Een tweede Koude Oorlog lijkt onvermijdelijk

Het wordt hoog tijd een illusie definitief vaarwel te zeggen: Rusland zal nooit een partner van de Westerse democratieën worden. Het was een mooi idee, in de eerste jaren na de Koude Oorlog: Rusland als partner in een vreedzame, naar verbetering strevende wereld. Maar sinds een paar jaar heeft het Kremlin zich in het hoofd gehaald dat Rusland met het Westen permanent in oorlog is – ook al ziet het Westen zelf dat niet zo.

Niet verwonderlijk, vindt de Britse politicoloog Keir Giles in zijn boek ‘Moscow Rules’. Paranoia, misleiding, isolement en onvermogen zijn de ‘default’-houding van Russische diplomatie, al eeuwen. Er zit voor het Westen weinig anders op dan een nieuwe politiek van ‘containment’ – om zich af te grenzen van de tegen de funeste invloed die van Rusland uitgaat.

Giles is verbonden aan Chatham House van het Britse Royal Institute of International Affairs. De boektitel ‘Moscow Rules’ is voor velerlei uitleg vatbaar. Zoals de trouwe lezers van John le Carré weten, staat de term voor de gedragsregels waaraan een spion zich te houden heeft in Moskou: nooit iets doorzetten bij twijfel over de goede afloop, want sombere voorgevoelens zijn meestal correct. Maar hier staat de uitdrukking toch vooral voor de regels die, volgens Giles, voor het Westen zouden moeten gelden in de benadering van de Russische Federatie.

Het boek doet sterk denken aan het beroemde ‘lange telegram’ dat de Amerikaanse zaakgelastigde George Kennan in 1946 uit zijn standplaats Moskou naar president Truman stuurde en waaraan Giles in ‘Moscow Rules’ ook refereert. Kennans ‘lange telegram’ van 8000 woorden wordt vaak gezien als de eerste intellectuele onderbouwing van wat later de ‘Koude oorlog’ ging heten.

De welwillendheid van de in 1945 overleden Amerikaanse president Roosevelt tegenover Stalin was volkomen misplaatst, meende Kennan. De houding van de Sovjet-leiders tegenover de rest van de wereld was ‘neurotisch’ van aard, schreef hij. Het Kremlin werd gedreven door een in eeuwen gevormd ‘instinctief gevoel van onzekerheid’. Veiligheid is daarin wat tegenwoordig een ‘zero sum game’ genoemd wordt: de kracht van Rusland is de zwakte van anderen, en andersom. In deze constellatie heeft het verlangen naar eendrachtige samenwerking met Moskou geen zin. Het Kremlin is uitsluitend gevoelig voor macht, en het vertoon daarvan.

De redenering van Keir Giles lijkt sterk op die van Kennan. Na de beëindiging van de Koude Oorlog rond 1990 heeft de Westerse diplomatie in veel gevallen willen geloven dat Rusland een ‘normaal’ land zou worden – met een open markteconomie en democratische verhoudingen. Dat is niet gebeurd. Vooral sinds het aantreden van Poetin als president ontwikkelt Rusland zich gestaag tot een autocratisch bestuurd, gemilitariseerd en in toename isolationistisch land dat niet opziet tegen agressieve acties, of het nu met militairen is of door cyber- en propaganda-aanvallen.

Dat het zo lang duurt voordat deze nare werkelijkheid doordringt tot Westerse beleidsmakers komt, meent Giles, doordat in veel gevallen de wensen voor de werkelijkheid zijn aangezien. Het beeld van Rusland in het Westen wordt voor een aanzienlijk deel bepaald door het meer liberale deel van de publieke opinie en de elite, dat bovendien oververtegenwoordigd is in grote steden als Moskou en Sint-Petersburg, waar de meeste contacten tussen Russen en de buitenwereld plaatsvinden.

Daardoor dreigt uit beeld te verdwijnen dat de basis-attitude van Rusland weinig gemeen heeft met liberale uitgangspunten, of de wens om een constructieve rol te spelen in het internationale leven. Niet dat er in de Russische geschiedenis niet af en toe een periode is waarin het lijkt alsof Rusland er wél naar haakt democratischer te worden, of aansluiting zoekt bij de rest van de wereld. Zo’n periode hebben we aan het eind van de vorige eeuw meegemaakt. Maar daarop volgt dan steeds een periode waarin Rusland terugkeert in zijn oude habitus: alleen eigen macht kan Rusland redden, en macht wordt vooral in militaire kracht uitgedrukt. Rusland, menen zijn machthebbers, kan alleen op zichzelf vertrouwen.

Niet de relatieve openheid en bereidheid tot samenwerking in de periode van Gorbatsjov en Jeltsin is voor Russische begrippen de ‘normale toestand’ maar wel de periode van nu, van Russisch wapengekletter en nadrukkelijke veroordeling van het Westers model van de open samenleving. Het kan nog erger natuurlijk: de binnenlandse repressie van 2019 valt, in vergelijking tot andere periodes uit de Russische geschiedenis alleszins mee. Russen mogen over het algemeen nog reizen en buitenlanders mogen Rusland bezoeken. Er is, binnen zekere grenzen, ook nog steeds uitwisseling van informatie met de buitenwereld en menings- en artistieke vrijheid – al geven de plannen voor een Russisch ‘soeverein internet’ te denken.

De angst voor intense contacten met het buitenland is een traditioneel element van de nu terugkerende Russische ‘normaliteit’. Alleen zo kan ook aan het oog worden onttrokken dat het ‘Russisch model’ in de wereld eigenlijk een anomalie is geworden. Russen voelen zich – en zijn voor hun machthebbers – geen ‘burgers’ maar eerder onderdanen. De rechten van het individu spelen in deze staats- en maatschappij-opvatting nauwelijks een rol. In schijn democratische instituties, zoals verkiezingen, zijn lege hulzen. De macht behoudt zich het recht voor meedogenloos op te treden tegenover de eigen bevolking, en trouwens ook in de betrekkingen met andere landen – zoals de Russische bombardementen op burgerdoelen in Syrië de afgelopen jaren treffend hebben aangetoond.

We moeten, schrijft Giles, niet te licht denken over de anti-Westerse opstelling van het huidige Rusland. De verleiding om die niet al te serieus te nemen, dient te worden weerstaan. Het Kremlin decreteert dat het aan alle kanten bedreigd wordt door krachten die Rusland van de kaart willen vegen, bijvoorbeeld door het bevorderen van ‘regime change’ langs de weg van een ‘colour revolution’ – brave Russen met kritiek op hun regering krijgen zo te maken met de beschuldiging een agent in vreemde dienst te zijn. Westerse beleidsmakers bevreemdt dat meestal, al was het maar omdat er in werkelijkheid geen sprake is van een Westerse agressie tegen Rusland.

Maar dat zou – meent Giles – een grote vergissing zijn de opstelling van het Kremlin niet serieus te nemen, en verder te gaan met zoete broodjes bakken. Moskou’s houding komt neer op een soort eenzijdige oorlogsverklaring – tegen een niet-bestaand gevaar misschien, maar daarom nog niet minder concreet en gevaarlijk in zijn praktische uitwerking: grootscheepse investeringen in Ruslands militaire capaciteit, ook op nucleair gebied, de actieve politiek van politieke destabilisering in Westerse landen, met name door de mogelijkheden die internet in een open samenleving biedt, en natuurlijk het militaire optreden in buurlanden als Georgië en Oekraïne.

Er is, meent Giles, geen tot weinig aanleiding om te denken dat Ruslands eenzijdige agressie tegen het Westen spoedig plaats zal maken voor een meer coöperatieve houding, of voor een herleving van de idealen van ontspanning. Er zit voor het Westen weinig anders op dan op het wapengekletter van Poetins Kremlin te reageren met passend machtsvertoon, om Rusland verder af te houden van drastische avonturen. Westerse zwakte zal door het Kremlin maximaal worden uitgebuit – ten koste van de open samenleving en democratische verhoudingen in de Westerse landen.

Het wordt dus hoog tijd voor een nieuwe, gecoördineerde politiek van ‘containment’ – een politiek van afschrikking. ‘Containment’ was een sleutelbegrip in de eerste Koude Oorlog – je zou dus kunnen zeggen dat de Tweede Koude Oorlog nu kan beginnen.

De boodschap van ‘Moscow rules’ is natuurlijk in hoge mate deprimerend. Om meerdere redenen: om te beginnen is het Westen nog ver verwijderd van een effectief gemeenschappelijk optreden tegen de nieuwe Russische opstelling. Giles draagt zijn boek op aan diegenen in het Amerikaanse regeringsapparaat die proberen tot een zinvolle benadering van Rusland in de nieuwe verhoudingen te komen ‘in de hoop dat hun president het niet in de gaten heeft’. Pogingen van Europa om te komen tot een eigen afschrikking van de Russische ambities op ons continent staan nog in de kinderschoenen.

Maar het treurigste is natuurlijk nog wel het afscheid van de illusie dat Rusland een ‘normaal’ land zou kunnen worden, iets waaraan tal van individuen, organisaties en staten de afgelopen jaren hun beste krachten hebben gewijd, door het leggen van contacten op allerlei niveau. Is het echt nodig om terug te keren naar vijandbeeld van weleer? Giles’ boek is geen pleidooi voor het afkappen van de vele civiele contacten op het gebied van kunst, onderwijs, wetenschap en wat al niet. Evenmin is het boek een pleidooi voor het afkappen van dialoog of samenwerking op welk gebied dan ook, ook niet in de diplomatie.

De Russische houding van defensieve agressie zoals die zich sinds een paar jaar aftekent, heeft weliswaar traditie maar hoeft aan de andere kant niet voor eeuwig te zijn. Landen kunnen veranderen. Maar voor nu geldt dat het regime vast in het zadel zit, en realistische alternatieven zich niet aan de horizon aftekenen. Hoe moeilijk dat misschien ook is: zonder een krachtig diplomatiek en militair antwoord komen we er niet, willen we in Europa in vrede en vrijheid blijven leven. Om Gorbatsjovs befaamde waarschuwing aan de DDR-leiders in 1989, kort voor hun val, te parafraseren: Wie te naïef is, wordt door het leven bestraft.

Keir Giles: Moscow rules. What drives Russia to confront the West. Brookings Institution Press/ Chatham House, 2019

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: