Tijdens de pandemie staat het denken niet stil (2)

Vraag iemand naar ‘de grootste catastrofe in de geschiedenis van de XXste eeuw’. Niemand noemt de Spaanse griep van 1918-1920. Terwijl deze pandemie toch naar schatting – het mondiale tellen had destijds nog niet zo’n vlucht genomen – tussen vijftig en honderd miljoen menselijke aardbewoners het leven gekost heeft. Dat is meer dan de Eerste- of de Tweede Wereldoorlog, om twee complexen van gebeurtenissen te noemen die wél scoren als grootste catastrofe van de XXste eeuw. En dat terwijl de Spaanse griep – anders dan Covid 19 nu – niet in het bijzonder een gevaar vormde voor oudere mensen, van wie je redelijkerwijs kunt aannemen dat hun klokje toch ergens moet slaan. Nee, de Spaanse griep had het in het bijzonder voorzien op mensen in de kracht van hun leven, zo tussen twintig en veertig jaar oud.

De Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev wijst op deze merkwaardige discrepantie in ‘Morgen komt geen dag te laat’ – voor zover mij bekend het beste boek(je) dat tot nu toe is verschenen over de Corona-crisis en zijn gevolgen. Krastev heeft in de Worldcat-catalogus gekeken hoeveel boeken er zijn geschreven over de Eerste Wereldoorlog en komt dan op ongeveer 80.000. De zoekopdracht over de pandemie van de Spaanse griep levert ongeveer 400 boeken op, wereldwijd.

Toegegeven: de afgelopen maanden neemt onder invloed van het Corona-probleem het aantal verwijzingen naar de Spaanse griep toe. Meestal gaat het dan om het onheilspellende gegeven dat deze virus-epidemie, waarvan men in 1919 aannam dat hij wel zo’n beetje voorbij was, in 1920 in licht gemuteerde vorm weer opdook en juist in dat jaar zijn meeste dodelijke slachtoffers maakte.

Maar afgezien daarvan lijkt het alsof de Spaanse griep niet de status van historische gebeurtenis heeft gekregen. De benaming van deze pandemie van een virus uit de H1N1-groep spreekt in dit verband al boekdelen. Er is namelijk niets Spaans aan deze griep, maar Spanje was neutraal in de Eerste Wereldoorlog, zodat de Spaanse pers erover kon berichten terwijl in veel andere landen militaire censuur heerste. Mogelijk is de besmetting aan boord van Amerikaanse troepenschepen naar Europa gekomen.

Hoe dan ook: de Spaanse griep is niet ervaren als een historische waterscheiding. Misschien komt dat ook wel door de concurrentie van de Eerste Wereldoorlog, een door mensen gewrochte ramp, die wel duidelijk gevoelens heeft opgewekt van een scheiding van twee werelden, tussen de tijd vóór en de tijd ná de oorlog. We zullen zien hoe de historische betekenis van het Corona-virus zal worden ingeschat, wanneer de pandemie – hopelijk – eenmaal voorbij zal gaan. Er is, herinnert Krastev ons, sinds het begin van de XXIste eeuw al vaak gezegd dat na deze of gene gebeurtenis ‘de wereld nooit meer hetzelfde zou zijn’: 911, de financiële crisis van 2008-2009, de vluchtelingencrisis van 2015. Maar dan bleek steeds dat de status quo – misschien moeten we zeggen ‘de neoliberale status quo’ – weer opkrabbelde, eventueel met wat extra veiligheidsmaatregelen, strenger toezicht op de banken of meer grensbewaking.

Covid 19, denkt Krastev, zal wel een ‘lijn in het zand’ zijn, een gebeurtenis die een wereld vóór en een wereld ná kan doen onderscheiden. Volgens de Bulgaarse politicoloog moeten we ons dan ook geestelijk voorbereiden op een golf van nostalgie naar de begin 2020 in onbruik geraakte bestaansvoorwaarden: een wereld waarin we dachten dat besmettelijke ziekten waren afgeschaft, je eenvoudig het vliegtuig kon nemen om ergens op de wereld voor je plezier of werk heen te gaan, en je je vrienden of onbekenden onbekommerd kon ontmoeten en omhelzen.

Die wereld kende natuurlijk, ook in Europa, ernstige problemen, daar niet van: de toenemende welvaartsverschillen bijvoorbeeld, en de moeizame strijd tegen klimaatverandering. Die problemen zullen trouwens na de pandemie blijven bestaan, maar nu in gezelschap van andere crisis-verschijnselen, waarvan we ons nu nog maar met moeite een voorstelling kunnen maken: een vrijwel volledige ‘breakdown’ van het wereldhandelssysteem, stratosferisch hoge werkloosheidscijfers en – volgens de VN-organisatie FAO – een op z’n minst precaire voedselsituatie voor 265 miljoen mensen op de wereld.

Krastev citeert de Russische, XIXde-eeuwse schrijver Aleksandr Herzen: de geschiedenis voltrekt zich niet volgens een opera-libretto. Er liggen geen scenario’s klaar voor de omgang met de meervoudige crisis die de mensheid nu treft, en de diverse politieke en economische elites in de verschillende landen maken dan ook een min of meer hulpeloze indruk. Algemeen bestaat evenwel het gevoel dat de huidige toestand van ‘lockdown’ waarin een groot deel van het economisch meer ontwikkelde deel van de wereld verkeert, meer is een een druk op de pauzeknop, waarna alles weer op de oude voet door zal gaan wanneer de pauze voorbij is. Krastev meent dat in de wereld na de pandemie wel degelijk zal blijken dat de regels van het spel veranderd zijn.

Maar hoe? Het ontbreekt dezer dagen in kranten en tijdschriften niet aan hoogvliegende beschouwingen over de pandemie, waarin bijvoorbeeld wordt aangetoond dat de huidige gebeurtenissen laten zien dat er iets volledig verkeerd is gelopen in de verhouding tussen mens en dier, of -sterker nog – tussen mens en universum. Sommige politici hebben inmiddels het virus een antropomorfe gestalte willen doen aannemen en spreken van ‘oorlog’, tegen een ‘onzichtbare vijand’.

De bestrijding van zulke gedachten komt uit onverwachte hoek, die van de Sloveense filosoof Slavoj Žižek. Die heeft eveneens een actueel boekje het licht doen zien, ‘Pandemie’, en wordt door zijn Nederlandse uitgever op de achterflap bescheiden geannonceerd als ‘het denkbeest uit Ljubljana’. Žižek, moet ik eerlijk bekennen, kan bij mij geen kwaad doen, al had ik een paar jaar geleden wel mijn twijfels toen hij de stalinistische politieke gewelddaden als historische noodzakelijkheden leek goed te praten. Maar goed, daar staat veel tegenover: in een onafzienbare stroom boeken en boekjes – Žižeks productieniveau laat zich hoogstens met dat van Arnon Grunberg vergelijken – is de Sloveen goed voor filosofisch entertainment op hoog niveau, waarbij hij Marxisme en het psychoanalytisch erfgoed van Jacques Lacan vrolijk dooreen klutst tot een soms moeilijk te volgen, maar immer intellectueel stimulerend vertoog.

Het moet gezegd dat ‘Pandemie’, zelfs voor Žižekiaanse begrippen, een wat slordige indruk maakt. Het boekje bestaat zo te zien uit een collage van al eerder her en der verschenen teksten (die mij bekend voorkomen), maar enigerlei verantwoording ontbreekt in deze uitgave. Dat neemt niet weg dat er in de stortvloed van commentaren en analyses die Žižek over de lezer uitstort, er menige harde noot gekraakt wordt.

Zo laakt hij bijvoorbeeld de niet van enige ‘Schadenfreude’ ontblootte neiging bij sommigen om kosmopolitische ‘usual suspects’ moreel verantwoordelijk te houden voor de huidige crisis: de mondialisering, de kapitalistische markt, de vluchtigheid van de rijken. “We moeten de verleiding weerstaan”, schrijft het ‘denkbeest’ dan, “om de epidemie te behandelen als iets wat een diepere betekenis heeft: de wrede maar gerechtvaardigde bestraffing van de mensheid voor de meedogenloze uitbuiting van andere levensvormen op aarde. Als we naar zo’n verborgen boodschap op zoek gaan, blijven we premodern: we behandelen ons universum als een partner in communicatie. Zelfs als ons voortbestaan wordt bedreigd, is er iets geruststellends aan het feit dat we gestraft worden, en dat het universum (of zelfs een hogere macht) met ons in gesprek gaat. (.) Het moeilijk te accepteren feit is dat de epidemie het resultaat is van een natuurlijk toeval in zijn zuiverste vorm, dat het gewoon is gebeurd en geen diepere betekenis herbergt. In de grotere orde der dingen zijn we gewoon een soort zonder speciaal belang”.

Met zulke vaak stekelige boutades staat het boekje vol en dat maakt het alleszins lezenswaardig. Als beschouwer van politieke en economische verhoudingen is Žižek misschien wat minder indrukkend: naar zijn mening toont de pandemie zonneklaar het belang aan van internationale samenwerking, die hij – geheel in stijl – als een nieuw, mondiaal ‘communisme’ bestempelt. Communisme – ik zal het niet ontkennen – is een prachtig ideaal, maar voor de meer materiële analyse van de huidige toestand kunnen we toch beter bij de Bulgaar Krastev, dan bij de Sloveen Žižek terecht.

Krastev besluit zijn boekje met een reeks waarnemingen die elk voor zich een paradox vormen en hopelijk iets zeggen over de wereld ‘ná’ die ons te wachten staat. Covid 19 legt de zwarte nadelen van de mondialisering bloot, maar is tegelijkertijd een vector van mondialisering: in al die landen waar de mens thuis moest blijven groeide het besef dat men in één wereld leeft. De epidemie versnelt, door het sluiten van grenzen en staken van vliegverkeer, de al sinds 2008 bestaande tendens naar demondialisering, maar vergroot tegelijkertijd gevoelens van onderlinge afhankelijkheid en solidariteit binnen de mensheid. Aan het begin van de pandemie waren gevoelens van nationale eenheid vaak heel sterk maar naarmate de pandemie meer beheersbaar lijkt, nemen de sociale en politieke conflicten toe – het scherpst in landen waar de bevolking denkt er relatief genadiglijk te zijn af gekomen. Door autoritaire maatregelen – grenzen sluiten, uitzonderingstoestand uitroepen, uitvoerbeperkingen instellen – is voorkomen dat in democratische landen de roep om een ‘sterke man’ en autoritair bestuur opkwam.

Krastev maakt zich vooral zorgen over de toekomst van de Europese Unie, die aan het begin van de crisis schitterde door afwezigheid – op geen enkel moment werden er bijvoorbeeld pan-Europese cijfers over het aantal doden gepubliceerd, alles ging nationaal. Het gevaar dreigt van desintegratie van de EU, die dan zoiets zou worden als het Heilige Roomse Rijk uit de Middeleeuwen – dat bestond terwijl de inwoners ervan nauwelijks beseften dat ze er deel van uitmaakten.

Maar, oppert Krastev in een laatste paradox: misschien is de demondialisering ook wel een grote kans voor Europa. Zaken die lang volstrekt anathema waren – Schengen-grenzen controleren, de staatsschuld laten oplopen – blijken opeens mogelijk. De Amerikaanse leidersrol in de wereld behoort tot het verleden, China en de Verenigde Staten lijken zich op te maken voor een langdurige onderlinge strijd en het XIXde-eeuwse economische nationalisme is voor de Europese landen geen oplossing meer. Welke andere mogelijkheid blijft er dan nog over dan versterking van de Europese integratie? Misschien is het tijd voor een Europees nationalisme.

Ivan Krastev: Morgen komt geen dag te laat. Hoe de pandemie Europa verandert. Atlas Contact 2020. (Deze Nederlandse vertaling verschijnt op 17/6).

Slavoj Žižek: Pandemie. Hoe Corona de wereld verandert. (Vertaling: Menno Grootveld). UitgeverIJ 2020.

De afbeeldingen bij dit blog zijn van Milo Manara, die vooral bekend staat om zijn oogstrelende erotica, maar hier voor één keer de geklede ‘heldinnen’ van de pandemie heeft geportretteerd. De opbrengst van de online veiling van deze acquarellen – bieden kan tot 24 juni – komen ten goede aan de Italiaanse Bescherming Bevolking. Bieden kan HIER:
https://www.drouotonline.com/recherche/lots?period_sales=future&datePickerRange=&filter_date_selector_start=&filter_date_selector_end=&venteType=all&minEstim=&maxEstim=&query=milo+manara&offset=0&lotGroupTheme=&max=50&triSearch=ebd

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: