Herfsttij van de democratie

Het is eigen aan de liberale vooruitgangsgedachte te verwachten dat de democratie – met zijn vrije verkiezingen, rechtsgelijkheid voor alle burgers, vrijheid van meningsuiting en drukpers, enzovoorts – een verworvenheid voor altijd is. Het was een lange strijd, begonnen in de tweede helft van de 18de eeuw, met ups en downs, democratische opstanden en pogingen tot restauratie van het oude. Maar zo rond het jaar 2000 leken we er te zijn: steeds meer landen werden democratisch en in het Westen was democratie eigenlijk geen onderwerp van debat meer.

Van die illusie moeten we snel genezen, vindt de Amerikaanse historicus en journalist Anne Applebaum in haar boek ‘Twilight of democracy’. Overal om ons heen proberen voorstanders van een autoritair systeem, van tirannie met andere woorden, het roer over te nemen. Ook in Europa, ook in de Verenigde Staten. Zij zijn daarbij in sommige gevallen angstwekkend succesvol. Hun recept is, grosso modo, overal hetzelfde. Tegenover de complexiteit van de wereld, en de traagheid van het democratisch proces, stellen zij een alternatieve werkelijkheid van hele en halve leugens, een nationalisme van regressieve aard – en vooral veel haat en verongelijktheid.

Applebaum begint haar zeer onderhoudende boek, dat tegelijkertijd trekken vertoont van een politieke autobiografie, met een door haar op een Pools dorp gegeven oud- en nieuwfeestje bij de overgang naar de nieuwe eeuw. De meeste genodigden zijn uit centrum-rechtse of conservatieve kring – zij is getrouwd met de Poolse christen-democratische politicus Radoslaw Sikorski, op dat moment onderminister van buitenlandse zaken.

Alles leek nog mogelijk op die avond – overigens ook de avond waarop de Russische president Boris Jeltsin het stokje overdroeg aan ene Vladimir Poetin. Het communisme, met zijn mensonterende onderdrukking van half Europa, was verleden tijd. Vrede, welvaart en democratie lagen voor het oprapen. In Europa gloorde een betere toekomst. Maar nu, twintig jaar later blijkt alles opeens te wankelen. De krachten die streven naar vervalste verkiezingen, autoritarisme, kneveling van het vrije woord en de wetenschap zijn – in Polen net als elders – niet van het toneel verdwenen. Hun onzichtbaarheid was maar tijdelijk, meent Applebaum. De strijd voor democratie is nog niet gestreden.

Applebaum zit goed in haar contacten. Ze begon haar journalistieke carrière bij het Britse Conservatieve weekblad The Spectator en schreef 17 jaar een column voor de Washington Post, alvorens begint dit jaar over te stappen naar het Amerikaanse maandblad The Atlantic. De Pulitzer-prijs kreeg ze voor een geschiedenis van de Goelag, later gevolgd door opvallend goede historische studies over het ontstaan van het Sovjet-blok in Europa en de door Stalin in de jaren dertig georganiseerde hongersnood in Oekraïne.

Dat alles maakt haar tot een graag geziene gast op allerlei conferenties en fora over politiek, internationale samenwerking, geschiedenis en zo meer. Alleen: met een flink deel van haar vrienden van weleer – journalisten en politici – is het contact verbroken. Zij hebben hun ziel verkocht aan de rechtse autoritaire bewegingen die in veel landen zijn opgericht. En omdat zij deze keuze alleen maar overeind kunnen houden door het verkondigen van samenzweringstheorieën en verloochening van hun vroegere democratische idealen, stellen zij de uitwisseling van standpunten en feiten – het gesprek dus – met Applebaum niet langer op prijs.

Met een groot deel van de Poolse gasten van het nieuwjaarspartijtje 1999-2000 – merendeels van conservatieve of centrum-rechtse signatuur – is de vriendschap inmiddels dus ook bekoeld. Die hebben zich namelijk laten verleiden toe te treden tot de PiS van Jaroslaw Kaczynski, die nu in Polen aan het bewind is, en vast van plan om dat met alle middelen te blijven. Daartoe zet de PiS bijvoorbeeld alles op alles om de media en de rechterlijke macht in haar greep te krijgen – de Poolse publieke omroep is al omgevormd tot een riool voor het regime welgevallige leugens en verheerlijking van de zittende macht.

Voor wie zijn ziel aan de PiS wil verkopen en deel hebben aan de macht, is het niet voldoende om het uiterst rechtse en dom-nationalistische, van katholiek extremisme doortrokken partijprogramma te onderschrijven. Bij de jongste presidentsverkiezingen was het voornaamste propagandapunt van de partij de bedreiging van de Poolse natie door de LGBT-beweging – homohaat is in Polen tot een politiek programma geworden.

Wie echter écht zijn trouw aan de PiS wil bewijzen moet de volkomen uit de duim gezogen ‘Smolensk-legende’ onderschrijven en uitdragen. Dat is een niet door feiten gestaafde samenzweringstheorie waarin een Pools vliegtuig met aan boord president Lech Kaczynski – tweelingbroer van de huidige PiS-leider – in 2010 niet per ongeluk is neergestort bij Smolensk, maar dat dit ongeluk zonder overlevenden het resultaat was van een geheimzinnig complot, met een rol voor de Russen en de Poolse oppositie.

De toetssteen voor loyaliteit aan de macht in Warschau is dus een samenzweringstheorie waarvan iedereen weet dat het onzin is. Hoe komt het dat zovelen toch bereid zijn het daarvoor benodigde cynisme op te brengen? Applebaum behandelt enkele voorbeelden uit haar Poolse omgeving van ‘bekeerlingen’, die nu haar verzoek om een onderhoud voor dit boek hebben afgewezen. Haar verklaring is betrekkelijk verwoestend – steeds gaat het om ressentiment. de woede van degene die meent dat hij niet zo machtig of rijk, of beide, is als hij zou verdienen.

Democratie is een moeizaam proces, van overtuigen en overleggen, van compromissen sluiten en af en toe het onderspit delven. Bovendien is democratie tot op zekere hoogte een meritocratisch systeem – niet iedereen is immers in gelijke mate begaafd, of bevindt zich op het juiste moment op de juiste plaats. Als je maar voldoende gefrustreerd en boos bent, is de verleiding groot met alle middelen, waaronder leugens, je doel te bereiken, ondertussen luid uitkrijtend dat het juist de anderen zijn die vals spelen – ‘de’ elite, ‘de’ media.

In Hongarije is de Fidesz-partij van Victor Orban verder gevorderd met het uitschakelen en monddood maken van oppositie en media dan de Poolse PiS. En ook weer met buitenissige ideologische instrumenten. Bij de verkiezingen van 2018 hing heel het land vol met de beeltenis van de Joodse miljardair George Soros, die door Orban en de zijnen tot staatsvijand nummer één was uitgeroepen. Wie had ooit kunnen denken dat in Europa weer antisemitische affiches zouden worden ingezet bij een verkiezingsstrijd?

Orban en de zijnen beschuldigen Soros ervan dat hij een geniepig plan heeft om het Hongaarse volk in Hongarije te vervangen door vluchtelingen uit het Midden-Oosten. Daar is niets van aan en Hongarije heeft trouwens nauwelijks vluchtelingen binnen zijn grenzen. Inmiddels is de in 1992 door de filantroop Soros gestichte ‘Central European University’ in Boedapest, bedoeld als think tank en opleidingsinstituut voor nieuwe kaders in het post-communistische Oost-Europa, na talrijke pesterijen van de Hongaarse regering maar verhuisd naar Praag.

De democratie is ook in het geding in Groot-Brittannië, vindt Applebaum en put daarbij uit haar ervaringen met Britse Conservatieven. Zonder goede argumenten behalve een instinctmatige neiging tot regressief Engels nationalisme, wist een betrekkelijk kleine groep politici met leugens en holle frasen Brexit af te dwingen. Dat het Verenigd Koninkrijk juist dankzij de Europese Unie de afgelopen decennia invloedrijk was in de wereld kan de ambitieuze Brexiteers niet schelen. Alleen hun eigen frustraties en machtshonger tellen. En de anti-democratische thema’s die we uit Polen en Hongarije kennen, zijn ook onder premier Boris Johnson aan de orde: pogingen de macht van het parlement terug te dringen en te beknibbelen op de BBC.

En dan zijn er natuurlijk de VS, waar Donald Trump erin slaagt steeds meer onderdelen van het openbaar bestuur op federaal niveau tot een aanfluiting te maken en de politiek in een soort permanente staat van crisis te brengen. Dat is meer dan het gevolg van domheid. Het is beleid: hoe meer de democratische instituties disfunctioneren, des te gunstiger het uitwerkt voor wie een autoritair politiek systeem, zonder ‘checks and balances’ wil vestigen.

Het extremistische programma van Trump – xenofoob, isolationistisch, en gezien zijn stelselmatige veronachtzaming van een pandemie die vooral de zwakkeren in de samenleving treft wellicht ook sociaal-darwinistisch – is in aanleg slechts dat van een kleine minderheid van extreem-rechtse Amerikanen. Typerend voor de Amerikaanse situatie is echter dat één van de twee constituerende blokken in de Amerikaanse politiek, de Republikeinse partij het optreden vergoelijkt – ook als Trump de Amerikaanse veiligheidsbelangen aan Poetin uitverkoopt, onzin-theorieën ten beste geeft over de pandemie, onverholen nepotisme bedrijft of de bijl zet in de democratische instituties.

In een fantastisch artikel in The Atlantic heeft Applebaum vorige maand geïnventariseerd hoe het komt dat geen van de Republikeinen in de Senaat – met uitzondering van Mitt Romney – tegen Trumps optreden in het geweer durft te komen. Slechts een enkeling onder hen is een overtuigde racist of anti-democraat. De meesten hebben voor hun collaboratie en verraad aan hun vroegere standpunten een min of meer plausibel klinkend excuus: ‘zonder dat ik er bij blijf zou het nog veel erger zijn’, ‘je moet Trump niet te serieus nemen’, ‘tenslotte is hij gekozen’ enzovoorts. Ook de kans veel geld te verdienen aan Trumps corruptie speelt natuurlijk een rol.

Applebaum vergelijkt zulke collaboratie met de manier waarop Oosteuropese communisten, soms met de beste bedoelingen hebben meegewerkt aan de vestiging van Stalinistische systemen in hun land, zijn meegegaan in de dictatuur of er het zwijgen toe hebben gedaan – desnoods decennialang. Slechts een kleine minderheid kwam in opstand. In ‘Twilight of democracy’ refereert Applebaum meerdere malen aan het Franse pamflet ‘La trahison des clercs’ van Julien Benda uit 1927. Dat is een aanklacht tegen intellectuelen die hun verplichting aan waarheid en rechtvaardigheid verzaken, om opportunistische politieke ideeën te dienen.

De ontwikkelingen in de VS wegen zwaarder dan die in de drie genoemde Europese landen. Met ontsteltenis moeten Europese democraten aanschouwen hoe in het land dat – na twee desastreuze wereldoorlogen – vanaf 1945 in Europa de democratie op de been heeft geholpen, nu zelf in een toestand van nationalistische regressie, isolationisme en autoritarisme terechtkomt.

Zijn wij, als democraten, verdoemd? Is de tijd van democratie voorbij? Het is mogelijk, oppert Applebaum. Maar het hoeft niet zo te zijn. De pandemie van nu maakt elke voorspelling voor de toekomst sowieso moeilijk, maar het lijkt wel zeker dat er voor het behoud, en de verbetering van de democratie gestreden zal moeten worden. Zoals dat altijd al zo was, vanaf de tweede helft van de 18de eeuw. Er is geen eindpunt aan de historische ontwikkeling. Er bestaat geen theorie die alle vragen beantwoordt, er is geen kant-en-klaar recept voor een betere samenleving. Er bestaat geen reglement of ideologie die onaantastbaar is.

Er is alleen strijd nodig, politiek en intellectueel, zoals Applebaum laat zien. De verraders zijn onder ons – dan maar een minder uitbundig Oud en Nieuw.

Anne Applebaum: Twilight of democracy. The seductive lure of authoritarianism. Doubleday New York 2020.
(In oktober verschijnt onder de titel ‘De schemering van de democratie’ een Nederlandse vertaling bij Ambo/Anthos)

Het genoemde artikel van Applebaum in The Atlantic heet ‘History will judge the complicit. Why have Republican leaders abandoned their principles in support of an immoral and dangerous president?’ Het staat hier (paywall): https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2020/07/trumps-collaborators/612250/

Meer achtergrond in dit interview van Applebaum met de Lawfare-podcast: https://www.lawfareblog.com/lawfare-podcast-anne-applebaum-twilight-democracy

Julien Benda’s ‘La trahison des clercs’ is in vele versies te lezen, onder andere via deze site: http://classiques.uqac.ca/classiques/benda_julien/trahison_des_clercs/trahison_des_clercs.html
Het bestaat ook in Nederlandse vertaling: Het verraad der intellectuelen, AUP 2019. Hier de inleiding van Thijs Kleinpaste bij deze uitgave: https://www.groene.nl/artikel/de-betrokken-buitenstaander

Afbeeldingen. 1. Antisemitische verkiezingsposters in de straten van Boedapest in 2017. De tekst is: Zorg dat Soros niet als laatste lacht. 2. Toen democratie nog een wenkend perspectief was: Lech Walesa als aanvoerder van de stakende arbeiders op de werven van Gdansk in 1980. 3. Bij aankomst in Florida op 31 juli spreekt president Trump een enthousiaste menigte aanhangers toe. (Foto Twitter)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: