De profundis: de jaren zestig

Het contrast tussen de jaren zestig van de vorige eeuw en begin april 2020, als ik dit schrijf, had niet groter kunnen zijn. Toen heerste allerwege het gevoel dat een nieuwe wereld op punt van beginnen stond. Nu lijkt zich van de denkende gemeente de gedachte meester te maken dat de wereld die wij kennen op zijn eind loopt. Ik las net ‘Why this crisis is a turning point in history’ van de door mij zeer bewonderde Britse filosoof John Gray. Op den duur, betoogt hij, zullen na de corona-pandemie de straten zich weer met mensen vullen, maar de wereld zal nooit meer dezelfde zijn: de globalisering is voorbij, de natiestaat – autoritair of democratisch – herneemt zijn rechten en het hele idee van vooruitgang, economisch en anderszins, staat op de helling.

Hoe ingrijpend de pandemie van 2020 zal blijken, staat natuurlijk nog te bezien. De door Gray en anderen voorspelde veranderingen lijken, voor een deel althans, projecties van al langer bestaande ongenoegens over allerhande misstanden: over de steeds grotere tol die de mensheid oplegt aan de natuur en andere ressources op deze aardbol of over de perceptie van toenemende financialisering van alle terreinen des levens, ten koste van culturele waarden.

Voorspellen wat de toekomst na de pandemie zal brengen, is steeds een hachelijke onderneming, die licht door de werkelijkheid wordt achterhaald. Dat neemt niet weg dat het wel moet gebeuren. En hetzelfde geldt voor de bepaling welke invloed er de facto is uitgegaan van een historische periode als de jaren zestig, die door velen die deze jaren bewust hebben beleefd destijds als een omslag in de geschiedenis, het begin van een nieuwe wereld werden gezien.

De Nederlandse historicus Piet de Rooy (1944), emeritus hoogleraar geschiedenis aan de UvA, onderneemt in zijn uiterst onderhoudende geschiedenis van de jaren zestig, ‘Alles! En wel nu!’, een manmoedige poging. Maar dan blijkt meteen hoe moeilijk het wel niet is, vast te stellen wat nu precies de invloed is geweest van het historische moment.

Was al die opwinding destijds – de hooggeleerde De Rooy wekt op menige bladzijde de indruk veel daarvan als kippendrift te beschouwen – wel gerechtvaardigd? Waren veel van de onmiskenbare veranderingen in levensgevoel en samenleving niet eerder doorwerking van ontwikkelingen in de jaren vijftig? – vraagt De Rooy zich af. Ook het feit dat er in later jaren dingen gebeurden die in het geheel niet strookten met de sfeer van de jaren zestig – het strakke economische beleid van de kabinetten Lubbers, en het terugdringen van bloot in het straatbeeld bijvoorbeeld – brengen De Rooy tot de overtuiging dat het nogal meevalt met de jaren zestig als omslag in de geschiedenis.

Relativering is meestal een teken van wijsheid, maar eerlijk gezegd vraag ik ma af of de Amsterdamse historicus hier niet een beetje te ver gaat. Maar misschien is dat ook enigszins mijn eigen beperktheid als lezer. Ik ben van 1951 en kan mij het gevoel van opwinding, dat alles anders zou worden en dat wij als generatie de ouwe zakken nog een poepje zouden laten ruiken, nog uitstekend voorstellen.

De Rooy’s persoonlijke ervaringen – voor zover hij daarover iets loslaat – zijn duidelijk andere dan de mijne. Zo is een aanzienlijk deel van zijn boek gewijd aan de veranderingen in katholieke kring – zeker een boeiend onderwerp, maar nu ook weer niet het alfa en omega van de omslag in de jaren zestig. Ik kan me ook niet herinneren in die jaren ooit iemand te hebben ontmoet die serieus worstelde met geloofs-kwesties, terwijl ik nota bene een jaar lid ben geweest van een katholieke studentenvereniging.

Ik heb mijn jeugd in Amsterdam doorgebracht, in een milieu waarin religie geen enkele rol speelde, zelfs niet in de vorm van een bewust atheïsme, en ben daarna in Leiden gaan studeren, waarvoor hetzelfde gold. Mijn eigen gevoel in de jaren zestig dat ik een geweldige tijd van verandering meemaakte, kan dus onmogelijk het gevolg zijn geweest van de gedachte dat mij oude zekerheden ontvielen, of dat ik me daar tegen afzette. Mijn jeugdige overmoed, om het gevoel zo maar even te omschrijven, was, als ik me goed herinner, veel diffuser van aard: een gevoel van opgetogenheid.

Nu kun je bij het schrijven van een geschiedwerk met het begrip ‘opgetogenheid’ natuurlijk niet zo veel aanvangen, dat begrijp ik. Toch irriteert het mij – De Rooy is geenszins de eerste die zich hieraan schuldig maakt – als er een beetje schamper wordt gedaan over de Provo-beweging, die op het snijvlak van politiek en artisticiteit juist dat gevoel van opwinding vertegenwoordigde, dat me typerend lijkt voor de periode. Dat een beweging geen duidelijk programma heeft – meestal het voornaamste bezwaar tegen Provo – wil nog niet zeggen dat zij niet invloedrijk was.

Maar genoeg over mij als ex-jongeling in de jaren zestig. ‘Alles! En wel nu!’ is duidelijk een met veel plezier geschreven boek van een emeritus, en leest dienovereenkomstig. Zo’n auteur kun je veel vergeven: bijvoorbeeld dat hij bij al zijn aandacht voor de ontwikkelingen in het katholieke volksdeel vrijwel volkomen voorbijgaat aan die in de protestantse kerken, die voor de beoordeling van de staat der natie naar mijn smaak veel belangrijker zijn geweest.

Een paar keer verwijst De Rooy naar de in de jaren zestig in het ongerede geraakte gedachte dat Nederland – onder verwijzing naar de Opstand tegen Spanje – in essentie een protestante natie was en zou blijven. De auteur lijkt dat zo’n belachelijke gedachte te vinden dat hij aan de ontwikkelingen binnen het Nederlandse protestantisme verder geen woorden vuil maakt. Dat is een belangrijke beperking van zijn boek, denk ik: de bijdrage van protestanten en ex-protestanten aan een nieuw gevoel van vrijheid en vooruitgang in de jaren zestig lijkt me belangrijker dan die van ex-katholieken. Wat dat betreft kun je over de jaren zestig beter de boeken van James Kennedy lezen – overigens De Rooy’s opvolger in het ambt aan de UvA.

In één opzicht heeft De Rooy ontegenzeggelijk gelijk over de jaren zestig: het was een tijd van ‘presentisme’, van het poneren van actuele wenselijkheden, onder veronachtzaming van het verleden, van het verlangen naar ‘tabula rasa’, van het streven naar een ‘mentaliteitsverandering’ die alles nieuw zou maken. Dat ‘presentisme’ zou in de Nederlandse cultuur nog decennia lang de norm blijven. Die specifieke vorm van vooruitgangsgeloof, losgezongen van verleden en het werk van eerdere generaties, geeft de jaren zestig, vanuit hedendaags standpunt bezien, iets futiels, om niet te zeggen dat veel van wat toen beweerd en gedaan werd nu een beetje stupide indruk maakt.

Maar betekent dat ook dat de jaren zestig niet van beslissende betekenis voor het heden zijn, en alleen maar in schijn een historische omwenteling, zoals De Rooy suggereert? Ik betwijfel dat. Je kunt hetzelfde immers wel zeggen van de Franse Revolutie. De bestorming van de Bastille kwam, weten we tegenwoordig, niet uit het niets maar was vooraf gegaan door allerlei fundamentele sociale en ideologische veranderingen in Frankrijk. ‘Presentisme’ was ook in die revolutie troef, zozeer zelfs dat er een nieuwe kalender werd ingevoerd, die de jaartelling op nul zette. En na wat jaren bleek veel van het revolutionair gedachtengoed niet bestand tegen de tand des tijds, en vrijheid een betrekkelijk begrip.

De Franse Revolutie moet, achteraf bezien, worden gezien als een punt in een historisch continuüm en toch is, lijkt me, nauwelijks iemand die zou willen beweren dat die Revolutie onbelangrijk is geweest, of geen scharnierpunt in de geschiedenis. Hetzelfde geldt, denk ik, voor de jaren zestig. En, wie weet, ook voor de corona-crisis van nu…

Piet de Rooy: Alles! En wel nu! Een geschiedenis van de jaren zestig. Wereldbibliotheek, Amsterdam 2020

Het genoemde artikel van John Gray, Why this crisis is a turning point in history, stond in de New Statesman van 1 april 2020, waarnaar hier de link: https://www.newstatesman.com/america/2020/04/why-crisis-turning-point-history.

Naar mijn smaak tot op heden onovertroffen:
James Kennedy: Nieuw Babylon in aanbouw. Nederland in de jaren zestig. Prometheus, Amsterdam 1995

Afbeeldingen: jolijt op Carnaby Street, hotspot van de Swinging Sixties in Londen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: