Excuses voor de slavernij, maar niet voor die in de middeleeuwen

Dat de stad Amsterdam van plan is excuses aan te bieden voor de slavernij is een goed idee. De transatlantische slavenhandel was iets vreselijks, en als excuses een bevolkingsdeel helpen zich niet als tweederangs-burgers te zien, moeten ze vooral worden gemaakt. Tegelijkertijd schuilt er iets merkwaardigs in de uitwisseling van excuses over iets waaraan hedendaagse Nederlanders part nog deel hebben, actief noch passief. En dan: tot aan de afschaffing in de XIXde eeuw – in onze cultuurkring tenminste – was slavernij in Europa een vrijwel alomtegenwoordig verschijnsel.

De transatlantische slavenhandel was immers geenszins de eerste manifestatie van het verschijnsel slavernij in Europees verband. Er was natuurlijk de goed-gedocumenteerde slavernij bij de Oude Grieken en Romeinen. Maar ook daarna bestond er in Europa slavernij – en niet weinig ook. Lang is door mediëvisten de opvatting gehuldigd dat in de mIddeleeuwen de ‘klassieke’ slavernij heeft plaatsgemaakt voor andere vormen van economisch gemotiveerde horigheid, de lijfeigenschap met name. De Franse historica Sandrine Victor maakt in haar prachtige studie ‘Les fils de Canaan’ een eind aan deze illusie, daarbij stoelend op historisch onderzoek naar deze kwestie sinds de jaren 1960. Het boek zou vertaling in het Nederlands verdienen.

Zij schat dat in de Veertiende- en Vijftiende eeuw nog altijd zo’n twee à drie procent van alle landarbeid in West-Europa door slaven werd verricht – niet een overheersende vorm van arbeidsorganisatie dus, maar ook niet onaanzienlijk. De hele middeleeuwen door was er op en rond de Middellandse Zee sprake van een bloeiende handel in slaven, met markten in Marseille, Venetië, op Kreta en de Krim, in Anatolië, Alexandrië, Constantinopel, Mallorca, Barcelona, Genua, ja waar eigenlijk niet.

Pas eind vijftiende eeuw gaat het daarbij overigens pas om handel in slaven die afkomstig zijn uit zwart Afrika ten zuiden van de Sahara. Want anders dan de XVIII-de-eeuwse handel misschien zou doen vermoeden is slavernij geen etnisch-bepaald verschijnsel. Dat de handelaars hun toevlucht zoeken tot aanvoer uit verder gelegen delen van Afrika, is een stap die uit nood wordt geboren. De islamitische verovering van Constantinopel in 1453 snijdt de handel tijdelijk af van de aanvoer vanuit Oost-Europa (Russen en andere Slavische volkeren) en de Kaukasus. Het was niet de enige keer in de middeleeuwse geschiedenis dat de slavenhandel zich moest heroriënteren. Wanneer in de Dertiende eeuw de ‘Reconquista’ – de verovering van het Iberisch schiereiland door de christenheid op de islam – zijn voltooiing begint te naderen, valt ook al een belangrijke bron van aanvoer van slaven weg.

Wat een slaaf is, is niet moeilijk te omschrijven. Het is een mens die als een ding, of misschien als een stuk vee wordt gezien en als zodanig verhandeld. Hij heeft geen andere status dan eigendom te zijn van een meester, die in alle opzichten over hem kan beschikken, in het bijzonder over zijn (of haar) werkkracht. De slaaf heeft geen persoonlijkheid of identiteit en is in principe geheel rechteloos. Dat is dus het verschil met andere categorieën mensen die ons vanuit een hedendaagse standpunt als relatief rechteloos voorkomen. Lijfeigenen in de middeleeuwen, industriearbeiders in de XIXde eeuw en zzp’ers nu zou je misschien in overdrachtelijke zin ook ‘slaven’ kunnen noemen, maar dat is niet waarover we het hier hebben. De slaaf waarom het hier gaat is in absolute zin volledig gedepersonaliseerd, gedesocialiseerd, en vrij verhandelbaar.

Daarmee is overigens niet gezegd dat in de middeleeuwen altijd en overal de slavernij plaatsvond in een rechtsvrije ruimte. Sandrine Victors boek bestrijkt een enorme periode en grondgebied – van het Visigotisch koninkrijk in Spanje voor de islamitische verovering vanaf de Achtste Eeuw en de expansie van de Vikingen tot eind Vijftiende Eeuw. Er bestaan op het gebied van regelgeving – als daar al sprake van is – enorme verschillen in wat ten aanzien van slaven geoorloofd is. Zonder fysieke dwang kan de slavernij natuurlijk niet bestaan, maar in veel gevallen wordt het doden van een slaaf als een strafbaar feit gezien – wat vermoedelijk minder door medelijden dan door de handelswaarde van de slaaf wordt ingegeven. Soms worden kinderen van slaven vanzelf ook slaaf, maar soms ook niet.

In de late middeleeuwen bestaan er hier en daar ook procedures waarmee een slaaf een vrij mens kan worden, of zelfs gebieden waar de slavernij niet bestaat (zoals in de XIII-de eeuw het graafschap Toulouse, waarheen ontsnapte slaven dan ook nogal eens vluchtten). Omdat in oorlogen krijgsgevangen (en burgerbevolking) consequent de status van slaaf krijgen, en er de hele middeleeuwen door voortdurend veel oorlogen zijn, bestaat er ook een levendige cultuur van losgeld-betaling. Vooral het vrijkopen van christenen die in handen van islamieten zijn gekomen, door een oorlog of door piraterij, neemt een hoge vlucht, door middel van in zulke transacties gespecialiseerde agenten-makelaars. Ook bestaat, vooral onder joden, de gewoonte dat een schuldenaar die niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, de slaaf wordt van de schuldeiser, meestal voor een beperkte periode van een paar jaar.

Maar zulke omstandigheden moeten natuurlijk niet verhelen dat in het Europa van de middeleeuwen in totaal miljoenen mensen gedwongen werden zich dood te werken op de velden, in mijnen, in pre-moderne industrieën en als huisslaaf. Opvallend is, schrijft Victor, dat de gehele middeleeuwen door de slavernij niet is beschouwd als een vanzelfsprekendheid, als een soort natuurlijk recht van de sterkste. Er was altijd een juridische of religieuze grondslag nodig. In de Codex voor het burgerlijk recht van de Oost-romeinse keizer Justinianus I (527-565) wordt bijvoorbeeld een duidelijk onderscheid gemaakt tussen vrije mensen en slaven, en ook voor de in de middeleeuwen druk gelezen Griekse wijsgeer Aristotales was slavernij een min of meer natuurlijk – en erfelijk – gegeven.

Het canonieke recht heeft zich met de slavernij eeuwenlang bezig gehouden – er gaat in de vroege middeleeuwen nauwelijks een concilie of soortgelijke doctrinaire bijeenkomst voorbij zonder dat over de modaliteiten van de slavernij een uitspraak wordt gedaan. Populair bij de onderbouwing is vooral Genesis 9, waarin Noah de zoon van Cham, Canaan, veroordeelt tot de status van ‘minste der knechten’. Deze bijbelpassage heeft tot in de XIX-de eeuw dienst gedaan bij de morele rechtvaardiging van de slavernij.

Het bijbelwoord in 1 Korinthiërs 7, een brief van de apostel Paulus, is eveneens aangevoerd. “Zijt gij, een dienstknecht zijnde, geroepen, laat u dat niet bekommeren”, zegt de apostel, daarbij overigens wel een voorkeur voor vrijkopen uitsprekend. Ook de Koran bevat passages waarmee slavernij gerechtvaardigd kan worden – zoals helaas recent nog gebleken is bij de manier waarop aanhangers van ISIS in Syrië en Irak zijn omgegaan met Jezieden.

De genoemde passage uit de brieven van Paulus is onder andere aangeroepen als argument waarmee het aanvaardbaar is dat christenen andere christenen als slaaf houden: de status van slaaf maakt voor de apostel de mens immers niet minder een kind gods Maar in de praktijk is dit een uitzondering. De slaaf is bij uitstek ‘de ander’ – uit een ander gebied, of behorend tot een ander geloof of een andere, als ketters beschouwde variant van het christendom. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de duizenden Tsjerkassen, Georgiërs en Armenen die elk jaar op de markt in Constantinopel worden verhandeld. In de vroege middeleeuwen zijn vooral de Vikingen buitengewoon actief bij het oppakken van christenen die tot slaaf gemaakt kunnen worden.

Huidskleur lijkt bij dit alles geen criterium – het mensbeeld van de middeleeuwen is misschien minder biologisch bepaald dan dat in later eeuwen. Overigens waren zwarte slaven al ruimschoots een bekend verschijnsel nog voordat Portugese handelaren eind XV-de eeuw begonnen met de grootscheepse handel in West-Afrikaanse slaven, om die in te zetten op plantages in Kaap-Verdië, de Canarische eilanden in Madeira. Van de buitgemaakte mensen bij de Reconquista op het Iberisch schiereiland hadden velen een donkere huidskleur, vandaar dat het woord ‘Moren’ in de praktijk synoniem is geworden met ‘donker van huid’. Catalaanse slavenhandelaren waren gespecialiseerd in rooftochten aan de kust van Noord-Afrika, met eveneens zwarte slaven als deel van de opbrengst.

Bij de discussie over de excuses die de Gemeente Amsterdam wil aanbieden voor de slavenhandel in – voornamelijk – de XVIII-de eeuw speelt de vraag welke baten de stad destijds heeft gehad van die handel, in termen van percentage van het gemeentelijk inkomen. Ik blijf graag buiten die debatten, maar op zich zou je een dergelijke vraag natuurlijk ook best kunnen opwerpen voor het Europa van de middeleeuwen. Om evidente redenen is beantwoording natuurlijk moeilijk – regionale diversiteit, gebrek aan bronnen etc.

Maar Sandrine Victor wijst erop dat de zogeheten ‘Carolingische Renaissance’ in de tweede helft van de Achtste eeuw samenhing met economische groei, na eeuwenlange stagnatie in de post-Romeinse periode. Een belangrijke rol bij die groei speelde de economische bloei in de landen van de islam, die een belangrijke impuls gaven aan exporten uit West- en Midden-Europa richting de door de islam veroverde landen. Gezien wat we weten over de omvang en het hoogst lucratieve karakter van de slavenhandel, is er nauwelijks reden om aan te nemen, dat die bij die economische groei geen rol heeft gespeeld.

Zo bezien is er ook voor andere dan zwarte Europeanen alle reden om de hopelijk definitieve afschaffing van de slavernij in onze streken – Nederland was in 1863 trouwens aan de late kant – als een belangrijke verworvenheid en reden tot feest te zien. Om over gepaste bescheidenheid nog maar te zwijgen.

Sandrine Victor: Les fils de Canaan. L’esclavage au moyen âge. Vendémiaire 2019.

Een verhelderend interview van Sandrine Victor met de site ‘Actuel Moyen Âge (in het Frans) staat HIER.

Afbeeldingen: slaven op het veld in een middeleeuwse boekillustratie; een afbeelding van de slavenmarkt in Yemen in de Dertiende eeuw, waarop een christelijke koper (of handelaar) te zien is.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: