederheid ver te zoeken was. Ook andere problemen lagen op de loer, wanneer de huwelijksnacht de eerste lichamelijke omgang met de partner was. Zoals de constatering dat de andere partij een misvorming, of een geslachtsziekte had, of homoseksueel was of gemeenschap wenste op een manier die de tegenpartij als moreel verwerpelijk zag.
De aard van de door Limbada gebruikte bronnen – kerkelijke echtscheidingsprocessen – maakt dat de nadruk in deze studie natuurlijk sterk ligt bij de huwelijksnachten waarin het absoluut niet goed is gegaan, en op de slechte, onaangename huwelijken die er op volgden. Dat hoeft natuurlijk niet voor alle huwelijken te hebben gegolden – er zijn ongetwijfeld talloze echtverbintenissen geweest waarin de partners gelukkig waren of althans vastbesloten er het beste van te maken bij het stichten van een gezin. Dat neemt niet weg dat door onze ogen van de vroege een-en-twintigste eeuw de kaarten in de negentiende eeuw zó geschud waren, dat het bijna niet goed kon gaan in de huwelijksnacht.
Overigens werd liefde pas tegen het einde van de negentiende eeuw algemeen gezien als een belangrijke voorwaarde voor een gelukkige echtverbintenis. Maar dan nog zou het nog lang duren voordat vrouwen binnen het huwelijk geëmancipeerd waren – en sommigen menen trouwens dat deze ontwikkeling nog steeds niet is voltooid. Simone de Beauvoir beschreef in haar ‘Le deuxième sexe’, uit 1946 nota bene, de huwelijksnacht nog steeds als een potentieel traumatische ervaring voor de vrouw. In zekere zin vormde het psychodrama van de huwelijksnacht ook de bezegeling van de inferieure maatschappelijke positie van de vrouw, wier rechten zo’n beetje ophielden bij het recht door haar man beschermd te worden.
Maar heel zelden is er in het Frankrijk van de Belle Époque, voor 1914 dus, openlijk gepleit voor meer seksuele rechten van de vrouw. Bepaald opzienbarend, en derhalve berucht of beroemd, was in 1907 het boek ‘Du mariage’ van de socialistische politicus Léon Blum (1872-1950). De latere minster-president van de Volksfront-regering in 1936 bepleitte daarin dat meisjes voor het huwelijk seksuele ervaring zouden opdoen, net als jongens, zodat hun het trauma van de huwelijksnacht bespaard kon blijven.
Maar ja, denk je bij lezing van het prachtige ‘La nuit de noces’: een klein beetje meer openheid over seksualiteit had vermoedelijk ook al veel spanning en ongeluk weggenomen. Laten we hopen dat de vooruitgang die in dat opzicht in samenlevingen als de onze geboekt is, niet in de toekomst door nieuwe verpreutsing weer teniet gedaan wordt.
Aïcha Limbada: La nuit de noces. Une histoire de l’intimité conjugale. La Découverte, Parijs 2023.
Afbeeldingen: 1: ‘Enfin seuls’ prentbriefkaart, vermoedelijk Frans of Belgisch uit 1905. Hotelpersoneel poogt een glimp op te vangen van de huwelijksnacht. (Uit de Milford Haven Collection in het Victoria&Albert-museum in Londen); 2: ‘Verenigd voor altijd’, Franse prentbriefkaart uit 1920. (Geneanet.org); 3: ‘Le coucher de la mariée’, een Franse film uit 1896 van Albert Kirchner, heeft de huwelijksnacht als onderwerp en wordt beschouwd als de eerste erotische film uit de geschiedenis. De bruid, gespeeld door de revue-artieste Louise Willy, kleedt zich uit terwijl de bruidegom achter een kamerscherm zijn beurt afwacht. De film, feitelijk een striptease, was geënt op een pantomime die eerder met veel succes in een Parijs theater te zien was geweest. Van de zeven minuten film zijn slechts de eerste drie bewaard gebleven, die in 1996 zijn ontdekt en op Youtube te zien zijn.


Plaats een reactie