Een hopeloos land

‘Pobjeda’ heet de tv-zender, ‘Overwinning’. De programmering is steeds dezelfde, 24 uur per dag, zeven dagen per week: documentaires en fictie over wat in Rusland – al in de Sovjet-tijd en nu nog steeds – de ‘Overwinning’ in de ‘Grote Patriottische Oorlog’ genoemd wordt. De betekenis van deze historische episode in de nationalistische propaganda lijkt in de afgelopen dertig jaar eerder toe- dan afgenomen. Nu de pretentie in de Sovjet-Unie het socialisme te hebben gerealiseerd en de avant-garde van de mensheid te zijn niet langer opgeld doet, lijkt de overwinning op Hitler-Duitsland nog zo’n beetje het enige waarmee Poetins regime in Moskou nu nog meent historische goede sier te kunnen maken.

Het is een in zijn eenzijdigheid eentonige versie van de Tweede Wereldoorlog, die de in heel Europa per satelliet ontvangbare zender ‘Pobjeda’ de kijker voorschotelt: de Sovjet-Unie heeft Nazi-Duitsland eigenlijk geheel alleen bedwongen – een historische verdienste, is de boodschap, die de rest van de wereld weigert te erkennen. Het Hitler-Stalinpact heeft nooit bestaan – of was hoogstens een tijdelijk opzetje van Moskou om een grootscheepse aanval op de Sovjet-Unie uit te stellen. ‘Pobjeda’ biedt ook de gelegenheid de nagedachtenis van dictator Stalin te pousseren, zonder dat diens terreur aan de orde gesteld hoeft te worden – zijn beeltenis hangt eenvoudigweg in alle kazernes en kantoren die in de drama-producties in beeld komen.

De historische mythe die de tv-zender ‘Pobjeda’ dag in dag uit aan de man brengt, laat ook vrij nauwkeurig zien hoe de huidige Russische elite rond Poetin het land het liefste positioneert: als een door de rest van de wereld belegerde veste, die zich teweer moet stellen tegen al te veel interactie met het buitenland. Bijna iedereen heeft het slechtste voor met Rusland, is ook de boodschap op andere Russische staats-tv-zenders, waar schreeuwende mannen in talkshows elkaar proberen te overtroeven in verdachtmakingen en beledigingen aan het adres van het Westen. Een gemiddelde Russische tv-kijker zou de indruk kunnen krijgen dat Westerse media en Westerse politici geen belangrijker taak voor zich zien, dan voortdurend druk in de weer zijn met het belagen van Rusland en het kleineren van Ruslands prestaties.

Het is voor iemand zoals ik – een Nederlander van goede wil met een bescheiden kennis van het Russisch en een redelijk hoge dunk van de Russische cultuur – allemaal moeilijk om aan te zien. Mijn eigen betrokkenheid bij Rusland is een beetje toeval, en niet zozeer het resultaat van een weloverwogen keuze voor het land: ik wilde in 1978 graag journalist worden en de weg die zich aandiende was redacteur Oost-Europa voor NRC Handelsblad en daarna eerste correspondent in Moskou voor diezelfde krant van 1982 tot 1987. Rusland was toen voor velen met heftige opinies omgeven. Een klein deel van de progressieve mensheid zag er nog altijd het arbeiders- en boerenparadijs in, maar veel meer mensen zagen in de Sovjet-Unie de personificatie van het kwaad. Nederlandse Slavisten werden in dat opzicht vaak aangevoerd door Karel van het Reve.

Iemand als ik – met niet veel meer pretentie dan voor een krant een beetje bijhouden wat er in het land gebeurde – had temidden van ideologische veldslagen soms moeite een beetje overeind te blijven. Dat leverde van alle kanten vijandschap op. In het maandblad van de ‘Vriendschapsvereniging Nederland-USSR’ werd ik uitgekreten voor een vijand van het socialisme. En aan de andere kant van het spectrum wist een aan de Universiteit van Amsterdam verbonden slavist – ik zal zijn naam hier niet noemen – in een reisreportage voor de Volkskrant te melden dat ik met de KGB samenwerkte. Hij had zich die leugen in Moskou op de mouw laten spelden door iemand die ik, en collega-correspondenten met mij, als een provocant beschouwde.

Maar eigenlijk was dit allemaal van weinig belang. Veel lezers van de krant, merkte ik, deelden mijn eigen vage gevoelens over Rusland: zonder illusies over de structuur van deze politiestaat met ideologische pretenties, maar met een vage hoop dat Rusland, beetje bij beetje, toch een vriendelijker, beschaafder en opener land zou worden – een ‘normaal’ land, werd vaak gezegd door Russen. En zo geschiedde het ook, heel geleidelijk, nadat Michail Sergejevitsj Gobatsjov in 1985 partijleider was geworden. De tendens ten goede was een boodschap die veel krantenlezers met genoegen tot zich namen – ik werd een populaire correspondent. Al bleef er altijd politieke kritiek: ik herinner me hoe Wouter Gortzak mij in het Parool kwalijk nam dat mijn NRC-artikelen niet voldoende hoop voor de toekomst uitstraalden.

Achteraf gezien moet je misschien zeggen dat mijn bijdragen juist te veel hoop op een betere toekomst uitstraalden. Ik was er bij toen Andrej Sacharov in 1986 op een Moskous treinstation terugkeerde uit zijn verbanning in Nizjni Novgorod (toen Gorki). Als iemand mij toen had voorspeld dat het Kremlin 35 jaar later de meest prestigieuze opposant na een futiel strafproces zou opsluiten – als een plan B nadat een poging hem te vergiftigen is mislukt – had ik hem niet geloofd. Het is, vanuit mijn strikt particuliere belangen geredeneerd, maar beter dat ik in 1987, aan het eind van mijn correspondentschap, zoveel mogelijk afstand heb genomen van Rusland en de andere republieken van de vroegere USSR. De jaren in Moskou hebben een enorme invloed gehad op mijn leven, maar ik wist zeker dat ik niet de rest van mijn journalistieke leven als een soort ‘Ruslandkundige’ wilde doorbrengen. Ik heb het niet bijgehouden maar ik vermoed niet dat ik er sinds 1987 meer dan tien keer geweest ben, meestal kortstondig.

Die grote afstand is mijzelf tot op zekere hoogte een raadsel. Ik spreek graag – zij het niet goed – Russisch, heb een zeker instinct voor het Russische levensgevoel (maak ik mezelf wijs) en respect en bewondering voor het intellectuele leven in Rusland. Ik voel me er ook min of meer thuis, als ik er moet zijn. Maar ik denk echt helemaal nooit ‘was ik nu maar in Moskou’, zoals ik dat wel heb met steden als Parijs, en Berlijn en zelfs met Belgrado – een vrij lelijke stad waar ik de taal veel minder spreek maar waar ik niettemin graag ben. Rusland is een vreselijk interessant land, waar ik toch niet graag wil zijn. Journalistiek ben ik me pas weer gaan interesseren voor Rusland in 2014, ongeveer ten tijde van de Krim-crisis, toen het dus heel slecht ging tussen Rusland en de rest van de wereld. Tot dat moment was ik er, zonder mij erg om de details te bekommeren, altijd van uitgegaan dat het nooit erger kon zijn dan in het Rusland dat ik in 1987 vaarwel gezegd had. Die vraag is anno 2021 eigenlijk niet meer zo eenvoudig te beantwoorden.

Het lijkt een onwaarschijnlijke zin, maar toch is hij terzake: het is deze maand tussen Rusland en het Westen weer niet tot een oorlog gekomen. Wat er dan wel gebeurd is, laat zich nog niet eens zo makkelijk samenvatten. De Russische Federatie heeft aan de grens met Oekraïne een aanzienlijke troepenmacht samengetrokken, ‘voor oefeningen’. Omdat niet zo ver daar vandaan Russische troepen sinds 2014 delen Oekraïne bezet houden – de Krim en delen van de provincies Donetsk en Luhansk – zorgen die ‘oefeningen’ wel voor enige onrust in Europa. Dat lijkt ook Moskou’s opzet te zijn. De Russische propaganda vergelijkt de toestand in de regio graag met die in het Bosnische Srebrenica in 1995. De suggestie daarbij is dan dat de Russische- of russischtalige bevolking van het oosten van Oekraïne een genocide boven het hoofd hangt. Dit alles is – voorshands – nog ketelmuziek en flauwekul, zij het dat de artilleriebombardementen over en weer in de oostelijke provincies van Oekraïne écht zijn en levens kosten.

Wat al dit treurige gezeur haarfijn markeert is de bodemloze put waarin de betrekkingen tussen Rusland en het Westen terecht zijn gekomen. Wie had dertig jaar geleden, toen Rusland begon zich te ontworstelen aan het Sovjet-verleden, kunnen vermoeden dat Rusland een land zou worden waar de regering een opposant die men eerst heeft geprobeerd te vergiftigen, dan maar in een kamp opsluit om hem te laten verkommeren? Of waarvan de regering poogt democratische landen te destabiliseren door het rondstrooien van ‘fake’-nieuws?

En dat zijn nog maar de excessen. Het ergste is misschien nog wel hoe Rusland, beetje bij beetje, weer ver van de rest van de wereld af komt te staan: door de onttakeling van de nog slechts in formele zin bestaande democratie en rechtstaat, en van de serieuze media. Al die goede wil en vertrouwen in de toekomst zijn stukgelopen op een Russisch zelfbeeld dat zich ergens beweegt tussen een gevoel van morele superioriteit en een minderwaardigheidscomplex. Ruslands machtigen proberen zichzelf wijs te maken dat hun land iets heel bijzonders is, dat niet zomaar bij de rest van Europa kan worden ingedeeld. Zelfs het vooruitzicht een economisch aanhangsel van China te worden, komt de huidige bewoners van het Kremlin kennelijk acceptabeler voor, dan het vooruitzicht zich door de VS of Europa de les te laten leren over mensenrechten of het respecteren van grenzen van buurlanden.

Dit morele en politieke isolationisme van Rusland heeft oude wortels, recent aardig beschreven in ‘A short history of Russia’ van de Britse slavist Mark Galeotti. In zijn visie is Poetin een Russische leider in een lange traditie van tsaren en andere Russische politieke leiders, die als de dood zijn dat Rusland zijn eigenheid zal verliezen wanneer het land zich teveel afgeeft met de Europese buitenwereld en de normen die in die buitenwereld gelden. In het tempo waarin het Westen en Rusland nu van elkaar vervreemd raken, lijkt dit gevaar voor de komende jaren vrij gering.

Mark Galeotti: A Short History of Russia. From the pagans to Putin. EBury Press (Penguin), London 2020.

Afbeelding: ‘Ivan de Verschrikkelijke en zijn zoon Ivan op 16 november 1581’ van Ilja Repin, 1883-1885. Collectie Tretjakov-galerie, Moskou. Het schilderij verbeeldt de verbijstering van de tsaar nadat hij, in een vlaag van woede, zijn eigen zoon heeft doodgeslagen.

De tv-zender ‘Pobjeda’ heeft een eigen website.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: